De Venezolanen zijn grotendeels op elkaar aangewezen voor hulp na de dubbele aardbeving van afgelopen woensdag. In Caracas zie je overal motors rijden met grote zakken spullen achterop, richting de zwaarst getroffen gebieden.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
‘Ik ga hier niet weg totdat ik weet wat er met mijn vader is gebeurd.’ Voor de ruïne van een appartementengebouw in Caracas zit de 23-jarige Arianni Hidalgo. Over haar vader, José Hidalgo, heeft ze in de twee volle dagen die verstreken sinds de aardbeving in Venezuela niets gehoord.
‘Zelf was ik op de begane grond van het gebouw toen de aarde begon te schokken. Toen het voorbij was, hielp een buurman me om via het raam naar buiten te klimmen. Maar mijn vader was in ons huis op de vijfde verdieping. Ik weet niet hoe het nu met hem is.’
Reddingswerkers zijn nog altijd druk met het zoeken naar overlevenden. Tot nu toe werden er negen levenden onder het puin van dit gebouw vandaan gehaald, van wie er twee alsnog in het ziekenhuis overleden, en één dode.
Hidalgo ziet dat het aan alle spullen ontbreekt om het reddingswerk te kunnen doen. ‘Er zijn hier mondkapjes nodig, handschoenen, liefst werkhandschoenen. Veiligheidsbrillen, helmen, elke helm die er maar is en die bescherming kan bieden. En voedsel, al hebben we dat al wel volop gekregen.’
De inwoners van Caracas doen wat ze kunnen om elkaar te helpen. Over de straten scheuren motoren met grote tassen vol donaties achterop. Ze zijn op weg naar San Bernardino, El Paraíso, Los Palos Grandes en Altamira, de wijken die het zwaarst beschadigd raakten door de aardbeving.
Sommigen rijden door, over de bergkam, naar de noordelijke kustregio La Guaira. Dat is het hevigst getroffen gebied, met vele tientallen gebouwen die als blokkentorens in elkaar stortten. De Venezolaanse autoriteiten kondigden vrijdag aan dat ze de toegang tot La Guaira zouden blokkeren, omdat de chaos en het verkeer het zoek- en reddingswerk zouden hinderen.
De Venezolaanse parlementsvoorzitter Jorge Rodríguez, broer van interim-president Delcy Rodíguez, maakte vrijdag in de loop van de dag ook bekend dat het dodental op 920 stond. Een duizelingwekkende 51 duizend personen worden nog vermist. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zouden er tot wel 6,76 miljoen mensen geraakt kunnen zijn door de aardbeving, waarvan in Caracas alleen al 2 miljoen.
In het ziekenhuis Domingo Luciani in El Llanito, een oostelijke buurt van Caracas, komen de hulpgoederen intussen in rap tempo binnen. ‘Mijn hart breekt als ik al deze steun zie’, zegt een gynaecoloog die de donaties in ontvangst neemt en verdeelt over het ziekenhuis. Hij is zichtbaar geraakt.
Toch ziet de arts ook dat het aanbod niet helemaal strookt met de vraag. Veel mensen brengen voedsel en hele gekookte maaltijden binnen, maar dat is niet waar in het ziekenhuis de meeste behoefte aan is. Dat zijn namelijk medische producten: verband, handschoenen, wegwerpschorten, bedonderleggers, zeep.
Bovendien vertoont veel apparatuur – bloedddrukmeters, zuurstofmeters – slijtage of is kapot. Dat was al zo voor de aardbeving. Maar nu er zóveel patiënten tegelijk worden binnengebracht, is het gebrek aan werkende apparaten extra problematisch.
En ondertussen blijven de gewonden komen. Op de spoedeisende hulp en in de ziekenhuisgangen klinkt voortdurend geroep: ‘Aan de kant, noodgeval!’ Of: ‘Deze komt uit La Guaira!’
Er zijn mensen bij die weliswaar hun leven behielden, maar verder alles verloren. Zelfs de kleren aan hun lijf. Halfnaakt zitten ze op de spoedafdeling, wachtend tot iemand hen iets brengt om zich mee te bedekken.
Bij de ingang van het ziekenhuis drommen de mensen bijeen die niets liever willen dan dat: hun familieleden in de ogen kijken en voor hen zorgen. Ze speuren de lijsten met namen van binnengebrachte patiënten af, plus de afdeling waarop ze zich bevinden.
Een van de wachtenden buiten is Jonathan Castro. Hij is zelf een reddingswerker uit La Guaira, en zegt dat hij al heel wat mensen levend onder het puin vandaan heeft gehaald. ‘We zijn heel voorzichtig te werk gegaan’, vertelt Castro. ‘Je moet ontzettend oppassen dat je niet nog meer schade veroorzaakt, als je in het puin gaat graven.’
Een van de zwaargewonden die hij bevrijdde, bleek een familielid te zijn. Hij zou zich nu hier binnen moeten bevinden, in het ziekenhuis van El Llanito. Net als de andere wachtenden luistert Castro gespannen hoe het ziekenhuispersoneel de namen van de patiënten omroept door een megafoon. Dan kunnen ze naar voren komen om te horen hoe het met hun naasten gaat.
Met medewerking van Mariana Souqett
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant