Het Nederlands elftal bereikt donderdag een bijzondere mijlpaal. Precies twintig jaar is geen duel in de reguliere speeltijd verloren op het WK. Het ging een paar keer mis, maar dat was na verlenging of met strafschoppen.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Over het Nederlands elftal zijn tal van interessante, lovende statistieken te melden, al zijn ze ook ietwat frustrerend te noemen. Alle drie WK-finales met Oranje gingen verloren. Dat kun je ook positief bekijken. Van de 48 deelnemers aan het huidige WK hebben slechts vijf landen überhaupt drie finales of meer gehaald: Brazilië, Argentinië, Duitsland, Frankrijk en Nederland.
Nog zo’n feit: donderdag is het 25 juni, voor datumfetisjisten een bijzondere dag in het voetbal. Het is de datum van de WK-finale in Buenos Aires in 1978, verloren van Argentinië. Ook van de enige toernooiwinst, de Europese titel in Duitsland (1988), en tevens van de schoppartij in Neurenberg in 2006, de laatste keer dat Oranje binnen negentig minuten verloor op een WK. Met 1-0, van Portugal.
Cristiano Ronaldo was nog jong, en hij kreeg zo’n schop van Khalid Boulahrouz dat hij het veld moest verlaten. Scheidsrechter Valentin Ivanov gaf zestien gele kaarten in een beschamende vertoning, waarbij vier spelers rood kregen, na twee keer geel. Te hard gevoetbald? Welnee, vond Mark van Bommel. Spelers keken hoe ver ze konden gaan bij de scheidsrechter, en deze arbiter was volgens hem niet voor zijn taak berekend. Hoe het ook zij: de wedstrijd was een dieptepunt in de historie van Oranje.
Sindsdien is er niet meer verloren binnen negentig minuten, al 21 duels op rij. Is dat een zinnige statistiek? Ja, want die zegt iets over de gemiddelde kracht van Oranje. Daar win je niet zomaar van. Anderzijds is het een onzinnige constatering, want voetbal in toernooivorm gaat ook om een eventuele verlenging winnen, of een reeks strafschoppen, en dat lukte niet tegen Spanje (2010), tegen Argentinië (2014) en nog eens tegen Argentinië (2022). Tussendoor ontbrak Nederland op het WK van 2018.
Toch zijn het ritme en de veelzijdigheid van de reeks ‘niet verloren na negentig minuten op het WK’ indrukwekkend. Achtereenvolgens: Denemarken, Japan, Kameroen, Slowakije, Brazilië, Uruguay, Spanje, weer Spanje, Australië, Chili, Mexico, Costa Rica, Argentinië, Brazilië, Senegal, Ecuador, Qatar, Verenigde Staten, Argentinië, Japan en Zweden.
Nederland kan de hele wereld aan. Exclusief twee strafschoppenreeksen is sinds de WK-finale van 2010 in veertien duels niet verloren. Dat is een record. In groepsduels dateert de laatste nederlaag zelfs van 1994 tegen België (sindsdien achttien groepsduels ongeslagen). Dat is ook een record.
Een oude, ongeschreven wet zegt dat na elke mislukking het moment dichterbij komt dat het wel lukt. Dus als spelers anno 2026 de vraag krijgen of ze wereldkampioen kunnen worden, zeggen ze volmondig ja. Hoezo dan? Nooit gewonnen. Waarom zou dat nu wel lukken, wetende dat de ploeg gemiddeld nooit zo goed was in strafschoppen en de weg naar het goud nog één knock-outwedstrijd meer behelst dan voorheen?
‘Ik geloof daar oprecht in’, zegt de geboren optimist Denzel Dumfries in Kansas City, en alleen al om zijn gulle lach wil je hem graag geloven. Tunesië, op donderdag 25 juni dus – al is in Nederland de 26ste dan al begonnen, vanwege de aftrap om 01.00 uur –, is een soort tussendoortje, vooral bepalend voor de eindstand in de groep. Eerste of tweede, vrijwel zeker. Naar Monterrey in Mexico of opnieuw naar al dat oranje op de tribunes in Houston. Tegen Marokko of Brazilië.
Om in de categorie van prestaties te blijven. Marokko behaalde met de vierde plaats van vier jaar geleden het beste Afrikaanse resultaat in de WK-geschiedenis. Brazilië is de recordkampioen met vijf titels. Maar dat perspectief schrikt niet af. Dumfries: ‘Op de voorgaande toernooien hebben we naar behoren gepresteerd. Ik geloof dat deze groep echt iets kan bereiken. Alles moet dan wel kloppen, alles moet net goed vallen.’
Dumfries is gemiddeld gesproken de beste international van de laatste toernooien. Als jongen uit Barendrecht beweerde hij altijd dat hij prof zou worden, en nu is hij zo ver gestegen in de hiërarchie van het topvoetbal dat hij stoïcijns blijft en geen commentaar geeft op zijn aanstaande transfer naar Real Madrid. Hij laat fabelachtige cijfers noteren, zeker voor een aanvallende rechtsachter: 74 interlands, 11 goals, 20 assists. De dienaar is een meester, zeker qua cijfers. ‘Nog vijf assists minder dan Johan Cruijff’, houdt een verslaggever hem voor.
Wat hem meer deugd doet, een doelpunt of een assist? Kijk, hier is uw dienaar: ‘Een assist, want dan zijn de aanvallers ook blij.’ Hij praat over allerlei belangrijke teamaspecten, hetgeen iets zegt over de saamhorigheid binnen de selectie. Als voorbeeld noemt hij de wisselwerking op de rechtervleugel. ‘Het is altijd een samenwerking. We proberen samen tot gevaar te komen. Hoe kan ik de buitenspelers in hun kracht brengen? Dan is het niet belangrijk of ik de assist geef. Het is belangrijk dat we doelpunten maken en dat we elkaar in de beste posities brengen.’
Dumfries, over de nabije toekomst: ‘Hopelijk duurt het toernooi lang en heeft iedereen zijn rol.’ En: ‘We zijn als Nederland van nature gewend om vooruit te verdedigen. Af en toe moeten we ook zakelijk inzakken en de linies kort op elkaar houden. Soms lopen we net een stapje uit positie en geven we ruimte weg waardoor tegenstanders gevaarlijk worden.’ Doelstellingen: ‘Nog beter verdedigen als team. Tot nog meer kansen en doelpunten komen.’
‘We hebben veel kwaliteit in de aanval’, zegt hij ook, naar aanleiding van vijf doelpunten tegen Zweden, terwijl in voorgaande interlands juist bleek dat Oranje moeilijk scoorde. Maar alles is een momentopname en op dit moment is het goed om het positieve gevoel te laten nestelen. ‘De onderlinge moed is goed, er komt energie in het elftal.’
Ze lachen veel samen, ze dansen in de gym. ‘We hebben veel geloof in onze groep.’ Maar of dit het beste Oranje is waarin hij speelde, moet blijken. Dat is afhankelijk van de uiteindelijke prestatie. Zo werkt het nu eenmaal in de sport. ‘We hebben een heel goede groep. Iedereen is erg betrokken. We hebben met elkaar meerdere eindtoernooien gespeeld.’
WK 2010 6x gewonnen, 1x gelijk in de finale (verloren in de verlenging met 1-0 van Spanje)
WK 2014 5x gewonnen, gelijk in de kwartfinale (gewonnen met strafschoppen van Costa Rica), gelijk in de halve finale (verloren met strafschoppen van Argentinië), gewonnen met 3-0 in de troostfinale van Brazilië
WK 2022 3x gewonnen, 1x gelijk in de poulefase, gelijk in de kwartfinale (verloren na strafschoppen van Argentinië)
WK 2026 1x gewonnen, 1x gelijk
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant