Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Op de montessorischool doen de kinderen alles zelfstandig, mailt een moeder. Thuis moet ze haar dochters (8 en 11 jaar) voortdurend achter de broek aan zitten. ‘We proberen ze meer taakjes te geven, zoals de tafel afruimen of stofzuigen. Maar als ik iets vraag, zeggen ze soms doodleuk: nee. En dan moet ik weer bozig gaan doen.’ Hoe laat je de kinderen meehelpen in huis, zonder strijd?
Meehelpen in huis blijkt goed voor kinderen. Australische onderzoekers ontdekten dat kinderen die vaker betrokken waren bij huishoudelijke taken beter scoorden op executieve functies, zoals werkgeheugen en impulscontrole.
Hoe kijken kinderen zelf naar klusjes? Uit een onderzoek onder ruim 4.600 jongeren uit zes landen bleek dat de meeste kinderen vinden dat bijdragen aan het huishouden vanaf ongeveer 8 jaar mag worden verwacht. De onderzoekers zagen ook een interessant verschil. In sommige landen (VS en Australië) wordt huishoudelijk werk vooral gezien als iets wat je doet om zelfstandig te worden. In andere landen (Zweden, Hongarije en Tsjechië) draait het om bijdragen aan de familie.
Misschien zit daarin ook een aanwijzing voor ouders. Veel discussies over klusjes gaan ongemerkt over de verkeerde vraag. Niet: hoe krijg ik mijn kind zover dat het zijn bord opruimt? Maar: ziet mijn kind zichzelf als iemand die bijdraagt aan dit huishouden?
‘Het gaat over samenleven en hoe je dat als gezin doet’, zegt Simone Davies, montessori-opvoedkundige en auteur van Het montessori kind. ‘Wat vinden we belangrijk? Daarover maak je afspraken.’
Volgens Davies willen jonge kinderen vaak graag meehelpen. Ze vinden het leuk om was te vouwen en in de keuken te staan. Bij oudere kinderen verschuift de aandacht naar vrienden en sociale activiteiten. ‘Juist daarom helpt het om uit te leggen waarom iets nodig is: ‘We krijgen bezoek, dus eerst gaat het speelgoed in de bakken.’ Of: ‘Je mag knutselen, maar als we gaan eten moet de tafel leeg zijn.’ Kinderen van deze leeftijd zijn gevoelig voor redelijke argumenten. Als ze begrijpen waarom iets moet gebeuren, zijn ze eerder bereid mee te werken.’
Een veelgemaakte fout is dat ouders zich te veel bemoeien met hoe een taak wordt uitgevoerd. In een artikel in The Atlantic beschrijft montessorischoolleider Christine Carrig hoe volwassenen kinderen vaak wegsturen omdat het sneller gaat zonder hen. Of omdat het niet perfect gebeurt. Daardoor verdwijnt juist de motivatie om te helpen.
‘Geef kinderen autonomie’, zegt Davies. ‘Laat ze bijvoorbeeld kiezen of ze hun kamer voor of na het douchen opruimen.’
Het helpt als het huis logisch is ingericht. ‘Als de kledingkast van je dochter overvol is, kun je moeilijk verwachten dat ze haar kleding netjes opbergt.’ Een goede routine begint dus met een goed systeem en duidelijke afspraken.
Laat kinderen meedenken. ‘Tijdens een korte huisvergadering kun je bespreken wat beter kan’, zegt Davies. ‘Kinderen hebben vaak goede ideeën. Bijvoorbeeld een extra haakje voor de schooltassen.’
Laat kinderen de gevolgen van hun keuzen ervaren. ‘Doen ze hun vuile sportkleding niet in de wasmand, dan kan het gebeuren dat die niet op tijd gewassen is voor de volgende training’, zegt Davies.
Tot slot loont het om kritisch naar je taalgebruik te kijken. In Declarative Language schrijft Linda K. Murphy dat vragen stellen vaak niet werkt. Kinderen reageren beter op observaties, gedeelde gedachten en informatie. Geef je een opdracht (‘Ruim je schoenen op’), dan leg je de verantwoordelijkheid bij de ouder (‘Ik wil dat jij dit doet’), terwijl een observatie (‘Ik zie schoenen midden in de gang liggen’) het kind ruimte geeft om zelf in actie te komen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant