Marte Kloosterman moet nog 25 worden, Ella Haagsma is het net geworden. Ze studeren beiden in Groningen, maar verschillen van hun medestudenten: ze hebben namelijk allebei kanker gehad. ‘Het kostte moeite om weer op het level van leeftijdsgenoten te komen.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Jullie wilden graag een dubbelinterview, waarom?
Marte: ‘We zijn vriendinnen en studeren allebei psychologie in Groningen, maar het bijzondere is vooral dat we ook lotgenootjes zijn. We zijn in hetzelfde ziekenhuis behandeld tegen kanker.’
Ella: ‘We hebben veel aan elkaar nu we ons leven en studentenleven weer hebben opgepakt.’
Marte: ‘Ik heb meer lotgenoten ontmoet, maar het leven van Ella en mij loopt zo synchroon. We zien elkaar meerdere keren per week, het voelt fijn om in de collegezaal te zitten en te weten dat er altijd iemand is die snapt wat je voelt. Dat maakt het veel minder eenzaam.’
Ella: ‘Als het tijdens college statistiek of mentale gezondheid bij ziekte over kanker gaat, kijken we elkaar even aan.’
Marte: ‘Of als het weer eens over vruchtbaarheid gaat. Daar hebben we het vaak over gehad, dat we graag moeder willen worden.’
Ella: ‘We hebben veel chemotherapie gehad, dat heeft invloed op je vruchtbaarheid.’
25 in ’26
In de serie 25 in ’26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Hoe zijn jullie opgegroeid?
Marte: ‘Ik ben geboren in Gouda en opgegroeid in Zwolle. In een gezin met twee moeders en een broertje. Mijn moeders zijn gescheiden toen ik 12 was. Destijds vond ik die scheiding moeilijk, maar ze gaan goed met elkaar om en wonen bij elkaar in de straat.
‘Voor mij was het normaal, twee moeders, maar toen ze gescheiden waren, vroegen mensen: twee moeders, je bedoelt dat je vader een nieuwe vriendin heeft? Dat vond ik irritant. Mensen stellen heel brutale vragen: hoe ben jij verwekt dan? Is je broertje van dezelfde donor?’
Ella: ‘Ik kom uit Emmen, uit een gezin van vier kinderen. Ik ben de jongste. Ik was een stuiterbal, altijd aan het sporten, volleybal, tennis, skaten en voetballen, met veel vrienden om me heen, energie voor tien…’
Marte: ‘Het is soms lastig terug te halen wie ik was voordat ik ziek werd. Vlak voor mijn diagnose was ik net dingen aan het ontdekken: uitgaan, verliefdheid. En ineens was ik 24.’
Ella: ‘Ik heb moeten herontdekken hoe extravert ik eigenlijk ben. Je raakt een stukje van je persoonlijkheid kwijt als je ziek wordt, je hebt opeens veel meer tijd voor jezelf nodig.’
Jullie zaten net in het proces van uitvliegen toen het noodlot toesloeg.
Marte: ‘Ik werd ziek na m’n examen, in een tussenjaar. Ik woonde nog thuis en werkte bij een biologische supermarkt. Ik voelde al een tijdje een bultje aan mijn pols. Daar heb ik nog een half jaar mee rondgelopen zonder dat de huisarts alarm sloeg. Kanker komt op jonge leeftijd gewoon niet zo vaak voor. Het bleek agressieve botkanker.
‘Toen ging het snel: onderzoek, behandelplan. Ik kwam in een soort overlevingsstand. Ik dacht alleen maar: snel, anders ga ik misschien wel dood. Ik was 19, officieel geen kind meer. Mevrouw Kloosterman, zeiden ze. Ik dacht steeds dat ze mijn moeder bedoelden.’
Ella: ‘Ik studeerde anderhalf jaar, woonde op kamers in Groningen. Ik had een aanloop van jaren waarin ik steeds ontstekingen had en ziek werd. Ze hebben lang naar een oorzaak gezocht. Het bleek leukemie. Ik ben direct opgenomen in het ziekenhuis, met koorts, ernstig verzwakt.
‘Tijdens de behandeling ben ik op en af opgenomen geweest; thuis om te herstellen en dan weer terug. Je wordt geleefd door je behandelplan. Ik ben weer bij mijn ouders gaan wonen, dat kon niets anders, terwijl ik net zelfstandig was. Ik lag alleen maar op de bank, was niets meer waard.’
Marte: ‘Ik ben heel ziek geweest. Mijn kuren waren om de drie weken. Het ritme was: twee weken doodziek, één week enigszins levensvatbaar. Ik ben zelfs nog een vak gaan volgen in die ene goede week, met een pruik op naar college. Ik was bang: misschien ga ik wel dood en dan heb ik nooit gestudeerd.
‘Na een jaar was de acute behandelfase voorbij. Ik wilde voltijds studeren, maar fysiek was ik op en mentaal kreeg ik een terugslag, het lukte totaal niet. Ik heb de late effecten van kanker enorm onderschat. Ik dacht dat na mijn laatste chemokuur alles klaar zou zijn, maar toen begon het pas. Intense vermoeidheid, concentratieproblemen, geheugenproblemen, geen conditie, ik had bijna geen spieren meer. Ik had geen idee wat ik aan het doen was. Het leek in niets op wat het studentenleven zou moeten zijn.’
Ella: ‘Ik had hetzelfde. Na meer dan een jaar kon ik pas beginnen met verwerking.’
Wat had het studentenleven moeten zijn?
In koor: ‘Onbezonnenheid.’
Marte: ‘Ons beeld daarvan is een feestje op een dakterras. De roekeloosheid en zorgeloosheid die je als student kan voelen, heb ik nooit leren kennen. Het gaat veel beter, maar ik heb lang moeten uitvogelen hoe te leven. Ik was bijvoorbeeld extreem bang om moe te worden: als mijn lichaam ook maar een klein signaaltje gaf, brak er stress uit.’
Ella: ‘Ik ben nog steeds aan het leren dat het normaal is om aan het einde van de dag moe te zijn, dat het niet meteen levensgevaarlijk is. Ik heb altijd veel gesport, het heeft me tijd gekost om dat weer op te pakken. In het begin had ik het gevoel dat ik moest acteren dat ik 22 was, het voelde alsof ik de levenservaring van een 80-jarige had.’
Marte Kloosterman (5 september 2001) en Ella Haagsma (22 januari 2001)
Woonplaats: Groningen
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? Beiden: ‘Een 9.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? Marte: ‘Door corona, het klimaat, de woningcrisis.’ Ella: ‘De coronageneratie, waarbij mijn coronatijd is verlengd door mijn kankerdiagnose.’
Waar ben je over zeven jaar? Ella: ‘Dat is wel heel ver vooruit. Wat ik heel erg hoop: moeder worden.’ Marte: ‘Precies dat. En ik wil gz-psycholoog worden en een brug slaan tussen psychologie en journalistiek.’
Marte: ‘Het kostte moeite om weer op het level van leeftijdsgenoten te komen. Dat kan verdrietig en frustrerend zijn. Ik zou minder willen nadenken over elke beslissing: kan ik dit weekend naar een feestje, heb ik genoeg tijd om bij te komen? Altijd nadenken over je energie, alles plannen, dat is wel uniek op onze leeftijd. Lang heb ik gedacht dat ik verder kon waar ik gebleven was, als ik beter zou worden. Maar dat is niet zo. Het is een soort rouwproces om dat te accepteren. Rouw om wat had kunnen zijn.’
Ella: ‘Ik dacht: straks ben ik los van kanker, dan is het gewoon klaar. Maar dat kan niet. Je draagt het altijd met je mee.’
Marte: ‘Ik merk dat ik een soort haast voel met ervaren en leven, met huisgenoten, vrienden, mijn studie. Zo van: het moet nu, want het kan elk moment weer klaar zijn.’
Ella: ‘Vooral toen ik net weer beter was, dacht ik: ik ga op reis, ik moet snel weer op hoog niveau tennissen, alles moet nú. Dat gevoel is niet helemaal weg, maar er is iets meer ontspanning gekomen.’
Marte: ‘Nu de vier jaar is gepasseerd, is de kans heel klein dat het terugkomt, zegt mijn oncoloog. Maar sinds mijn ziekte heb ik niet meer zoveel met statistieken.’
Ella: ‘De kans dat het zou gebeuren was ook heel klein. Toch werden we ziek. We hadden het ook níét kunnen overleven, mensen gaan dood aan chemotherapie, aan de intensiteit en hoeveelheid.’
Marte: ‘Ik denk dat ik vooral heb geleerd dat er überhaupt geen zekerheden zijn. Ik zeg ook niet dat ik genezen ben, dat vind ik tekort doen aan de nasleep. Ik ben in remissie.’
Ella: ‘Dat heb ik niet. Maar ik heb me bijvoorbeeld nooit in alle risico’s willen verdiepen, nooit iets gegoogeld.’
Marte: ‘Ik ook niet, maar ik heb laatst toch aan mijn oncoloog gevraagd wat er gebeurt als het terugkomt.’ (Is even stil) ‘Dan is de kans dat het weggaat echt kleiner.’
Wat doe je met zulke informatie?
Marte: ‘Dan ben ik een paar uur van slag. Het maakt vooral dat ik nog wat harder leef.’
Ella: ‘Harder leven, dat is het. Toen ik heel ziek was, dacht ik vaak: als het voorbij is ben ik dankbaar voor elke zonnestraal. Zo werkt het helaas niet, maar na elke controle die goed is, loop ik op een soort wolk van intens genieten.’
Hoe ging jullie familie om met jullie ziekte?
Ella: ‘Mijn ouders, broer en zussen stonden echt om mij heen, daar heb ik zo veel aan gehad.’
Marte: ‘Ik heb precies hetzelfde. Mijn moeders waren er helemaal voor mij; hoe zij zich destijds voelden, lieten ze mij niet zien. Als je zo ziek bent, kun je andermans gevoelens of ervaringen er niet bij hebben.’ Met glimlach: ‘Kanker heeft me soms wel egoïstisch gemaakt.’
Ella: ‘Ik werd ziek in de week dat Rusland Oekraïne binnenviel. Die informatie kon ik er helemaal niet bij hebben, ik was bezig met mijn eigen oorlog.’
Praten jullie makkelijk over je ziekte met andere mensen?
Marte: ‘Het is een fijne ijsbreker, haha. Met vaste reacties.’
Ella: ‘Heel erg schrikken, of vertellen over hun eigen ervaringen met kanker.’
Marte: ‘Over het algemeen reageren mensen lief.’
Ella: ‘Ik heb mezelf daarin wel moeten trainen. In het begin stelde ik mezelf bijna voor met: hoi, ik ben Ella en ik heb kanker gehad.’
Marte: ‘We maken hier vaak grapjes over, zo van: ik heb het weer veel te snel gedropt.’
Zijn er dingen die jullie juist goed kunnen omdat jullie dit hebben meegemaakt?
Marte: ‘Op momenten kan ik intens gelukkig zijn. Dat je voelt: ik sta hier met mijn beste vriendinnen, ik kan dansen, ademen, mijn benen storten niet in. En grenzen aangeven. Mijn broertje zei het laatst nog: ik ken niemand die zo goed grenzen kan aangeven. Dat was niet bedoeld als compliment, trouwens. Door wat er gebeurd is, ben ik erg op familie gericht, heb ik behoefte aan een hechte band met veel contact. Mijn broertje is 21, die heeft zoiets van: mijn vrienden bellen echt niet elke week met hun zus. Hij is vooral aan het loskomen, die tegengestelde beweging vind ik lastig.’
Ella: ‘En minder twijfels, weten wat je wilt en belangrijk vindt…’
Marte: ‘… en dat je geen controle over het leven hebt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant