Home

‘We lappen haar op en de volgende dag is ze er weer’, las de suïcidale Eva over zichzelf in haar medisch dossier

Rollende ogen, artsen die klagen over ‘draaideurpatiënten’, snijwonden die onverdoofd worden gehecht: de acute ziekenhuiszorg voor patiënten die suïcidaal zijn of zichzelf beschadigen doet soms meer kwaad dan goed. ‘Je mag je frustratie nooit botvieren op een patiënt.’

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.

De eerste keer dat Eva al haar medicatie in één keer inneemt omdat ze er niet meer wil zijn, wordt ze wakker op de intensive care. Ze is 21 jaar. Naast haar bed piepen apparaten, een wirwar van slangetjes. Elke tien minuten komt er een verpleegkundige bij haar kijken. Als ze fysiek in orde is, mag ze gaan.

Eva – om haar privacy te beschermen staat haar achternaam niet in dit artikel – woont op dat moment in een begeleidwonenproject. Een behandeling voor de jeugdtrauma’s waarmee ze kampt krijgt ze in die tijd niet, vertelt ze, tot haar grote frustratie. ‘Dat kon niet omdat ik suïcidaal was. Ik viel onder de crisisdienst en kreeg alleen gesprekken om te ventileren.’

In een maand tijd belandt de jonge vrouw tien keer op de spoedeisende hulp, blijkt uit de ziekenhuisverslagen die ze deelt met de Volkskrant. Uiteindelijk gebeurt het in een tijdsbestek van ruim een jaar dertig keer, zegt Eva. Haar verhaal maakt duidelijk hoe lastig de acute ziekenhuiszorg voor deze groep patiënten soms is: voor patiënten zelf, maar ook voor de zorgverleners.

Liefde en aandacht

Soms is Eva’s situatie ernstig en wordt ze meteen opgenomen op de intensive care. ‘Als ik buiten westen binnenkwam, werd ik geïntubeerd en in een kunstmatige coma gebracht. Dan word je wakker met een buis in je keel, vastgeketend aan het bed.’ Andere keren is de ‘intoxicatie mild’ en is ze alleen slaperig.

In eerste instantie wil Eva alleen maar dood, maar later krijgen haar ‘pogingen’ ook iets dubbels, zegt ze. ‘Op momenten dat ik me heel slecht voelde, wist ik dat ik in het ziekenhuis een beetje liefde en aandacht kon krijgen.’

Artsen en verpleegkundigen zíjn ook vaak vriendelijk voor haar, in de zes ziekenhuizen waar ze uiteindelijk komt, zegt Eva. Dat verandert naarmate ze vaker terugkomt. Zorgverleners worden kortaf. Verpleegkundigen beginnen te zuchten als ze Eva zien, zegt ze. Ze rollen met hun ogen, noemen haar draaideurpatiënt – zo wordt ze ook omschreven in de ziekenhuisverslagen.

Er is onder verpleegkundigen veel ‘frustratie en onmacht’ over het feit dat ze steeds terugkomt, leest Eva in die tijd over zichzelf in haar medisch dossier. Een psychiater van de crisisdienst is haar komen beoordelen in het ziekenhuis en schrijft wat de verpleegkundigen daar over Eva zeggen. ‘Wij lappen haar op en de dag erna is ze er weer’, klinkt het. Een andere verpleegkundige zegt: ‘Dan hoop je maar dat het een keer wél lukt.’

Onmacht en frustratie

Naar schatting komt jaarlijks zo’n vijftienduizend keer een patiënt op de spoedeisende hulp met ‘zelf toegebracht letsel’. Het gaat om mensen die zichzelf beschadigen of een suïcidepoging hebben gedaan. Een deel van die patiënten komt net als Eva vaker terug.

De spoedeisende zorg voor die groep schuurt. Artsen en verpleegkundigen weten niet altijd wat ze aanmoeten met deze patiënten, die vaak een complexe psychiatrische voorgeschiedenis hebben en ook agressief kunnen zijn. Ze voelen ongemak of onmacht, raken gefrustreerd en geïrriteerd.

Dat zorgverleners die gevoelens hebben, is begrijpelijk, zegt spoedeisendehulparts David Baden. Hij is oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) en gespecialiseerd in de zorg voor patiënten met een psychiatrische achtergrond.

Werken met die groep kán ook frustrerend zijn, weet hij uit ervaring, ‘omdat je niet altijd kunt helpen, of iemands gedrag niet goed begrijpt’. Maar, benadrukt hij, ‘je mag je frustratie nooit botvieren op een patiënt’. Andersom voelen deze patiënten ook vaak weerstand tegen hulpverleners, zegt Baden. ‘Dat leidt tot spanning.’

Psychische problemen

De groep patiënten die op de spoedeisende hulp belandt vanwege automutilatie of na een suïcidepoging is relatief klein: het gaat om ongeveer 1 procent van het aantal patiënten op de spoedeisende hulp. Psychische problemen spelen bij een veel grotere groep patiënten een rol, benadrukt Baden. ‘Zeker een op de drie patiënten op de spoedeisende hulp heeft mentale problemen, blijkt uit internationaal onderzoek. De zorg die wij deze mensen bieden, schiet tekort.’

Gebrekkige zorg vergroot de kans op herhaling bij suïcidale patiënten, zegt ziekenhuispsychiater Kinke Lommerse, die aan de Universiteit Leiden promotieonderzoek doet naar de acute zorg voor suïcidale patiënten. Samen met stichting 113 Zelfmoordpreventie neemt ze vragenlijsten af en interviewt ze voormalig patiënten. Vooral vrouwen doen mee aan het onderzoek, zegt Lommerse. ‘We hopen dat meer mannen zich melden, want onder mannen van middelbare leeftijd komen suïcides het meest voor.’

Schaamte rond suïcide

Er is veel schaamte rondom suïcide, zegt Eva, die ook meedoet aan het onderzoek. ‘Ik vind dat er iets moet veranderen, daarom durf ik me wel uit te spreken.’ Ze is inmiddels 23 jaar oud en ze zit aan de kleine eettafel in haar jongerenwoning in Haarlem.

Aan de muren valt af te lezen hoe het nu met haar gaat. Eén wand hangt vol met alles waar ze trots op is: lieve briefjes, foto’s en de propedeuse die ze vorig jaar behaalde: hbo verpleegkunde – een studie waar ze bewust voor koos. Op een whiteboard staat hoelang ze vandaag ‘clean’ is van alcohol en drugs: 549 dagen.

In haar kindertijd liep Eva trauma’s op, waar ze vervolgens ‘te lang mee rond liep’, zegt ze. Op haar 14de begon ze veel te blowen, later kwamen daar onder meer een alcohol- en xtc-verslaving bovenop. Toen ze ging studeren – ‘twee studies tegelijk, veel te veel’ – liep ze vast. Ze werd depressief. Er volgden behandelingen en diagnoses, waaronder posttraumatische stressstoornis (PTSS) en autisme.

Onverdoofd hechten van wonden

Voor ze suïcidaal werd, begon Eva zichzelf te snijden en moest ze met haar wonden meermaals naar de spoedeisende hulp. Twee keer werd ze daar onverdoofd gehecht, zegt Eva. ‘Je vindt de pijn toch leuk, kreeg ik te horen. Een andere keer zei een arts tegen me: het is dat ik een zorgplicht heb in Nederland, anders had ik je niet gehecht.’

Hoewel ziekenhuizen deze praktijk al jaren proberen tegen te gaan, is het onverdoofd hechten van automutilerende patiënten nog altijd niet ongebruikelijk, zegt spoedeisendehulparts Baden. ‘Tijdens mijn opleiding vijftien jaar geleden werd het mij zelfs aangeraden onder het mom: dan leren ze het wel af.’ Zo werkt het absoluut niet, benadrukt hij. ‘Het is slechte zorg die mensen zieker maakt.’

Subtieler, maar evengoed schadelijk, is het gebruik van woorden als draaideurpatiënt of frequent flyers, vindt Baden. ‘Het is in de zorg normaal dat er op die manier over deze patiënten wordt gesproken. Maar stel je voor dat we dat zouden zeggen over een patiënt met een wond die maar niet wil genezen, die telkens terugkomt: dat is onbestaanbaar.’

Meedenken over passende zorg

Zorgverleners mogen best vragen of een patiënt wel op de juiste plek is, als iemand telkens weer terugkomt op de spoedeisende hulp vanwege een suïcidepoging, zegt Baden. ‘We merken nu dat je hier voor de zevende keer bent, misschien moeten we op zoek naar een andere oplossing? Maar bedenk: niemand kiest ervoor om zich zo slecht te voelen.’

Wat het werk voor artsen en verpleegkundigen in de acute zorg soms lastig maakt, is dat ze voor overleg afhankelijk zijn van collega’s in de psychiatrie, ‘en de eigen behandelaren van een patiënt zijn vaak niet in het weekend bereikbaar, of ’s avonds laat’, zegt Baden.

De ‘ketenzorg’ moet beter, vindt ook ziekenhuispsychiater Lommerse. ‘Het helpt als verpleegkundigen en artsen laagdrempelig kunnen overleggen met collega’s van de ggz: kun je meedenken over passende nazorg? Hoe voorkomen we dat iemand op een lange wachtlijst belandt? Volgens de richtlijn suïcidaliteit zouden deze patiënten zonder wachttijd een passende behandeling moeten krijgen, maar in de praktijk blijkt dat lastig.’

Spiegelgesprek

Zelf organiseerde Lommerse onlangs een spiegelgesprek, een verbetermethode die ziekenhuizen vaker gebruiken. Voormalig patiënten vertellen daarbij over hun ervaringen aan zorgpersoneel. ‘Ik onderzoek of dat kan bijdragen aan betere zorg. De eerste ervaring was positief.’

Ook geeft ze samen met spoedeisendehulparts Baden sinds vier jaar een cursus voor zorgpersoneel over de omgang met acute verwardheid of suïcidale mensen. Het zijn zinnige bijeenkomsten, zegt Baden, ‘maar het gaat om zo’n tachtig zorgverleners per jaar, terwijl er een paar duizend artsen in de spoedeisende hulp werken’.

De omgang met patiënten die suïcidaal zijn of zichzelf beschadigen, zou standaard onderdeel van de opleiding tot arts of verpleegkundige moeten zijn, vindt zowel Lommerse als Baden. ‘Er wordt wel aandacht besteed aan psychiatrie’, zegt Baden, ‘maar dat is vaak kort en je leert vooral welke ziektebeelden er zijn, niet hoe je ermee moet omgaan.’

Eigen woning

Als het aan Eva ligt, moeten verpleegkundigen en artsen vooral proberen mee te denken over structurele oplossingen voor patiënten zoals zij. ‘Die dagen dat ik in coma lag, hadden ze kunnen gebruiken om daarover na te denken: wat heeft ze nodig? Kan ik helpen zoeken naar een goede behandeling?’

Voor Eva begon het herstel met de sleutel van haar eigen jongerenwoning, twee jaar geleden. ‘Heel praktisch: ik had allerlei dingen besteld bij Ikea, dat betekende dat ik wel thuis moest zijn om die in ontvangst te nemen en niet in het ziekenhuis kon liggen.’

Ze schreef zich in voor de opleiding verpleegkunde, gemotiveerd om de zorg voor patiënten als zij te verbeteren. Ook kreeg ze een vast team hulpverleners en een behandeling: emotieregulatietherapie. ‘Dat heeft ontzettend geholpen.’ Eva stopte met alcohol, drugs, ‘de benzo’s’ (kalmeringsmiddelen) en slikt nu alleen nog haar voorgeschreven medicatie.

Niet dat alle problemen in één klap voorbij waren: ook tijdens haar eerste studiejaar belandde Eva nog een aantal keer in het ziekenhuis na een suïcidepoging. ‘Op de opleiding weten ze gelukkig wat er speelt en denken ze mee.’

Inmiddels staat Eva op het punt haar tweede studiejaar af te ronden. Haar laatste suïcidepoging was ruim een jaar geleden. Deze zomervakantie gaat ze in behandeling voor haar trauma’s. Doodeng, zegt ze, want ze moet eerst van haar medicatie af. Maar daarna, hoopt Eva, zal het klaar zijn met de pillen.

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.

Gemiddeld maken in Nederland elke dag vijf mensen een einde aan hun leven. Pogingen tot zelfdoding komen veel vaker voor: naar schatting twintig keer zo vaak als suïcides.

Zelfdoding komt het meest voor bij vijftigers, vooral bij mannen. Er is wel iets aan het veranderen. Het aantal suïcides onder mensen van middelbare leeftijd (40 tot 69 jaar) nam de afgelopen tien jaar met 16 procent af, becijferde de Commissie Actuele Nederlandse Suïcideregistratie (CANS) – daarbij rekening houdend met veranderingen in de bevolkingsomvang.

Onder jongeren tot 30 jaar nam het aantal suïcides in dezelfde periode juist met 22 procent toe. Desondanks vormen zij nog altijd de groep waarin zelfdoding het minst voorkomt. Een precieze verklaring voor die stijging ontbreekt, vast staat wel dat jongeren steeds vaker kampen met psychische problemen.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next