Tijden van grote tekorten in de zorg zijn niet altijd te voorkomen. Maar de verantwoordelijkheid voor een rechtvaardige verdeling van de zorg is geen zaak van individuele zorgverleners, maar van ons allemaal.
De parlementaire enquête over corona is in volle gang. De Volkskrant schreef na het verhoor van voormalig OMT-lid en ic-arts Diederik Gommers over een fikse ruzie in het Catshuis over wie waarover moest beslissen. De maximale leeftijd van personen die behandeld mochten worden bij een tekort aan ic-bedden, daar ging het kabinet volgens Gommers niet over. ‘Wij maken die keuzes naar eer en geweten. Laat dat over aan de professionals.’
Grote rolverwarring tussen zorgverleners op de werkvloer en ambtsdragers op landelijk niveau past in een pijnlijke trend in onze omgang met schaarste in de zorg. Het beleidsdenken over schaarste in de zorg schiet tekort, en lessen trekken uit de coronapandemie wordt dan knap lastig.
Over de auteurs
Shanti Bolt en Martine de Vries zijn beiden ethicus bij het Centrum voor Ethiek en Gezondheid.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Al tijdens (en zelfs vóór) de pandemie verschenen rapporten vanuit adviesorganen voor regering en parlement. Over crisisbestrijding, over de houdbaarheid van de zorg, over voorbereid zijn, over brede waardenafwegingen. Deze lessen verdwenen na afloop van de pandemie als sneeuw voor de zon van de politieke agenda. Zo ook het rapport Code Rood van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG), waarin gesteld wordt dat we ons blindstaarden op code zwart voorkomen, terwijl ook in het scenario code rood een landelijk gedragen rechtvaardige prioritering van patiënten nodig is. Die prioritering ligt er nog steeds niet.
Het wegkijken bij het maatschappelijke vraagstuk hoe om te gaan met acute en structurele schaarste in de zorg legt de morele last van het probleem op het bord van individuele zorgverleners. Sommige zorgverleners houden het blijkbaar ook graag daar, op hun eigen afdeling. Maar wanneer het hele land op slot moet om die afdeling draaiende te houden, is het onbegrijpelijk om van moeilijke keuzes bij zorgschaarste geen politiek-maatschappelijk vraagstuk te maken.
Den Haag mag niet worden ontslagen van haar verantwoordelijkheid om keuzes te maken over prioriteiten, de verdeling van zorg en wat aanvaardbare in plaats van optimale kwaliteit van zorg is, terwijl individuele zorgverleners beslissen en verantwoorden voor wie er wel en geen plek is in de zorg. Want eerlijk is eerlijk: de zorg staat onder druk, tijdens corona, maar ook nu.
Tijdens de situatie van code rood is bij gebrek aan landelijke besluitvorming willekeur ontstaan ten aanzien van welke patiënten wel of geen zorg kregen, zo blijkt uit de verhalen van artsen vorige week in Nieuwsuur. De ene zorgverlener gebruikte leeftijd als selectiecriterium, de andere hoeveel opgestapelde gezondheidsproblemen een patiënt al had. Soms werd wel en soms toch maar niet doorgestuurd naar het ziekenhuis uit angst voor krapte daar. Zulke willekeur leidt tot een onrechtvaardige verdeling bij schaarste.
Destijds leek die situatie onvermijdelijk. Niemand wilde Italiaanse toestanden, met patiënten op gangen en voor deuren van ziekenhuizen. Onder enorme druk deden zorgprofessionals wat zij konden om de beschikbare zorg zo eerlijk mogelijk te verdelen. Dat verdient respect.
Juist daarom is het problematisch dat de morele last van deze keuzes nog steeds vrijwel volledig bij individuele zorgverleners terechtkomt. Terwijl schaarste in de zorg een maatschappelijk en politiek vraagstuk is, dragen verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders, artsen en andere professionals de last van schuldgevoelens en gewetensbezwaren over de keuzes die zij ten aanzien van patiënten moeten maken. In het CEG-rapport ‘Ik kom zo bij u…’ klinkt de duidelijke oproep van geïnterviewde zorgverleners onder druk door personeelstekort: dicht de kloof tussen de mensen op de werkvloer en leidinggevenden, zorgbestuurders, politiek en beleid.
Grondig publiek debat over de toekomst van de zorg is nodig, want schaarste aan zorgpersoneel is niet tijdelijk, maar structureel. Dat vraagt om beleid dat niet primair steunt op het oprekken van individuele zorgverleners in het systeem, maar dat het systeem aanpast zodat sprake is van een rechtvaardige verdeling van wat er wél is.
Tijden van grote tekorten in de zorg zijn niet altijd te voorkomen. Maar we kunnen als maatschappij wel gezamenlijk afgewogen keuzes maken en daar gezamenlijk de consequenties van dragen. Alleen vanuit dat vertrekpunt, met de nodige rolvastheid, is het brede maatschappelijke gesprek mogelijk over wat er nú nodig is.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant