Juist thuiswonende ouderen lopen tijdens een hittegolf extra risico. Dus zijn er koelteplekken en wordt er gemaand genoeg water te drinken. In Amsterdam-Zuidoost blijkt die bezorgdheid niet aan iedereen besteed. ‘Ik ben toch niet achterlijk?’
is onderzoeksjournalist en verslaggever van de Volkskrant.
‘Van mij mag het flink gaan hozen’, zegt Louise Legierse, terwijl ze hoopvol onder haar oranje zonnescherm door naar de broeierige lucht gluurt. De 91-jarige Amsterdamse, die afhankelijk is van een rolstoel, zit nu al dagen zo ongeveer vastgeklonken aan de witte ventilator in haar bescheiden flatje in Amsterdam-Zuidoost.
Niet dat ze anders wel de deur uit gaat: ze is naar eigen zeggen al een halfjaar niet buitenshuis geweest, op een aantal ziekenhuisbezoekjes na. ‘Ik heb er eerlijk gezegd geen zin meer in om weg te gaan, ik vind het wel mooi zo.’
Haar kinderen helpen haar met boodschappen en de thuiszorg komt twee keer per dag langs om te helpen bij het wassen en aankleden. Al heeft ze zichzelf deze zwoele zaterdagochtend zelf maar onder de douche gewurmd vanuit haar rolstoel, ‘want de hulp arriveerde vandaag pas tegen twaalven’. En na een hete nacht waarin ze amper een oog dicht deed, had Legierse voor die tijd al wel behoefte aan wat verfrissing.
Het zijn ouderen zoals zij die tijdens een hittegolf behoren tot de grootste risicogroep: mensen met behoorlijk wat gezondheidsklachten, die desalniettemin toch nog op zichzelf wonen. Met de jaren neemt de dorstprikkel af, waardoor juist oudere mensen sneller vergeten om voldoende te drinken en de kans op ernstige uitdroging toeneemt.
In instellingen zijn er zorgverleners in de buurt die volgens het hitteprotocol monitoren of cliënten wel genoeg drinken en de thermometer niet te hoog oploopt - in onder andere Haarlem, Den Bosch en Raalte werden de afgelopen dagen hele afdelingen van ouderen overgeplaatst naar koelere locaties, vanwege de ondraaglijke temperaturen. Terwijl ouderen die op zichzelf wonen veelal in eenzaamheid thuis zitten te puffen, met alle risico’s van dien.
Een van de maatregelen die GGD’s in verschillende gemeentes hebben ingevoerd, is het aanwijzen van zogenoemde koelteplekken: openbare ruimtes waar iedereen gratis naartoe kan om een tijdje af te koelen en water te drinken. De vraag is natuurlijk of daarmee ook de kwetsbaarste oudere inwoners voldoende worden bereikt.
In Amsterdam Zuidoost lijkt het daar niet op. In Hemelsbreed, een sociaal café ‘vanuit de christelijke community’, loeit de airco weldadig. Oprichter Remmelt Meijer meldde Hemelsbreed bij de gemeente aan als koelteplek, maar hij heeft nog niet de indruk dat gasten speciaal met dit doel naar het café komen. ‘De afgelopen dagen waren er misschien één of twee mensen die ons via de gemeentewebsite hebben gevonden. De rest zijn gewoon klanten die al wisten dat je hier lekker koel kunt zitten.’
Een paar kilometer verderop in de Bijlmer is het op de ‘koelteplek’ van woonzorgcentrum De Venser ook bijzonder rustig. Dat is wel te verklaren, volgens de receptioniste die met glimmend voorhoofd achter haar balie zit: ‘Zo koel is het hier nou ook weer niet. Ik zit hier behoorlijk te zweten.’
Op een van de balkons die uitkijkt op de ingang van het woonzorgcentrum zit Bets Arends (85) verscholen achter een zonnescherm. Op haar rollator houdt ze een nat wit washandje bij de hand, waarmee ze zo nu en dan even haar gezicht en nek vochtig maakt.
‘Het is vreselijk’, puft de geboren Groningse, die pas een paar maanden geleden in de hoofdstad terechtkwam. Ze woonde tot voor kort op zichzelf in Assen, maar vanwege haar toegenomen hulpbehoevendheid en een dochter die in de hoofdstad woont, belandde ze op haar oude dag op deze kamer in een Amsterdams zorgcentrum. Wel even wennen, maar ze mag niet klagen, zo vindt ze zelf.
Al had ze wel verwacht dat er misschien iemand af en toe even wat koud water zou komen spuiten over haar balkonnetje, waar de hitte van deze week zich heeft vastgebeten in het grijze beton. ‘Al weet ik ook niet wie, want iedereen hier is zo druk. Nu heeft mijn dochter een gieter water klaargezet, zodat ik het zelf af en toe kan doen.’ Wat het personeel wel consequent doet: zorgen dat ze genoeg water drinkt. ‘Ze zetten het steeds netjes voor me klaar.’
Maar voor Louise Legierse zijn al die goedbedoelde zorgen zo onderhand een ergernis aan het worden. Ze zit niet te wachten op de zoveelste thuiszorgmedewerker die haar de vraag stelt of ze wel ‘een beetje goed drinkt’. ‘Ik ben toch niet achterlijk?’
Vrijdagavond kwam er ‘weer een nieuwe’ van de thuiszorg. ‘Ik had haar nog nooit gezien, maar die begon ook weer meteen: ‘Heeft u uw medicijnen al ingenomen? Drinkt u wel goed?’ Ik zeg: ‘Meissie, ik zorg goed voor m’n eigen.’’ Wijzend op het glaasje sinas voor haar op tafel: ‘Ze ziet me hier zitten met een drankje voor mijn neus. Dat staat er echt niet voor de sier, hoor.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant