De verdachten van de grootste drugszaak van Zeeland staan deze week in Breda voor de rechter. Het zijn de drie directeuren van een overslagbedrijf in de haven van Vlissingen. Ze ontkennen elke betrokkenheid. ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht en dat geldt voor alles.’
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
‘Ik heb nooit iets met drugs te maken gehad’, zegt het ene directielid van het van jarenlange drugshandel verdachte bulkoverslagbedrijf BTZ tegen de rechter. ‘Ik wil absoluut geen zaken doen met zo iemand’, verklaart het tweede directielid van het Vlissingse havenbedrijf over een klant die 4 jaar gevangenisstraf kreeg voor cocaïnesmokkel. En directeur 3? ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht en dat geldt voor alles.’
Het proces tegen BTZ, dat negen zittingen duurt, begon dinsdag voor de rechtbank in Breda, twee jaar na de politie-inval. Daarbij werden, uitzonderlijk, niet gewone werknemers van het bedrijf gearresteerd, maar de voltallige directie. De directeuren zaten na de inval ruim een half jaar vast, zijn tientallen keren verhoord en ontkennen elke betrokkenheid.
De drie – de zich op zijn zwijgrecht beroepende commercieel directeur René G. (58), zijn broer en algemeen directeur Jacco G. (61) en uitvoerend directeur Ko de K. (45) – worden ervan verdacht tussen eind 2017 en begin 2024 duizenden kilo’s cocaïne uit Zuid-Amerika te hebben ingevoerd.
Ook bevat de tenlastelegging witwassen, valsheid in geschrifte en, als ‘toetje’ zei de rechter, deelname aan een criminele organisatie met bedrijven in België, Brazilië, Dubai en Nederland.
De gevonden drugs zaten meestal verstopt in bulkladingen: schroot, sojabonen, zand, kolen of hout. Dat de cocaïne werd aangetroffen in bulkgoederen, wijkt ook af van andere drugszaken. Gebruikelijk is dat partijen heimelijk meekomen in containers met bijvoorbeeld bananen.
De vroegste zaak waarin de drie van betrokkenheid worden verdacht, betrof een lading aluminium. In vijftien van de blokken van elk een ton trof de politie in holtes pakketten cocaïne aan. De blokken stonden enige tijd op het BTZ-terrein in opdracht van de in 2018 veroordeelde klant. Daardoor kwam het Vlissingse bedrijf op de radar van de opsporingsinstanties.
De zaak tegen de directie van het inmiddels failliete BTZ leunt voor een belangrijk deel op een infiltratieactie van de politie. Daarbij zou een undercoveragent 100 kilo cocaïne via BTZ invoeren in ruil voor 180 duizend euro. Tegelijk luisterde de politie directieleden af met verborgen microfoons in hun kantoren. Op het bedrijfsterrein plaatsten agenten verdekt een camera.
De pseudokoop leidde tot wat de rechter noemt ‘het heterdaadje’ op grond waarvan politie en justitie in mei 2024 overgingen tot de inval bij BTZ en daaraan gelieerde bedrijven.
De advocaten van de drie verdachte directeuren menen dat de politie niet louter op basis van verdenkingen over had mogen gaan tot de undercoveroperatie. Ook opperen ze dat het handelen van de undercoveragent als uitlokking tot drugshandel kan worden getypeerd.
De advocaten willen de politieagent die infiltreerde in de rechtszaal ondervragen, al dan niet in vermomming. Het Openbaar Ministerie verzet zich daartegen en stelt dat alles wat uit de undercoveractie is voortgekomen al in het strafdossier staat.
Veel van de in de zaak naar voren gebrachte feiten, legde de rechter uit, ‘leunen’ op telefoontaps en chatverkeer. Dat gebeurde op telefoons waarvan criminelen dachten dat die niet konden worden afgeluisterd. De politie kraakte de telefoonservers en kreeg zo al het berichtenverkeer rondom BTZ in handen.
Bijna achteloos zegt de rechter dat daarop Jos L., de gezochte topcrimineel Bolle Jos, voorbij komt. ‘O, en deze: Mink K., die is bekend uit een ver verleden.’ K., wiens criminele carrière eind vorige eeuw begon, werd in 2022 in Libanon opgepakt op verdenking van cocaïnesmokkel van Zuid-Amerika naar Nederland.
De rechter geeft bij zijn feitenrelaas de verdachten voortdurend de gelegenheid te reageren. ‘Wilt u reageren? Onderbreekt u mij vooral.’ Daarmee weet hij De K. en Jacco G. enigszins aan het praten te krijgen.
Veel van de gesprekken en het berichtenverkeer, waarvan de politie denkt dat ze over drugs gaan, gaan volgens de twee juist over de te vervoeren bulkgoederen waarin de cocaïne buiten hun medeweten was verstopt.
Ze vertellen vooral over het reilen en zeilen van een van de grootste overslagbedrijven van de Vlissingse haven. Hoe hun klanten een groot deel van de dag toegang hebben tot de spullen die ze tegen betaling op het terrein stallen. ‘De klant heeft altijd specifieke wensen’, zegt De K. Hoe het met die partij aluminium uit 2018 afliep? ‘Toen bleek dat in sommige blokken rotzooi zat, wilde ik alles meteen weg hebben’, vertelt Jacco G. ‘De douane heeft het opgehaald.’
Meer en meer contrasteert de ogenschijnlijk open houding van de twee met die van René G., die beleefd – ‘dank u vriendelijk’ – maar beslist volhardt in zwijgen als de rechter hem op de man af iets vraagt. Cruciaal blijkt de vraag of hij en Ko de K. onder een codenaam hebben deelgenomen aan de incriminerende groepchats die de politie kraakte.
De K. ontkent zonder meer – ‘ik ben dat niet’ – al kan hij niet verklaren hoe er in het berichtenverkeer over contact met ‘mijn’ e-mailadres wordt gesproken, waarna een adres volgt waartoe alleen hij toegang had.
De rechter legt ook René G. teksten voor uit de chats die hem in een behoorlijk ongunstig daglicht stellen. ‘Zegt u net als De K. ‘Ik ben dit niet’?’ G. hapt niet toe: ‘Ik wens hierop niet te antwoorden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant