Home

Opinie: Er is vaak iets in relatie tot mijn Joodse identiteit waardoor ik me aanpas

Joods zijn vandaag betekent voortdurend gereduceerd worden tot politieke symbolen: slachtoffer óf verlengstuk van Israël. Voor een complexe, geleefde identiteit blijft nauwelijks ruimte over.

Tijdens mijn master in New York hoorde ik mijn professor eens fluisteren: ‘Wist je dat de vrouw van Ziggy Marley een enorme zionist is?’

Ik was net met een studiegenoot binnengekomen om een vraag te stellen over een opdracht, en we raakten aan de praat over nieuwe films. Er was recent een Bob Marley-biopic uitgekomen, vandaar de opmerking over Ziggy Marley, de zoon van Bob Marley, en diens vrouw.

Wat me trof, was niet zozeer de mening zelf, maar de manier waarop die werd uitgesproken. Mijn professor sprak over Orly Marley – een Iraans-Joodse vrouw, geboren in Israël – op een toon die normaal gesproken is gereserveerd voor iets verwerpelijks, iets beschamends. Het woord ‘zionist’ viel in deze ruimte niet als een neutrale beschrijving, maar als een beschuldiging.

Natuurlijk is ‘zionist’ niet hetzelfde als ‘Jood’. Toch is zionisme voor veel Joden nauw verbonden met ideeën over veiligheid en zelfbeschikking. Juist daarom bleef dat moment hangen. Want wat werd hier eigenlijk veroordeeld?

Over de auteur

Nikki Veltkamp is afgestudeerd in internationale betrekkingen en is schrijver, met een focus op identiteit, internationale samenwerking en technologie.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Gereduceerd

Buiten het feit dat Orly Marley een trotse Iraans-Joodse vrouw is en in Israël is geboren, is er weinig uitzonderlijks aan haar publieke profiel. En misschien was het precies dat wat me ongemakkelijk maakte: het gevoel dat ze werd gereduceerd tot één label, dat zwaar beladen klonk – en dat onlosmakelijk leek verbonden aan haar Joods-zijn en herkomst.

Het gesprek vond plaats binnen een vak over dekolonisatie, waarin zionisme en dekolonisatie regelmatig als onverenigbaar werden gezien. Als student internationale betrekkingen had ik er geen probleem mee om debatten of gesprekken te horen over deze stelling. Integendeel, ik vind het belangrijk om dit soort discussies te voeren. Maar de manier waarop het woord ‘zionist’ die dag werd gebruikt, zonder verdere context of onderbouwing, voelde niet als een uitnodiging tot debat, maar als een moreel oordeel – gericht op een Joodse vrouw.

Het was een extreem warme, benauwde dag in New York, en na een van mijn lessen besloten we als klas iets te gaan drinken. Onze professor sloot zich bij ons aan en we hadden interessante gesprekken over de academische wereld, geopolitiek en de harde realiteit van publiceren. Een medestudent vroeg of hij ooit moeite had gehad om zijn werk gepubliceerd te krijgen.

Mijn professor antwoordde dat controversiële onderwerpen het lastig konden maken, vooral wanneer hij schreef over Israëlische militaire ontwikkelingen. Toen grapte hij: ‘Antisemiet genoemd worden? Op dit punt is het bijna een ereteken.’ Iedereen lachte. Ik niet.

Problematisch

Ik ging die avond naar huis met de vraag of die grap echt problematisch was, of dat ik te gevoelig was. Ik begreep wat hij probeerde te zeggen: dat kritiek op Israël in academische context snel kan worden weggezet als antisemitisch, en dat dat het publieke debat kan verstikken. Tegelijkertijd bleef er iets wringen. In een opleiding waarin antisemitisme zelden expliciet werd besproken – omdat het misschien niet goed paste binnen het meer ‘linkse’ denkkader – voelde deze opmerking alsof het onderwerp zelf werd gebagatelliseerd.

Het liet mij ook zien hoe zelden mensen zich uitspreken wanneer een opmerking niet goed voelt. Zelfs ik deed dat niet. Ik bleef stil en deelde mijn ongemak niet. Deze momenten bleven me bij, en ze beperkten zich niet tot academische ruimtes in de VS.

Toen ik terug was in Amsterdam, begon ik ook buiten de academische wereld meer gepolariseerde aannames op te merken. Mijn vriend zat in het bestuur van de eerste Joodse studentenorganisatie van de Universiteit van Amsterdam. Hun doel was simpel: een plek creëren voor Joodse studenten en culturele en sociale evenementen organiseren.

Afgelopen najaar hielp hij bij het organiseren van een groot feest waarbij meerdere Joodse studentengroepen in Amsterdam samenkwamen. Omdat het een Joods evenement was, was er vanwege veiligheidszorgen strenge beveiliging en controle bij de ingang nodig. Dat was niet ongebruikelijk. Maar het was de eerste keer in lange tijd dat ik een Joods sociaal evenement bijwoonde met zo’n zichtbaar niveau van beveiliging.

Geen spanning

Toen ik in New York woonde, ging ik in mijn eerste maand naar een groot Rosj Hasjana-feest op de Lower East Side. Het was uitgebreid gedeeld op sociale media. Er was beveiliging, natuurlijk, maar ik voelde geen enkele spanning om erheen te gaan. Dat was ook slechts enkele weken vóór 7 oktober 2023.

Terug in Amsterdam, de avond vóór het studentenfeest, vertelde ik een goede vriendin over de noodzaak van beveiliging. Haar eerste reactie was verbazing. ‘Wat zonde’, zei ze, ‘dat er zoveel beveiliging nodig is voor een feestje omdat ze bang zijn dat er protesten komen.’ Ik corrigeerde haar. ‘Het gaat niet om protesten. Het gaat om veiligheid. Joodse evenementen en locaties krijgen regelmatig bedreigingen.’

Toen vroeg ze: ‘Maar neemt deze studentenorganisatie een standpunt in over Israël en Gaza?’ Ik antwoordde dat dat niet het geval was, in ieder geval niet expliciet. Ze hadden zich wel uitgesproken tijdens protesten op de universiteit, maar hun primaire doel was gemeenschapsvorming, niet politieke uitingen.

Pas later besefte ik hoeveel haar vraag eigenlijk onthulde. Waarom zou een Joodse studentenorganisatie in Amsterdam überhaupt een standpunt moeten innemen over Israël en Gaza? Omdat alles wat Joods is automatisch verbonden moet zijn met Israël?

Positie nemen

In dit klimaat worden Joden zelden los gezien van Israëlische politiek. Van ons wordt verwacht dat we positie innemen, onszelf uitleggen en impliciet verantwoording afleggen voor de daden van een regering waar we geen controle over hebben. Als deze verwachtingen mijn publieke interacties vormden, werden ze in mijn gesprekken met dierbaren nog sterker.

Afgelopen zomer veranderde er iets voor mij, toen ik me steeds meer heen en weer getrokken voelde tussen gepolariseerde wereldbeelden, ook in familiesferen. Ik was op een prachtige familievakantie in Italië – zo’n week die moeiteloos voelt: goed eten, lange diners en zeker te veel wijn. Op mijn laatste avond, na een barbecue, waren de meesten al naar bed. Ik bleef buiten zitten met een paar familieleden.

Opeens kreeg ik een nieuwsnotificatie: Vladimir Poetin zou naar de VS reizen voor ‘vredesgesprekken’ met Donald Trump over Oekraïne. Als net afgestudeerde in internationale betrekkingen bracht ik het ter sprake uit pure interesse. Het gesprek verschoof binnen een minuut naar Gaza.

Een van mijn familieleden, enigszins aangemoedigd door de wijn, zei dat ik de situatie vanuit een ‘woke standpunt’ bekeek. Ik probeerde zowel mijn ethische als academische redenen uit te leggen waarom ik vond dat Palestijnen niet collectief zouden moeten lijden voor 7 oktober.

Te empathisch

We hadden al vaker dit soort gesprekken gevoerd, maar deze keer voelde ik de behoefte om iets meer tegengas te geven. Plotseling stond ik alleen tegenover drie mensen in een gesprek dat snel verhardde. Ze zeiden dat ik niet genoeg bewijs had, dat ik te empathisch was met de andere kant, en dat ik te emotioneel was, zeker gezien het feit dat ik geopolitiek vijf jaar had gestudeerd: ‘Wat? Hebben ze je niet geleerd hoe je goed moet debatteren?’

Die laatste opmerking deed pijn. Ik gaf toe dat ik zeker niet alle antwoorden heb op een conflict dat zo complex is, want als dat zo was, was het conflict allang opgelost. Maar zelfs dat leek niet voldoende.

Wat me het meest trof, was niet alleen het meningsverschil, maar hoe snel nuance verdween. Op het moment dat ik hun perspectief uitdaagde, verstarde het gesprek. Ja, we hadden allemaal te veel gedronken. Maar het liet me achter met een blijvend gevoel van eenzaamheid.

In mijn links georiënteerde academische omgeving had ik vaak het gevoel dat ik de complexiteit van mijn gevoelens over Joods-zijn en mijn behoefte aan meer nuance in discussies over Gaza niet volledig kon uiten. Thuis bij mijn familie kon ik het onderwerp inmiddels helemaal niet meer veilig aansnijden zonder oordeel.

Veilig gesprek

In beide omgevingen voelde iets essentieels onbereikbaar. De essentie van een veilig gesprek. Eentje waarin ik volledig mezelf kan zijn. Na verloop van tijd beïnvloedden deze momenten niet alleen gesprekken, ze begonnen ook mijn zelfbeeld te vormen.

Een paar weken geleden las ik een column van de Nederlandse schrijfster Kitty Herweijer. Ze schreef over haar wens om haar pasgeboren dochter een positief gevoel van de Joodse identiteit mee te geven, terwijl ze zelf worstelt met groeiend pessimisme over antisemitisme.

Die gedachte bleef bij me hangen. De laatste tijd vind ik het steeds lastiger om mijn Joodse identiteit met iets positiefs te associëren. Dat vind ik moeilijk om toe te geven. Soms schaam ik me er zelfs voor.

Sinds 7 oktober is mijn relatie tot mijn Joodse identiteit verstrengeld geraakt met externe druk en interne conflicten. Een deel daarvan komt van binnenuit – maar veel wordt gevormd door de constante ruis om me heen: vrienden, familie, collega’s, sociale media.

Aanpassen

Het wordt moeilijk om te scheiden wie ik ben van wat ik geacht word te vertegenwoordigen, of dat nu is als Jood, als Nederlander of als student internationale betrekkingen. Het resultaat is dat ik onbewust niet helemaal mezelf ben op veel sociale momenten. Er is vaak iets in relatie tot mijn Joodse identiteit waardoor ik me aanpas: meestal zorgt het ervoor dat ik net iets meer terughoudend ben in hoe ik me uit.

Ik denk dat deze worsteling niet alleen persoonlijk is, maar ook iets breders weerspiegelt over identiteit en polarisatie in deze tijd. Mijn vriend werkt op een van de weinige Joodse scholen in Nederland. Elke dag wordt het gebouw zwaar bewaakt. Schiphol is er niks bij. Bedreigingen zijn een terugkerende realiteit, al lang vóór de spanningen van de afgelopen twee jaar.

En toch lijken de kinderen daar een vreugdevol Joods leven te leiden. Ze vieren feestdagen, beoefenen tradities en groeien op met een sterk gemeenschapsgevoel. Voor hen is de beveiliging normaal.

In Nederland worden Joden niet als ‘gewoon’ gezien. We vormen slechts 0,3 procent van de bevolking. Wanneer ik aan vrienden vertel dat ik Pesach vier, krijg ik vaak verwarde reacties omdat ze eigenlijk geen idee hebben wat dat is. Ik vind het niet erg om uit te leggen – integendeel, ik doe het graag – maar het zegt wel iets over wat de gemiddelde persoon in Nederland weet over Joods zijn.

Ik merk ook dat mijn vrienden terughoudend kunnen zijn in vragen stellen. Ik denk omdat ze ook een onbewuste spanning voelen rondom het ‘Joods zijn’.

Weinig ruimte

Voor veel Nederlandse mensen wordt Joodse identiteit vandaag teruggebracht tot twee referentiepunten: de Holocaust en, nu, Israël. Daartussen is er weinig ruimte. En met toenemend antisemitisme en de voortdurende oorlog in Gaza lijkt die ruimte alleen maar kleiner te worden. Joden worden gezien als slachtoffers van de geschiedenis, óf als verlengstukken van een staat.

Ergens in die tegenstelling verdwijnt de mogelijkheid om simpelweg Joods te zijn: complex, tegenstrijdig en menselijk.

Als vierde generatie na de Holocaust ben ik opgegroeid met het bekende intergenerationele trauma. Door dat trauma heb ik veel van het ‘normale’, alledaagse Joodse leven gemist. Ik groeide op met de kennis van wat mijn familie heeft doorstaan, en met een beperkte basis van Joodse tradities en cultuur. Pas toen ik naar de VS verhuisde, ontdekte ik hoe zichtbaar en vanzelfsprekend Joods leven ook kan zijn.

Hoewel antisemitisme en polarisatie juist toenamen in de periode dat ik in New York woonde, heb ik me nergens vrijer gevoeld als Jood dan daar. Met alle spanningen en politieke tegenstellingen in Amerika blijft het een plek waar mensen van uiteenlopende achtergronden in grote aantallen samenleven – zeker in een stad als New York.

Antisemitisme

Ik ben niet per se bang dat openlijk antisemitisme het Joodse leven vandaag zal doen verdwijnen. Joden leven al eeuwen met wisselende golven van antisemitisme. Waar ik wel bang voor ben, is de toenemende polarisatie in alledaagse gesprekken, gekoppeld aan de politiek rond Israël. Die lijkt ertoe te leiden dat steeds meer Joden zich terugtrekken in kleinere gemeenschappen waar ze zich het meest veilig voelen – zeker in Nederland, waar Joden toch al snel als ‘anders’ worden gezien.

Tegelijkertijd ken ik ook veel Joden die zich juist niet volledig thuis voelen binnen die gemeenschappen, omdat ze niet weten met wie ze hun politieke zorgen of hun kritiek op Benjamin Netanyahu kunnen delen.

Het echte gevaar van deze polarisatie is niet alleen een meningsverschil. Het is de uitholling van het gewone Joodse leven. Er kleven vandaag al genoeg negatieve associaties aan het Joods-zijn: we worden neergezet als óf slachtoffers van de geschiedenis, óf vertegenwoordigers van een staat.

En daarin schuilt het werkelijke verlies. Niet alleen politiek conflict, maar het stille verdwijnen van iets veel eenvoudigers – de mogelijkheid om te bestaan als Joden zonder uitleg, zonder rechtvaardiging en zonder voortdurend gereduceerd te worden tot iets anders.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next