is econoom en publicist.
Vrijdag presenteerde het minderheidskabinet-Jetten zijn voorgenomen beleid inzake stikstof, en dit is in menig opzicht een lakmoesproef voor de coalitie van D66, CDA en VVD. Het trio partijen benoemde dit onderwerp in zijn coalitieakkoord immers zelf tot een van de vier ‘Grote Keuzes’ voor Nederland. Daarom is de vraag nu of het kabinet ook echt gaat ‘leveren’? En hoe definiëren we dat eigenlijk?
Of het kabinet heeft geleverd, kan ik u niet vertellen, want op de vroege vrijdagochtend van het schrijven van dit stukje zijn de plannen nog niet geopenbaard. Maar ik kan u wél zeggen hoe ik naar de plannen zou kijken. Als u deze bril opzet tijdens het lezen van het stikstofnieuws schrijft u deze week gewoon de knikker zelf.
Houd steeds twee kernvragen in gedachten. Is het stikstofbeleid doeltreffend, oftewel effectief? En: is het stikstofbeleid doelmatig, oftewel efficiënt? Ik licht toe.
Doeltreffend? Dat lijkt makkelijk. Treft het beleid doel? Iets breder: wat zijn de beleidsdoelen en leidt het voorgenomen beleid ertoe dat die doelen worden bereikt?Politici formuleren het doel van stikstofbeleid vaak als ‘Nederland van het stikstofslot halen’.
Maar dat is goedbeschouwd een doel van een lagere orde. Het hogere doel is het in stand houden en in goede staat brengen van de natuur in Nederland, in het bijzonder in natuurgebieden. Als dat hogere doel gehaald wordt met het kabinetsbeleid, dan gaat Nederland tegelijkertijd van het ‘stikstofslot’.
Merk op: minder stikstofneerslag is wel een noodzakelijke voorwaarde voor natuurherstel, maar het is hiervoor geen voldoende voorwaarde. Beperkt het vrijdag gepresenteerde kabinetsbeleid zich tot stikstof? Of bevatten de voorstellen ook andere maatregelen die de natuur helpen herstellen?
Als het voorgenomen beleid geen doel treft, is het de moeite van het bediscussiëren niet waard. Als het beleid wél doeltreffend is, of ten minste lijkt, is de vervolgvraag of de plannen ook efficiënt zijn. Dit begint met het vaststellen van de maatschappelijke kosten van de huidige situatie.
Oftewel: hoe groot is het met beleid op te lossen probleem eigenlijk? In dit geval is dit geen eenvoudig sommetje. Enerzijds is er ‘gewone’ financiële schade die ontstaat doordat Nederland inderdaad ‘op slot’ zit, en er dus economische activiteiten gehinderd worden. Anderzijds is er schade aan natuur die zich lastig in euro’s laat uitdrukken. Maar laat er dus een schadepost zijn X, die deels bestaat uit schade in euro’s en deels uit schade die in andere eenheden moet worden uitgedrukt.
De vervolgvragen laten zich raden. Wat kost het voorgenomen beleid? En: wat levert het op?
Ook hier is het maatschappelijke perspectief het beste. Dus kijk naar de kosten en baten van de overheid (en dus de belastingbetaler) én naar de kosten en baten die gedragen, casu quo genoten, worden door betrokken burgers, (landbouw)bedrijven en (natuur)organisaties.
Als het beleid doeltreffend is, maar tegen hogere maatschappelijke kosten dan maatschappelijke baten, dan moeten we het beleid toch afserveren. Het beleid vernietigt in zo’n geval immers welvaart. De vervolgvraag is dan of er alternatieve plannen zijn die tegen lagere kosten hetzelfde doel bereiken.
Deze week dus een doe-het-zelf-knikker. Volgende week schrijf ik er weer één. Beloofd.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl