is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
De ontlading als iemand een grap maakt die te ver gaat, en iedereen lacht mee, is een gevoel dat met weinig anders is te vergelijken. In privékring krijg je dat nog wel voor elkaar. Maar publiekelijk?
De vraag wat voor grappen we als samenleving aankunnen – of willen – speelt weer, nu blijkt dat niet alle tv-programma’s zomaar te zien zijn in de onlineschatkamer van Beeld en Geluid. De producent van Dit was het nieuws heeft er afleveringen uit laten halen met onder meer als argument dat ‘vroeger heel veel dingen wel konden die nu niet meer kunnen’. Het bedrijf vreest dat ‘dingen uit hun verband worden gerukt’.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En Paul de Leeuw zei in De Telegraaf: ‘Mijn oeuvre zit er nog niet bij, omdat ik wil dat bij dat soort fragmenten een toelichting komt. Ik heb geen zin om mij doorlopend te moeten verantwoorden voor sketches van 30, 35 jaar geleden.’
Iedereen van wie je dat zou verwachten, deed diep verontwaardigd. Zelf dacht ik ook: hier gaat iets verloren. Het was begin jaren negentig dat De Leeuws alter ego Bob de Rooij veelvuldig het n-woord door de huiskamer van een vriendelijk Surinaams gezin slingerde. Je zou het niet meer maken, met goede reden, maar moet de morele stofkam er met terugwerkende kracht doorheen?
De ongepaste grap is eigenlijk een vertrouwenstest voor een gezelschap. Of voor een maatschappij: wat gebeurt hier, trekken we dit? En als je dan om je heen kijkt en ziet dat de rest mee is, dan betekent het dat je je allemaal blijkbaar veilig voelt. En onbelemmerd. Dat geeft een kick.
Vergelijk het met een survivaltocht. Niet louter aangenaam, maar als je die samen hebt volbracht, zijn grenzen verlegd, is een band gesmeed en volgt de euforie.
Geschiedschrijving zegt misschien het meest over de tijd waarin die plaatsvindt en niet over de geschiedenis die wordt beschreven. In de jaren negentig konden we mild en meewarig terugblikken op achterhaald materiaal uit decennia daarvoor, omdat we meenden in een periode van vooruitgang te leven. Gelukkig hadden we die truttigheid en benauwdheid voor altijd achter ons gelaten!
Op dit moment ervaren veel mensen juist achteruitgang. Dan kijk je niet naar iets onprettigs uit het verleden met opluchting, maar met de vrees om erin terug te worden geduwd. Het zou ook raar zijn om te doen alsof we in een tijd van uitsluitend enorme politieke correctheid leven. Die beweging is er, maar tegelijk is er de opleving van racisme, misogynie en homofobie. Zijn foute, oude grappen dan wel onschuldige museumstukken?
Zelfs het aloude adagium dat harde grappen goed zijn zolang er omhoog wordt getrapt in plaats van naar beneden, lijkt tegenwoordig niet bruikbaar. Want wat is ‘omhoog’ wanneer iedereen, ook de traditionele meerderheidsgroep, zich beschimpt en bedreigd voelt?
In dit mijnenveld ben ik al een tijd geïntrigeerd door de Amerikaanse komiek Matt Rife. Twintig miljoen volgers op TikTok en elf miljoen op Instagram, en onlangs te zien in de Ziggo Dome. Hij zet mensen in het publiek te kakken, gaat daarbij over elke denkbare grens – of het nu gaat over ras, beperking, seksualiteit, uiterlijk of getroebleerde familiegeschiedenis – en lijkt daarbij die ontspanning te bereiken.
Helemaal vrij van controverse is hij niet. Op een grap over huiselijk geweld volgde drie jaar geleden een storm van kritiek. Dus zijn werk is niet ieders smaak – ik lig ook niet doorlopend dubbel. Maar hij lijkt acceptabel voor een groot en breed publiek. En niet ondanks het feit dat stukjes uit zijn voorstellingen viral gaan, nee, doordát dat gebeurt.
Het scheelt dat zijn slachtoffers zich vaak zelf voor een beurt aanmelden tijdens de show. Maar misschien is de voornaamste truc wel dat hij op alle gevoeligheden reageert door niet minder ver te gaan, maar extra ver. Een jongen van 18 heeft een maand geleden zijn vader verloren? Dat is materiaal.
En dan is hij ook nog een witte heteroman met een goddelijk lichaam die minderheden op de korrel neemt en mensen pakt op hun uiterlijk. Zo misplaatst dat het bevrijdend wordt?
In NRC zei hoogleraar radio- en tv-geschiedenis Joke Hermes dat de toegenomen alertheid op grensoverschrijdingen komt doordat we als kijkers emotioneel veel intelligenter zijn dan vroeger. We kunnen meer verhaallijnen aan, we kennen meer perspectieven.
De moderne grove grap moet misschien dus wat ingewikkelder in elkaar zitten. Rifes stijl is een wisselbad: ad rem, empathisch en ronduit flauw.
Wat je vaker ziet: gewoon iets lulligs zeggen over anderen tegen mensen die het toch al met je eens zijn en de daaropvolgende verontwaardiging aanvoeren als bewijs dat je edgy bent geweest. Maar de beste grove grap is geen bekrachtiging van iets dat je publiek toch al vond. Die lost verwachtingen niet in, maar speelt ermee en brengt mensen naar plekken waar ze uit zichzelf nooit heen waren gegaan. Om dát te doen in deze oneindig complexe rottijd, om mensen die onderling sterk verschillen te laten lachen om dezelfde provocatie, moet je van goeden huize komen.
God weet dat we het kunnen gebruiken. Het waarderen van een grap die te ver gaat, zeker wanneer je het onderwerp bent, is de ultieme vorm van jezelf niet serieus nemen. En de mens, zeker de Nederlander anno 2026, mag wel wat vaker op de absurde en deerniswekkende inwisselbaarheid van zijn gedachtetjes en gevoelentjes worden gewezen. Ik wens ons heel slimme komieken toe.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.