Jongeren schrijven nauwelijks meer met de hand en dat is jammer, want met de hand schrijven is om vele redenen goed voor de mens.
is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.
Je hoort vaak dat lezen goed is voor de mens, maar schrijven is óók goed voor de mens, en dat hoor je veel minder vaak. Schrijven met de hand, bedoel ik, een hand die een pen of potlood vasthoudt en daarmee letters aan elkaar rijgt tot woorden en zinnen waarvan in beroerde gevallen alleen de auteur chocola kan maken.
Zelf hoor ik tot die beroerde gevallen, in winkels sta ik wanhopig naar mijn eigen boodschappenbriefjes te turen, maar even goed blijf ik verknocht aan schrijven, liefst met mijn groene Waterman-vulpen die zo lekker over het papier glijdt.
Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.
Veel gelauwerde romanschrijvers houden ook van schrijven met de hand. In de interviewreeks ‘Achter het boek’, die de Volkskrant een aantal jaren met schrijvers had, vertelde Julian Barnes dat er een ‘rechtstreekse lijn’ loopt ‘vanuit zijn brein naar de nek naar de schouder en dan zo naar de pen’. Daniel Kehlmann zei dat schrijven met vulpen op papier niet alleen goed was voor zijn concentratie, maar ook voor het ritme in zijn boeken, omdat zo ‘iets van een taalrivier’ ontstond die zijn tekst vloeiend maakt.
Donald Niedekker voerde naast ‘de wezenlijke dialoog tussen hand en hersenen’ ook de traagheid aan als reden om met de hand te schrijven, en Jennifer Egan roemde het meditatieve aspect ervan: ‘Ik zou geen verhaal kunnen schrijven achter een beeldscherm.’
Ook de nieuwste literaire sensatie, het Zwitserse Wunderkind Nelio Biedermann, schijnt zijn bestseller Lázár met de hand te hebben geschreven. Opmerkelijk, want Biedermann is een jonkie (nu 23) en jongeren schrijven nauwelijks meer met de hand.
Eind vorig jaar trok de Onderwijsinspectie aan de bel over de beroerde schrijfvaardigheid van middelbare scholieren. Dat ligt niet aan die scholieren, het is de schuld van de techniek, die de mensheid laptops, telefoontjes en autocorrectie schonk en het klusje nu afmaakt met AI, die het laatste restje schrijfvaardigheid de nek omdraait: je roept iets naar je apparaat en krijgt een keurig document met kant-en-klare volzinnen terug.
Het is een spijtige en ook wel dramatische ontwikkeling, want schrijven is niet alleen goed voor de rust en de regelmaat maar voor heel veel meer, blijkt uit onderzoek van onder anderen de Nederlandse neuropsychologen Audrey van der Meer en Ruud van der Weel.
Schrijven met de hand stelt hoge eisen aan de fijne motoriek, waardoor bij iemand die schrijft complexe verbindingen worden aangelegd tussen de verschillende hersengebieden. Die verbindingen zijn essentieel voor het opslaan van informatie, oftewel: wat je met de hand schrijft, onthoud je beter dan wat je tikt.
Tot eind 19de eeuw schreef iedereen die kon schrijven met de hand, waarin dan meestal een kroontjespen of ganzenveer geklemd zat. De eerste typemachines, die rond 1870 op de markt verschenen, werden met argwaan en nieuwsgierigheid bekeken.
Een beroemde early adopter van de typemachine was de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Toen hij in de laatste jaren van zijn leven zo slecht begon te zien dat hij het noten lezen en pianospelen eraan moest geven, zocht hij contact met Rasmus Malling-Hansen, de Deense uitvinder en fabrikant van de skrivekugle, de eerste Europese typemachine.
Nietzsche hoopte dat zo’n machine hem het schrijven gemakkelijker zou maken. Eind februari 1882 typte hij een brief aan zijn vertrouweling en redacteur Heinrich Köselitz. ‘U hebt gelijk – ons schrijfmateriaal beïnvloedt onze gedachten’, schreef Nietzsche hem, gevolgd door de verzuchting: ‘Wanneer zullen mijn vingers in staat zijn een lange zin te typen!’
Ook Nietzsche legde dus een direct verband tussen de wijze waarop iemand schrijft en de inhoud van de schrijfsels, maar hij ging niet zo ver als collega-filosoof Martin Heidegger, die ruim een halve eeuw later in zijn Parmenides-lezing beweerde dat de typemachine zou leiden tot niets minder dan de ‘vernietiging van het woord’. Het woord is het wezenlijke domein van de hand, meende Heidegger, en de hand is de essentie van de mens; geen ander dier heeft immers handen. De typemachine rukt het schrijven los van de hand en dus van onze essentie, panikeerde hij.
Nou, goed. Maar enige zorg over de teloorgang van de kunst van het schrijven mag er wel zijn.
Niet alleen omdat met de hand schrijven goed is voor het brein en tot weloverwogen teksten leidt, maar ook omdat schrijven met de hand iets is wat je in de regel op papier doet. En papier kun je bewaren. Op mijn zolder staat een doos met restanten uit mijn leven (uiteindelijk eindigen we allemaal als doos) en daarin zitten veel leuke en lieve kaarten en brieven, getypt, geprint en geschreven.
De meeste zijn vrij oud. Brieven van mijn huidige geliefde ontbreken bijvoorbeeld volledig, hoewel we elkaar toch al ruim twintig jaar kennen en hij echt wel aardig kan schrijven; maar onze correspondentie speelde en speelt zich geheel af via die verdomde telefoon en het meeste ervan is allang verdwenen.
Nietzsches brieven zijn tot op de dag van vandaag voor iedereen te lezen. Die over zijn typemachine zijn bijvoorbeeld opgenomen in De levensgevaarlijke jaren, brieven 1879-1889, geselecteerd en vertaald door Peter Claessens voor de Privédomeinreeks van de Arbeiderspers.
Dankzij de vele handgeschreven brieven in die fijne reeks kunnen we nog altijd in de hoofden en levens kijken van Nietzsche, Flaubert, Madame de Sévigné (aan wier brieven het Parijse museum Carnavalet nu een leuke tentoonstelling wijdt), Multatuli, Stendhal en talloze anderen. Maar van ons blijft niks over.
Gelukkig is de zomer begonnen, ooit de periode bij uitstek waarin mensen ansichtkaarten en brieven schreven, waarmee ze dus zowel zichzelf (gezond) als de ontvanger (blij) een dienst bewezen. Het kan nog steeds, probeer het eens.
Laat die filmpjes van jezelf achter de obligate aperol spritz deze zomer lekker zitten en koop ouderwetse ansichtkaarten, briefpapier en envelopjes. Vergeet de postzegel niet, hij moet in de rechterbovenhoek.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant