De verwoestingen die Israël aanricht in het Midden-Oosten dreunen door in de Amerikaanse politiek, vooral onder de Democraten. Waar donaties van pro-Israëlische lobbygroepen vroeger welkom waren, kunnen ze kandidaten nu de kop kosten.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.
Twee New Yorkse vijftigers deden afgelopen week een gooi naar een zetel in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden: beiden Democraat, progressief en Joods. En beiden wilden ze Brooklyn en Manhattan vertegenwoordigen, het 10de district van New York. Hun belangrijkste verschil: de een noemt de etnische zuivering van Palestijnen door Israël ‘een genocide’, de ander houdt het bij ‘een oorlog’.
En dat verschil, blijkt telkens opnieuw tijdens de Democratische voorverkiezingen, kan bepalend zijn voor winst of verlies. Steeds vaker vormt Israël een scheidslijn voor Amerikaanse kiezers aan de linkerkant. Dinsdag versloeg Brad Lander zittend Congreslid Dan Goldman, die vele miljoenen meer had uitgegeven aan zijn campagne, maar weigert te spreken van ‘genocide’.
In het verleden zouden kandidaten die hun steun uitspreken aan Israël, of geld krijgen van de machtige pro-Israëlische lobby, daar tijdens (voor)verkiezingen hun voordeel mee doen. In New York bleek het deze week een nadeel te zijn geworden.
‘We kunnen niet blijven betalen voor de oorlogen die Netanyahu voert met ons belastinggeld’, zei Lander tijdens zijn overwinningstoespraak. Hij kreeg 66 procent van de stemmen. Goldman, die donaties ontvangt van pro-Israëlische organisaties, droop af met 34 procent.
Al zestig jaar lobbyt het American Israel Public Affairs Committee (Aipac) in Washington voor de belangen van Israël. Hoe kritischer Amerikanen worden op dat land, hoe meer geld zij uitgeven aan de campagnes van kandidaten die een pro-Israëlisch geluid laten horen. Politieke actiegroepen gelieerd aan Aipac staken dit jaar al zo’n 38 miljoen dollar in campagnes van kandidaten verspreid door het land. In Utah, Maryland en Illinois wonnen kandidaten die steun ontvingen de voorverkiezingen.
Het Israëlische geweld in het Midden-Oosten is in veel lokale campagnes een thema. In New Jersey, Pennsylvania en Illinois vallen kandidaten elkaar aan op hun Israëlstandpunt. Zo ook bij de diverse voorverkiezingen in New York, de stad met de grootste Joodse diaspora buiten Israël, waar een op de acht inwoners Joods is.
‘Free Palestine!’, klonk het op het overwinningsfeest van de jonge Democraat Darializa Chevalier, kandidaat in het 13de district, dat onder meer Harlem en de Bronx omvat. De Israël-kritische activist versloeg Adriano Espaillat, een zittend Congreslid met decennialange politieke ervaring. Chevalier nam geen cent aan van de Israëllobby, Espaillat meer dan een half miljoen dollar.
In een ander New Yorks district won Claire Valdez. Zij versloeg een tegenkandidaat die ook kritisch is op Israël, maar volgens sommigen niet snel genoeg het woord ‘genocide’ had gebruikt. ‘We zullen ons verzetten tegen de genocide, weigeren mee te werken aan apartheid en ons geld gebruiken om hier levens te verbeteren in plaats van ze in het buitenland te vernietigen’, zei Valdez na het bekend worden van de uitslag. ‘Fuck Aipac!’, riepen haar opgetogen aanhangers op het feest.
‘De publieke opinie is veranderd’, zegt politicoloog Alexander Furnas van Northwestern University in Illinois, die onderzoek doet naar de invloed van lobbygroepen in de politiek. ‘Geld ontvangen van pro-Israëlclubs is een politiek symbool geworden dat niet aansluit bij de voorkeur van veel kiezers.’
De afgelopen jaren zijn met name Democratische kiezers kritischer geworden op de enorme militaire steun aan Israël (in 2025 nog zo’n 3,7 miljard dollar). Uit een recente peiling van The New York Times in samenwerking met Siena College blijkt dat 60 procent van de Democraten sympathiseert met de Palestijnen, tegenover 15 procent met Israël. Kort na de Hamas-aanval van 7 oktober 2023, toen de krant de stemming ook peilde, had 34 procent van de Democraten meer sympathie voor Palestijnen, tegenover 31 procent voor Israël. 68 procent van de Democraten is op dit moment tegen meer economische en militaire steun aan Israël.
‘De belangen van pro-Israëllobbygroepen zijn voor veel kiezers niet langer te verenigen met die van henzelf’, zegt politicoloog Jennifer Victor van de George Mason University in Virginia. ‘Ik verwacht dat de weerstand tegen Aipac de komende tijd nog groter zal worden.’
De gematigde top van de Democratische Partij is bezorgd over deze ontwikkeling. Zowel Hakeem Jeffries, fractievoorzitter in het Huis van Afgevaardigden, als Chuck Schumer, leider van de Democraten in de Senaat, heeft geld ontvangen van Aipac.
Onlangs wees de Californische gouverneur Gavin Newsom, die in 2028 mogelijk een gooi zal doen naar het presidentschap, een donatie van Aipac af. Hij voegde zich daarmee in het progressieve kamp van senator Bernie Sanders en Congresleden als Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Alexandria Ocasio-Cortez, als ook de New Yorkse burgemeester Zohran Mamdani, die Aipac ‘monsters’ noemt.
Hoewel de grootste verschuiving bij Democraten plaatsvindt, verandert er ook bij de Republikeinen wel iets. De helft van de Trump-stemmers onder de 35 jaar vindt dat de VS meer afstand moeten nemen van Israël, volgens een peiling van nieuwssite Politico. Ook aan Republikeinse kant zijn er kandidaten die hebben bedankt voor campagnedonaties van de Israël-lobby. Zo zei Niki Conforto uit Illinois tegen Arab News dat ze ‘niet te koop’ is.
Twee maanden later won ze de voorverkiezingen in haar district. In november neemt ze het op tegen haar Democratische tegenkandidaat Sean Casten, zittend Congreslid, die vier jaar geleden al donaties van Aipac terugstortte, uit vrees dat hij het anders niet ver zou schoppen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant