Home

Iedereen was 20, bloedmooi, gekleed in string en naaldhakken, en overduidelijk Latijns-Amerikaans. Wij niet

is columnist voor de Volkskrant

Het was maar weer een bewijs dat de sociale media een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Al maanden werd mij door Instagram verteld dat midlife-moeders massaal fan waren geworden van Bad Bunny, de internationale Puerto Ricaanse superster, dus ik voelde me helemaal niet raar over het feit dat ik ook fan was.

Ik zag immers constant filmpjes van vrouwen van – zeker – mijn leeftijd die Bad Bunny tijdens een concert hadden gefilmd terwijl hij zijn onderscheidende dansbewegingen in loszittende sportbroek maakte, waar ze dan ‘BOOM! PREGNANT’ als bijschrift onder hadden gezet.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik ben 51, ook fan, en had dus niets om me voor te schamen. Samen met een vriendin van mijn leeftijd kocht ik veel te dure kaarten voor Bad Bunny’s concert in Arnhem en stapte in de pendelbus naar het stadion.

BOOM! OUD. Dat was het gevoel – of nee, feit – dat ons beiden in die pendelbus overviel. Iedereen was 20, bloedmooi, gekleed in string en naaldhakken, en overduidelijk Latijns-Amerikaans of daarvoor door kunnende gaan. Wij niet.

Eenmaal in het stadion kregen wij als oudsten ongevraagd hulp: een meisje in witte mini-jurk stevende op ons af bij de lange rij voor de wc’s en zei: ‘Daar zijn rustigere toiletten.’ We maakten gebruik van haar barmhartigheid.

Het concert begon, en alle jonge mensen die elk woord van Bunny in keihard Spaans meezongen, hadden geen tijd om de twee ouderen op te merken, laat staan uit te lachen.

‘Hij heeft hele rode wangetjes, zie je dat’, schreeuwde mijn vriendin na een tijdje in mijn oor. ‘Het is de hitte!’, schreeuwde ik terug. ‘Maar zijn neus is ook rood!’, schreeuwde zij. ‘Ik denk dat hij vandaag te lang in de zon gezeten heeft.’

We dansten verder en zongen alles fonetisch mee. Bunny verplaatste zich naar een podium vlak bij ons, waar hij op het dak van een nephuisje vele liedjes zong in een oranje jack en shorts.

‘Dat is denk ik polyester!’, schreeuwde ik tegen mijn vriendin. ‘Warm!’ Hij kwam van het dak af en begon, fan voor fan, alle mensen op de voorste rij te knuffelen. ‘Hij moet wel oppassen dat hij zo geen griep oploopt!’, gilde ik over de muziek heen.

Weer een wissel van podium en kostuum: voor de finale droeg Bunny een bruine, lederen bontmuts, een winterjas en dikke witte handschoenen, type tuinhandschoen. ‘God...’, prevelde mijn vriendin alleen maar. ‘Ik denk dat hij een icepack in zijn muts heeft’, zei ik om haar gerust te stellen.

Na het concert liepen we het stadion uit en werden staande gehouden vanwege een lange stoet geblindeerde auto’s die wegracete: Bunny en entourage, dat wisten we zeker. ‘Ik hoop dat zijn hotel lekker dichtbij is’, zei ik.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next