Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Op een puffende zaterdagmiddag fietsten we onder de Amsterdamse ringweg door naar The Pulse, een gloednieuw bioscopencomplex dat nog geduldig wacht op bezoekers. Toen we binnentraden en ons het zweet van het voorhoofd wisten, zagen we een compleet lege zaal voor ons. Mogelijk is tijdens de voorstelling nog een persoon binnengeslopen, maar toen wij na afloop achter ons keken, was er niemand. Dit is geen klacht: niets is heerlijker dan een lege treincoupé, dokterswachtkamer of bioscoopzaal helemaal voor jou alleen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Binnen was het aangenaam koel, want de airco stond aan. Om verschillende redenen moest ik denken aan de documentaireserie Mr. Scorsese, over het leven en werk van filmregisseur Martin Scorsese. Lijdend aan astma ging hij als kind naar de bioscoop, want in de zalen was airconditioning, zodat hij daar tenminste vrij kon ademen.
Daarnaast dacht ik aan Scorsese omdat hij opgroeide in de New Yorkse wijk Little Italy, waar maffiosi als Lucky Luciano, Vito Genovese en Ignazio Lupo een schrikbewind voerden. In de serie brengt Scorsese een paar gasten uit dat criminele circuit voor de camera, jongens met diep-zangerige Italiaanse accenten, die alles deden om hun families te beschermen, maar aan wie je niet moest vragen wat zij allemaal hadden uitgespookt.
De film die wij gingen zien, speelt zich af op een wat lager crimineel niveau, maar heeft toch alles te maken met de romantiek van de onderwereld: Het hart van Amsterdam. De makers, Arnold-Jan Scheer en Roy Dames, zijn al in de jaren tachtig op de Wallen begonnen met het filmen van de penoze. Na bijna vijftig jaar is de film door middel van crowdfunding eindelijk voltooid. Vroeger zou zoiets gefinancierd zijn door het zetten van een kraak, maar – zoals de film laat zien – de onderwereld is ook al niet meer wat die geweest is.
Het hart van Amsterdam is een nostalgische film met vele triest-grappige momenten, waarin zo’n beetje alle namen optreden uit de tijd in de vorige eeuw dat de Wallen nog de Wallen waren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker, Pistolen Paultje, Haring Arie, Chris Dolman en vele anderen.
De makers proberen een bijna idyllisch beeld op te hangen van de penoze, wat natuurlijk niet helemaal lukt, want inbreken, prostitutie, souteneurschap en drugs zijn nu eenmaal geen ingrediënten voor een gelukkig leven. Wel waar is dat een conflict toen nog niet meteen met een blaffer werd opgelost.
Na de Tweede Wereldoorlog zijn de Wallen bewoond geweest door een gemêleerd gezelschap van onderwereld, kunstenaars en overgebleven Joden. De nabijgelegen Jodenbuurt was leeggehaald en, hoewel vaak in armzalige toestand verkerend, stonden er vele huizen vrij. Die waren voor een prikkie te huur of te koop.
Renate Rubinstein, die voor niets het pseudoniem Tamar voerde, heeft er lang gewoond. Zij had de woning overgenomen van de literatuurcriticus H.A. Gomperts, misschien wel de deftigste man die ik ooit heb ontmoet. Componist Peter Schat en ontwerper Jurriaan Schrofer bezaten er een huis, beeldend kunstenaars Ger van Elk, Wim T. Schippers en Theo Kley woonden om de hoek. Harry Mulisch en Remco Campert kon je vinden in Het Sterretje, terwijl Gerard Reve op de Zeedijk het nichtencafé frequenteerde van Bet van Beeren, dat ook voorkomt in een van zijn mooiste gedichten.
Ik was erbij toen Jeroen Henneman, die op de Wallen zijn atelier had, op een avond met zijn vriendin naar binnen wilde gaan en vanuit het belendende (rode) raam een vrouw haar hoofd naar buiten stak en riep: ‘Hé, Jeroen, wat vraag jij er nou voor?’
Jongens en meisjes van de gestampte pot, het liep allemaal door elkaar heen. Paul Verhoeven nam er de film Wat zien ik?! op, naar ‘een roman’ van Albert Mol, die daarvan overigens zelf geen letter op papier heeft gezet. Er kwam wegens overdonderend succes nog een vervolg op, dat Haar van boven heette.
De ongekroonde koning van de Wallen was Jopie de Vries, oftewel Zwarte Joop. Hij was de uitbater van de Casa Rosso, waar op een toneeltje live werd geneukt en waar gauw een tekenfilm van Mickey Mouse werd opgezet als de politie beneden stond, wat de politie zelf natuurlijk ook wist. Jopie was een echte Jodenjongen. Toen hij wegens belastingschulden moest voorkomen, liet hij psychiater prof. Bastiaans en advocaat Moszkowicz sr. opdraven om te verklaren dat Jopie leed aan een KZ-syndroom – de linkmichel.
De Wallen veranderden toen Klaas Bruinsma, ‘die lange’, zijn hoef daar had geplant. De introductie van harddrugs veroorzaakte liquidaties en pure misdaad. Het schijnt dat Amsterdam nog door maffiakoning Meyer Lansky is bezocht. Klaas herinneren wij ons van zijn vrijage met Mabel Wisse Smit, tegenwoordig een beste vriendin van prinses Beatrix, destijds onze vorstin. Ik bedoel maar: uiteindelijk komt iedereen in Nederland elkaar tegen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant