Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids.
Je zet al jaren geld opzij, zodat je niet in de problemen komt. Je hebt reserves voor als er iets aan de woning moet gebeuren of de cv-ketel ermee stopt. Daardoor hoef je nooit bij iemand anders aan te kloppen in een noodsituatie. Je kunt jezelf redden. Bij je ouders aankloppen voor hulp wil of kan je niet meer.
Je hebt nog genoeg om voor te sparen: een grote reis door Zuid-Amerika of Azië, een sabbatical. En je moet nog geld opzij zetten voor de uitvaart, want je wilt anderen er niet mee opzadelen. Moet je hiervoor aparte spaarpotjes aanleggen?
Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids. Zelf een vraag? geldvraag@volkskrant.nl
Het budgetinstituut Nibud pleit daar inderdaad voor. Als je via de bufferberekenaar uitrekent hoeveel je financiële buffer zou moeten zijn, kun je sinds kort spaardoelen toevoegen. Met een eigen woning en een flinke auto kom je op 30 duizend euro aan buffer. Voeg je voor 20 duizend euro aan spaardoelen toe, dan heb je 50 duizend euro nodig.
Het is begrijpelijk om de buffer gescheiden te houden van spaardoelen. Anders kun je na de reparatie van een lekkend dak niet meer die verre reis maken, of andersom.
Je kunt ook té voorzichtig zijn. Het Nibud vindt beleggen alleen een optie als je geld over hebt dat je nergens anders voor nodig hebt, ook niet voor de reis die je ooit nog wilt maken. Niets mag de zo gewenste zekerheid aantasten. Geen wonder dat 2,6 miljoen huishoudens meer spaargeld hebben dan de buffer die het Nibud adviseert, vaak zelfs het dubbele daarvan. Nooit meer tegenslag is belangrijker dan goed met geld omgaan.
Die buffer houdt geen rekening met hoeveel je per maand overhoudt en maakt weinig onderscheid tussen reserves die je binnenkort nodig hebt en die voor de langere termijn. En buffers overlappen elkaar soms. Als je overlijdt, heb je geen nieuwe auto meer nodig.
Actief met geld omgaan is beter. Een deel beleggen kan best. Meer dan 20 procent verlies je niet en als je de dip uitzit, maak je dat weer goed. Stap niet in één keer in, maar gespreid over zes tot twaalf maanden.
En investeer in huis en omgeving. Koop dat stukje groen voor je woning van de gemeente. Gemeenten willen vaak van dit zogenoemde snippergroen af. Zij verkopen deze stroken met 25 tot 60 procent korting aan huiseigenaren die ze aan hun perceel kunnen toevoegen.
Onderhoud je woning, cv-ketel en auto en repareer apparatuur, huisraad en kleding. Dan komen onaangename tegenslagen minder voor. Het is niet zo moeilijk om voor de komende jaren te voorspellen wat je moet gaan vervangen en wat dat ongeveer kost. Onderzoek lekkages en scheuren in de muren, om schade in de toekomst te voorkomen.
Sparen heeft meer zin als je aan planning doet. Als je een deel vastzet op deposito’s, haal je meer rendement. Kijk ook naar je pensioen. Slechts 5 procent van de Nederlanders zet iets opzij op een geblokkeerde spaar- of beleggingsrekening, terwijl de meesten er vanaf de AOW-datum financieel op achteruitgaan.
Source: Volkskrant