Home

‘Wij willen onze eigen stoel meenemen’: Curaçaoënaars strijden voor vrije toegang tot hun stranden en behoud van natuur

Het succes van het Curaçaose voetbalelftal moet meer toeristen naar het eiland trekken, maar bewoners zien nu al steeds meer stranden in private, vaak buitenlandse handen vallen. ‘Wij willen onze eigen stoel meenemen in plaats van hun strandbedden huren.’

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

Vanuit haar achterdeur loopt Talitha Visser (56) het strand op, trekt haar jurk uit en loopt met een snorkelmasker de zee in. ‘Het koraal is hier prachtig’, zegt ze terwijl ze met ferme slagen door het azuurblauwe water zwemt. ‘Maar ze willen dit stuk zee volstorten om er hotelkamers op te bouwen.’

Vissers huis ligt in een volksbuurt in de Curaçaose hoofdstad Willemstad. Haar inmiddels overleden moeder kocht het in 2003. ‘Toen was dit nog een betaalbare buurt’, aldus Visser, geboren en getogen op het eiland. De woning grenst aan luxeresort Baoase, eigendom van telgen uit de Nederlandse hotelfamilie Van der Valk. Het resort is in 2009 geopend, won diverse internationale prijzen voor ‘excellentie en luxe’ en gaat flink uitbreiden.

Pal naast Vissers woning verrijzen twaalf nieuwe hotelsuites. Baoase heeft alle omringende, aan zee grenzende percelen gekocht, Visser is de enige die weigert te verkopen. ‘De bouwvakkers kijken zo mijn badkamer in’, aldus Visser. ‘De hotelgasten straks dus ook.’ Het gebouw blokkeert haar uitzicht op de zonsondergang en ook haar toegang tot de zee staat op de tocht: Baoase wil het stuk zee achter haar huis droogleggen en bebouwen.

Miljoen overnachtende bezoekers

De situatie in Vissers straat is geen uitzondering: Curaçao wordt in razend tempo volgebouwd met hotels en vakantiewoningen. Overal draaien betonmolens, in de bouwputten staan Latijns-Amerikaanse arbeidsmigranten te zweten in de hete zon, in het water bouwen ze golfbrekers om zo de hotelgasten een kalm zwembad in de Caribische Zee te kunnen bieden.

Want het toerisme is booming. In 2019 kwamen nog geen half miljoen bezoekers naar Curaçao, vorig jaar was dat al gegroeid naar een recordaantal van achthonderdduizend. En dan zijn de 883 duizend opvarenden van cruiseschepen nog niet meegerekend. ‘We mikken op een miljoen overnachtende bezoekers in 2027’, zegt minister Roderick Middelhof van Economische Ontwikkeling. ‘Dat is geen maximum.’

Promotie rond WK voetbal

Curaçao grijpt zijn historische WK-deelname aan om het land als vakantiebestemming te promoten. Het is met 150 duizend inwoners het kleinste land dat ooit heeft deelgenomen, journalisten uit de hele wereld besteden aandacht aan dit ‘Caribische wonder’. In de eerste wedstrijd werd de ‘Blue Wave’ met 7-1 verpletterd door Duitsland, zaterdag verrasten ze met een gelijkspel tegen Ecuador, donderdag spelen ze in de laatste poulewedstrijd tegen Ivoorkust.

De Curaçao Tourist Board (CTB) heeft internationale influencers, podcastmakers en journalisten uitgenodigd voor watch parties op het eiland, in de hoop dat zij de bekendheid van Curaçao vergroten en nieuwe markten aanboren. Ook in Duitsland, waar Curaçao als vakantiebestemming relatief onbekend is, organiseerde de CTB een watch party met Blue Curaçao-cocktails voor reisagenten.

Corendon, hoofdsponsor van het Curaçaose elftal, haalde in de aanloop naar het WK de praatprogramma’s Vandaag Inside en Oranjezomer naar Curaçao. Het Nederlandse bedrijf kocht in 2017 zijn eerste hotel op Curaçao en bezit er inmiddels vier, waarvan twee all-inclusive. Corendon vliegt wekelijks vijf tot zes keer op en neer van Amsterdam naar Willemstad. Vanaf december biedt het ook rechtstreekse vluchten aan vanuit Düsseldorf.

Dure huizen en vieze straten

Maar lang niet iedereen op het eiland zit te wachten op nog meer toeristen. Huizenprijzen gaan door het dak, het elektriciteitsnetwerk is overbelast, afval stapelt zich op en ook de riolering is niet toegerust op de massa’s mensen. Het Antilliaans Dagblad publiceerde vorig jaar een kritische serie met als titel ‘No More Hotels?’ en ook op opiniepagina’s is het een terugkerend onderwerp. Veel Curaçaoënaars zien met lede ogen aan hoe de mooiste stranden worden ‘ingepikt’ door ontwikkelaars.

Dat blijkt ook op een drukbezochte informatiebijeenkomst voor buurtbewoners over de toekomstige ontwikkeling van de Caracasbaai, een schiereiland in het zuiden van Willemstad. ‘Definieer openbaar’, roept een vrouw uit het publiek naar de spreker van het projectonwikkelingsbureau die zojuist heeft verzekerd dat de stranden openbaar zullen blijven. ‘Wij willen gratis toegang en onze eigen stoel meenemen in plaats van hun strandbedden huren.’ Er klinkt instemmend gemurmel. ‘We willen kunnen barbecueën met de familie.’

In de pauze zegt Derek Durgaram (58), een van de aanwezigen, dat hij blij is met de bijeenkomst. ‘De regering lijkt meer naar de bevolking te willen luisteren.’ Hij vertelt dat zorgen over massatoerisme breed leven onder inwoners. ‘We verliezen onze authenticiteit. Ontwikkelaars willen geld verdienen en azen op onze meest iconische plekken. Het zijn vaak buitenlandse investeerders; dat geld gaat regelrecht het land weer uit.’

Profiteren van de groei

Ook Rob van den Bergh, oprichter en oud-voorzitter van de Vereniging van Nederlands-Caribische Economen, signaleert dat probleem. ‘Grote investeerders hebben een zogeheten tax holiday en betalen geen omzet- en invoerbelasting’, zegt hij. ‘Ze dragen ook zeven tot tien jaar geen winstbelasting af. Die voordelen gelden niet voor kleinere, lokale ondernemers.’

Van den Bergh benadrukt dat toerisme essentieel is voor de Curaçaose economie. Ook doordat in 2019 met het sluiten van de olieraffinaderij een belangrijke economische pilaar wegviel en rond dezelfde periode de inkomsten uit de financiële dienstverlening flink afnamen. De economische teloorgang van buurland Venezuela heeft eveneens een zware wissel getrokken. ‘De groei van het toerisme heeft die verliezen in termen van het bruto nationaal product gecompenseerd, maar op niveau van bedrijven en burgers is de vraag wie van die groei profiteert.’

Armoede en ongelijkheid

Het percentage Curaçaoënaars dat in armoede leeft, ligt al jaren rond de 30 procent, en de ongelijkheid op het eiland is de afgelopen vijftien jaar toegenomen, zo blijkt uit vorig jaar gepubliceerd onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het minimumloon van omgerekend 1.007 euro bij een 40-urige werkweek is niet genoeg om van te leven op het eiland, waar de prijzen in de supermarkten stukken hoger liggen dan in Nederland.

‘Armoede onder ouderen is een groot probleem, de AOV (basispensioen, red.) is al jaren niet geïndexeerd en veel te laag’, zegt Van den Bergh. ‘Door onnodige belastingfaciliteiten, belastingkwijtscheldingen en veel zwart werk loopt de staat veel inkomsten mis en is het lastig dit soort voorzieningen op niveau te krijgen.’

Hij pleit voor modernisering van het belasting- en socialezekerheidsstelsel, een hoger minimumloon en een kritische blik op het migratiebeleid. ‘Nu worden arbeidsmigranten aangetrokken voor bouw en horeca. Zij zijn bereid tegen lagere lonen te werken dan lokale mensen.’

Van der Valk

De zon zakt in de zee achter Vissers huis. Ze duikt naar beneden en pakt een brok afgehakt koraal van de bodem. ‘Dit heeft een bedrijf gedaan dat door Baoase was ingehuurd’, vertelt ze als ze weer boven is en haar snorkelmasker afzet. In een reactie benadrukt Baoase dat het een ontheffing heeft om koraal te verwijderen en dat de werkzaamheden gepaard gaan met een uitgebreid programma om koraal te verplaatsen en te beschermen.

Maar voorlopig zijn de werkzaamheden op zee op last van de rechter tijdelijk geschorst. Visser probeert de expansiedrift van Baoase via de rechter aan banden te leggen. Ze procedeert tegen de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning die de bouwvergunningen heeft afgegeven. En tegen de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur vanwege de ontheffing om beschermd koraal te verwijderen.

Baoase is in handen van Ad van der Valk, zoon van de Nederlandse hotelmagnaat Gerrit van der Valk. Op de website staat dat ‘het allemaal begon toen een verwaarloosd stukje strand op Curaçao het hart veroverde van een onvermoeibare ondernemer’ en dat ‘Ad en zijn partner Bibi droomden van een luxe resort’. Dat werd Baoase: Bibi’s en Ads oase.

Ads zoons Thijs en Niels van der Valk runnen het bedrijf, waar met een nepwaterval en boeddhabeelden op het strand een ‘Balinese sfeer’ wordt neergezet. Op de wijnkaart staan flessen tot 1.445 euro, vanaf het helikopterplatform op de golfbreker is Vissers huis te zien.

Onderzoek naar gevolgen

Visser komt het water uit en droogt zich af op het strand achter haar huis. Het is begroeid met zeekraal en bezaaid met stenen, schelpen en aangespoelde stukjes koraal. ‘Dit is hoe het strand er hier uitziet’, zegt ze. ‘Daar is niks verwaarloosd aan.’ Op het privéstrand van Baoase is wit zand gespoten en er zijn kokospalmen geplant. ‘Dat is wat toeristen verwachten bij een Caribische bestemming’, aldus Visser. ‘Maar kokospalmen komen van oorsprong niet voor in het droge Curaçao. Ze overleven alleen bij voortdurende irrigatie.’

Minister Middelhof van Economische Ontwikkeling erkent dat er de laatste jaren niet altijd genoeg aandacht is geweest voor de impact van de snelle groei. ‘Daarom zijn we bezig met een onderzoek naar de sociale, ecologische en economische gevolgen van toerisme’, zegt hij. ‘Op basis van de resultaten maken we een masterplan voor verantwoorde ontwikkeling. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan het beter spreiden van toeristen over het eiland.’

De regering biedt sinds kort ook advies aan kleine ondernemers bij het opzetten van toeristische bedrijven. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geeft een garantie op leningen, zodat Curaçaoënaars makkelijker aan startkapitaal kunnen komen. Een goede ontwikkeling, vindt Van den Bergh. ‘Want nu nog halen vaak buitenlanders, in veel gevallen Nederlanders, de krenten uit de pap.’

‘Tour, señora?’

In de cruiseterminal van Willemstad houdt ook Marilu Emelina (55) een warm pleidooi voor ondernemerschap. In april besloot ze haar baan in het ziekenhuis aan de wilgen te hangen, ‘te veel stress en conflict’, en voor zichzelf te beginnen. ‘Ik heb een auto, daarin kan ik toeristen rondrijden.’

Vanaf de kade kijkt ze toe hoe het zojuist gearriveerde cruiseschip duizenden passagiers uitbraakt. Op weg naar het centrum lopen ze door een haag van aanbieders. ‘Tour, sir?’, zegt Emelina. ‘Tour, señora?’ Ze houdt hun een A4’tje voor met daarop ‘Lu’s private Cura Tour’. Haar tour kost 40 dollar, het dubbele van wat de aanbieders vragen die in bussen rondrijden. ‘Bij mij kunnen ze kiezen waar ze heen willen’, zegt ze. ‘Bijvoorbeeld naar een strand waar ik vissers ken. Dan bereiden we ter plekke verse vis, vinden ze geweldig!’

Van kritiek op toerisme wil ze niets horen. ‘Zonder zijn we verloren. En iedereen zou kunnen profiteren. Je moet gewoon klein beginnen en hard werken.’ Ze snapt wel dat mensen het vervelend vinden dat het karakter van het eiland verandert. ‘Maar terwijl ze aan het klagen waren, hadden ze ook geld kunnen verdienen.’

Privéstrand

Op Playa Jeremi, een strand op drie kwartier rijden westwaarts, is ook Djuwendrick Plantijn (21) ervan overtuigd dat Curaçao toeristen keihard nodig heeft. Tegelijkertijd vindt hij dat de winsten beter verdeeld kunnen worden. Hij is receptionist in een hotel en grondsteward op het vliegveld. ‘Ik werk 72 uur per week, daardoor lukt het me om te sparen. Maar als je kinderen hebt, wordt het al snel lastig.’

Met een paar vriendinnen zit hij in de branding. Ze kletsen, smeren elkaar onder met zand en duiken dan het water in. Nog voor Plantijn was geboren, heeft een ontwikkelaar geprobeerd dit door cactussen omringde strand privé te maken. Na fel protest van de bevolking is dat niet doorgegaan. ‘Het is prachtig hier’, zegt Plantijn terwijl hij over de fel turquoise zee uit tuurt.

Ze hebben hier voor het weekend een huisje gehuurd. ‘We moeten steeds verder van huis om van een mooi strand te kunnen genieten.’ Plantijn woont in dezelfde wijk als Talitha Visser. ‘Ik ben een keer bij Baoase gaan vragen of ik even op hun privéstrand mocht kijken’, vertelt hij. Maar dat bleek 75 dollar te kosten. Hij haalt de schouders op. ‘Ik klaag niet, maar het is wel zuur.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next