Het theatercollege is ongekend populair. Bij wetenschappers, journalisten, sporters en schrijvers, die er zo een nieuw podium bij hebben. Bij theaters, die er magere avonden mee vullen. En bij het publiek, dat serieuze informatie vreet. Wie zijn de sterren van dit moment?
schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
Rens is 21 jaar en volgt de opleiding docent geschiedenis. Vanavond gaat hij in Stadstheater Zoetermeer naar een theatercollege van Maarten van Rossem, die gezien zijn leeftijd zijn grootvader had kunnen zijn. ‘Als je zoals ik geschiedenisfanaat bent, is Maarten van Rossem een must. Ik heb hier net nog een paar boeken van hem gekocht, eentje geef ik aan mijn stagebegeleider.’ Rens heeft er duidelijk zin in.
In de foyer van het theater is het druk bij het stalletje van Boekhandel De Kler uit Zoetermeer. Op tafel staan verschillende boeken van Van Rossem, de verkoop gaat goed. Francine, medewerker van de boekhandel: ‘Ook los van zijn theatercolleges verkopen zijn boeken goed, we hebben ze altijd op voorraad, ook zijn oudere werk. Vroeger kwam hij nog weleens signeren, maar dat doet hij niet meer. Nu ja, hij is dik in de tachtig, dus dat snap ik ook wel weer.’
Signeren doet Van Rossem niet meer, maar optreden in het theater nog zeer regelmatig; De wereld volgens Maarten van Rossem staat in de programmaboekjes vermeld onder het kopje ‘theatercollege’.
Daar zijn er tegenwoordig veel van, heel veel. Je kunt het zo gek niet bedenken of een bekende wetenschapper, tv-persoonlijkheid, journalist, columnist, advocaat, rechtbankverslaggever, sportheld of schrijver klimt het podium op. Het publiek vreet het: theatercolleges van Van Rossem, maar ook van Beatrice de Graaf, Japke-d. Bouma, Geert Mak, het tv-duo Tim de Wit & Michiel Vos en Tom Dumoulin zijn steevast uitverkocht.
Zo ook vanavond in Zoetermeer: achthonderd mensen in de grote zaal. Dat er naast ouder publiek ook opvallend veel jonge mensen in de zaal zitten, heeft te maken met zijn podcast Maarten van Rossem & Tom Jessen, waarin hij op de van hem bekende manier de actualiteit van snedig commentaar voorziet.
Aan Van Rossem komt ook de eer toe het fenomeen theatercollege min of meer te hebben uitgevonden. Hij was in 2013 een van de eersten die van een gewone lezing in een bibliotheek of bij een historisch genootschap de stap naar het grote podium maakte. In navolging daarvan ontstonden er impresariaten die dit soort colleges gingen organiseren.
Hans Groen deed dat meteen in 2013 al, en hij is nog steeds directeur van de firma Theatercolleges BV. ‘Het idee ontstond toen ik colleges wilde gaan organiseren in het theater en contact zocht met Edwin van Balken, destijds directeur van het DeLaMar Theater. Hij vond het een goed plan, met name voor de maandagavonden in zijn theater.’
Groen had al de nodige ervaring in het organiseren van seminars voor het bedrijfsleven. ‘Maar daarvoor moesten de deelnemers duizend euro per dag betalen. Dat moest goedkoper en toegankelijker kunnen, en voor een veel breder publiek. Zo bedachten we een soort lezingavond met neurobioloog Dick Swaab en bioloog Midas Dekkers en daar was meteen al belangstelling voor. Ons eerste echte theatercollege, overigens hebben wij die naam bedacht, werd gegeven door astronaut André Kuipers. Daar kwamen achthonderd mensen op af, en zo is dat stap voor stap uitgebreid.’
Theatercolleges BV heeft inmiddels uiteenlopende deskundigen in zijn bestand, waaronder het duo Saskia Belleman (rechtbankverslaggever) en Petra Urban (rechtbanktekenaar), NRC-columnist Japke-d. Bouma en Geert Mak. Nieuw is Rusland-deskundige Helga Salemon. Groen: ‘Wij hebben Helga benaderd na een suggestie van Marijtje Pronk, directeur van theater De Veste in Delft, die haar bijdragen aan talkshows interessant vond. Programmeurs denken met ons mee over kandidaten waarvoor een publiek is. Er is kennelijk een hang naar duiding: Michiel Vos duidt de VS, Salemon duidt Poetin, Geert Mak duidt de hele wereld.’
In een tijd waarin steeds meer mensen lijken te twijfelen aan wetenschappers, politici, instituten en journalisten, is het opmerkelijk dat er zo veel publiek is voor serieuze theatercolleges. En waar een markt is, komen meer aanbieders. Van Rossem wordt geboekt door de Speakers Academy, wetenschapsjournalist Adriaan ter Braack zit bij Theaterbureau De Mannen, De Correspondent biedt colleges aan van eigen auteurs als Tim ’S Jongers (Armoede uitgelegd aan mensen met geld) en straatarts Michelle van Tongeren (Komt een land bij de dokter) en specialiseert zich met name in maatschappelijke onderwerpen.
Een grote speler is het Haagsch College, waar behalve Beatrice de Graaf ook voormalig profwielrenner Tom Dumoulin, filosoof Dirk De Wachter, duiders Bob Deen, Laila Frank en Volkskrant-journalist Huib Modderkolk zich bij aansloten. Dat ze ook vaak opduiken in diverse talkshows maakt ze extra aantrekkelijk.
Vincent Rietbergen richtte in 2013 met Freek Ewals het journalistieke theaterbureau Haagsch College op. Als journalisten (Rietbergen werkte op de politieke reactie van de NOS en Ewals bij BNR Nieuwsradio) besloten ze meer voor verdieping te gaan dan voor de waan van de dag.
Hun eerste theatercollege maakten ze met Joris Luyendijks Het zijn net mensen 2.0. ‘Samen hebben we een vervolg op zijn bestseller gemaakt. Het was meteen raak: 25 goedbezochte avonden door het hele land. Daarna volgden Rutger Bregman en Thomas Erdbrink: colleges over de grote, actuele, maatschappelijke vraagstukken waar met een helikopterview naar het nieuws werd gekeken.
‘Dat was en is ons uitgangspunt, verdieping bij het nieuws. Bovendien merken wij dat het publiek behoefte heeft aan samenkomen – alles is tegenwoordig zo gefragmenteerd, iedereen zit achter een eigen scherm, maar tijdens zo’n theatercollege gaat het om samen iets beleven, leren, ervaren.’
Overigens erkent Rietbergen dat de term theatercollege aan inflatie onderhevig is. Soms bestaat zo’n avond uit twee mensen die live hun populaire podcast opnemen, of komen Freek Vonk met zijn dierenavonturen of Fred van Leer met zijn zoektocht naar de ideale man langs. ‘Maar’, zegt Rietbergen, ‘kwaliteit bewijst zich uiteindelijk ook.’
Soms is het ook een gok. Volgens Hans Groen is sport als onderwerp tricky: Tom Dumoulin loopt wel, Erben Wennemars niet. Scheidsrechter Bjorn Kuipers: veel publiek, het duo Michel van Egmond en Wim Kieft: weinig publiek. Actualiteit scoort bijna altijd: zo zijn er colleges over de inval in Iran, en Simon Kuper staat in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag met het college De macht van het WK voetbal.
Ook de vorm verschilt: Amerika-deskundige Raymond Mens staat op het podium met twee clusters van twaalf tv’s die op allerlei zenders staan, Gerard Spong had destijds enkel een (nep)openhaard, een luie stoel en veel boeken, Geert Mak heeft niets – dat leidt maar af, vindt hij.
Intussen is het fenomeen theatercollege ook een verdienmodel geworden. Het publiek betaalt gemiddeld 25 tot 30 euro voor zo’n avond, op het podium staan maar een of twee mensen, decor en techniek zijn er niet of nauwelijks, dus iedereen verdient eraan: degenen die optreden, het theater, de impresariaten.
Natuurlijk: Van Rossem zegt dat hij een prima pensioen heeft en het dus absoluut niet doet voor het geld (hij miste vooral het college geven, vandaar); Beatrice de Graaf onderstreept dat ze met deze optredens echt een inhoudelijke missie heeft, namelijk de mensen bewust maken.
En Adriaan ter Braack, op sociale media ook bekend als @sjamadriaan, denkt dat hij als influencer met 212 duizend volgers op Instagram binnen twee jaar miljonair zou kunnen zijn als hij zou willen, ‘en dat word je echt niet van optreden in het theater’. Aan de andere kant: een freelancejournalist of -columnist met specifieke kennis verdient niet veel, en dan is het geven van een serie theatercolleges meer dan een aardige bijverdienste.
Theatercolleges zijn welkom in bijna alle theaters, van kleinere provincietheaters als Theater Sneek en De Lievekamp in Oss tot Internationaal Theater Amsterdam en Het Nationale Theater in Den Haag. Cultuursnobs klagen weleens dat hun theater een huis voor podiumkunsten dient te zijn, maar theaterdirecteuren denken breder: hun gebouw is een podium van en voor de stad.
Zoals Marijtje Pronk, directeur van theater De Veste in Delft. ‘Ik zie het theater ook als een als ontmoetingsplek, waar iedereen live samenkomt, ter lering en vermaak, zoals vroeger bij de oude Grieken. Er vinden momenteel enorme veranderingen plaats, waarin digitale schermen en soundbites domineren. Juist daarom moet je plekken blijven borgen waar mensen kunnen samenkomen om zich te laten informeren, zoals bij zo’n theatercollege.’
Dianne Zuidema, directeur van het DeLaMar Theater in Amsterdam: ‘Wij zijn niet alleen maar een kunstpaleis, dit soort avonden hoort er echt bij. Vaak kun je ze ook last minute nog boeken, zoals het college van Sjamadriaan, dat hier binnenkort staat. Bovendien neemt iedereen die hier optreedt zijn eigen achterban mee, ze zijn bekend van hun boeken, podcasts en tv-optredens. Dus wij krijgen hier ander publiek binnen. Dat is goed voor het theater zelf, dat mensen zien hoe leuk het hier is.’
Leuk is het ook voor degenen die optreden en die na afloop hun boek signeren (behalve Van Rossem dan), meermaals met fans op de foto gaan en soms ook cadeautjes krijgen. Van Rossem, na afloop in de kleedkamer: ‘Ach, u moest eens weten wat ik allemaal krijg: gedichten, aquarellen, stroopwafels, vooral stroopwafels ja, ik schijn ooit in mijn podcast te hebben gezegd dat ik van stroopwafels houd.’
Beatrice de Graaf krijgt tijdens het signeren in Eindhoven een cadeau van een man die haar colleges al vaker heeft bezocht. Als ze het pakje in de kleedkamer uitpakt, blijkt het een fraai blik met daarin acht Chinese cakejes en een complimenteuze brief.
Ze heeft haar pumps inmiddels verwisseld voor witte gympen. Ze gaat naar huis, morgen moet ze om negen uur weer op de universiteit zijn, in een collegezaal.
Volgens de Vereniging voor Concertgebouw- en Theaterdirecties (de VSCD) is het bezoek aan schouwburgen en concertzalen in 2024 gestegen met 9 procent. In dat jaar programmeerde 48 procent van de podia lezingen en debatten. In 78 bij de VSCD aangesloten podia werden in totaal 514 theatercolleges geprogrammeerd. De cijfers van 2025 worden half juli bekend, maar laten volgens de VSCD een flink stijgende trend zien in het aantal theatercolleges. Hans Groen: ‘Toen ik met de theatercolleges begon, was de markt een blauwe oceaan: veel ruimte, weinig concurrenten. Nu is de markt een rode oceaan: veel aanbieders, extreem druk. Het is steeds lastiger om ons aanbod in de theaters te krijgen, simpelweg omdat er zo veel is.’
In De wereld volgens Maarten van Rossem krijgt het publiek precies wat het verwacht: een populaire oud-hoogleraar, gekleed in de voor hem kenmerkende zwarte broek met vest, die langs onderwerpen als de teloorgang van de BBB, het voedselnoodpakket, de spreidingswet, de EU en de protesten tegen de komst van asielzoekers scheert. En passant is hij snoeihard over VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans (‘dat is de satan zelf’) en constateert hij dat je in dit land aan de ene kant de randdebielen hebt, aan de andere kant de intellectuelen, met daartussenin Henri Bontenbal. Opvallend: zijn visie op de Amerikaanse politiek krijgt dit keer nagenoeg geen aandacht.
Het beloofde college over de verlichtingsidealen komt tegen het eind wat in de knel, want Van Rossem praat er bijna twee uur lustig op los en betrekt regelmatig de zaal bij zijn betoog. ‘Wie van jullie heeft VVD gestemd? Wie vindt dat de EU uit zakkenvullers bestaat?’
Interessant is zijn analyse van hoe hecht en dus fout de relatie tussen de media en de Haagse politiek is, met als voorbeeld Gidi Markuszower die vanwege duistere praktijken geen minister mocht worden, maar wel elke avond in een talkshow zit. Rita Verdonk, Thierry Baudet, Caroline van der Plas: het gekkenhuis liep leeg, aldus Van Rossem. ‘Ik zweer dat als ik de Partij 80+ opricht, ik met vijf zetels in de Tweede Kamer kom. Ik ga namelijk in elk tv-programma zitten en geef mevrouw Coenradie een kus.’ Hij roept ten slotte zijn publiek op vooral kennis te vergaren en de feiten te kennen.
Gezien: 27/5, Stadstheater Zoetermeer
Wetenschapsjournalist Adriaan ter Braack is razendpopulair op Instagram en TikTok. Dat zie je ook aan het voornamelijk jonge publiek dat vanavond in Groningen naar zijn nieuwe theatercollege komt kijken. Onder zijn ‘artiestennaam’ Sjamadriaan is hij betrekkelijk nieuw in dit genre. Vorig jaar trad hij twee keer op in TivoliVredenburg in Utrecht, deze maand speelt hij in een aantal grote theaters in het land.
Zijn college is een mix van stand-upcomedy en toegankelijke wetenschap. Ter Braack, ooit redacteur bij Quest, strijdt al jaren tegen kwakzalverij, complotdenkers, wappies en gezondheidsgoeroes als Arie Boomsma en ‘IJsman’ Wim Hof. Met zijn petje, witte sneakers en groene Adidas-trainingsbroek is hij het type hippe gast, met een lichte vorm van ADHD. Op een scherm laat hij beelden zien van influencers die middeltjes, preparaten en supplementen aanprijzen en tips geven. Daaronder opvallend veel ex-actrices uit Goede Tijden, Slechte Tijden, zo blijkt.
Ter Braack raast in een flink tempo langs zijn onderwerpen (detoxen, e-nummers, vaccinaties, energetische buttplugs), struikelt soms over zijn woorden en wil snel, sneller, snelst. Iets meer rust zou zijn show goed doen, maar inhoudelijk staat zijn betoog als een huis. Hilarisch zijn enkele filmpjes van influencers die bijvoorbeeld het gebruik van zonnebrandcrème afraden ‘omdat een boom zichzelf ook niet insmeert’. Zijn advies aan het publiek is duidelijk: raadpleeg altijd een wetenschappelijke bron, want ‘wetenschap is geen mening’.
Gezien: 8 juni, SPOT/Oosterpoort Groningen.
Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, begint haar college met beelden van Donald Trump en een paar van zijn ministers, waarin ze keihard oordelen over de teloorgang van Europa. ‘Dit wordt geen optimistische avond, maar ik zal wel hoopvol eindigen’, zegt ze. Wat volgt is een glashelder betoog over het populisme, de opkomst van extreemrechts en hoe daarmee om te gaan, nu en in de toekomst.
De Graaf, in hemelsblauw broekpak en op hoge witte pumps, bouwt haar college op vanuit wat zij noemt het ‘autoritaire draaiboek’. Dat bestaat uit drie fasen: chaos aanwakkeren, het ondermijnen van de publieke ruimte en normalisering. Ze bespreekt Napoleon en de opkomst van het fascisme in de jaren dertig van de vorige eeuw, om te eindigen in het hier en nu.
Daarbij zoomt De Graaf vooral in op de radicale ontwikkelingen in Oost-Europa en het Amerika onder Trump. Ze toont filmpjes (uitspraken van politici, voxpops), lardeert haar betoog met interessante anekdotes (zo wist ik niet dat autobouwer Henry Ford fanatiek antisemiet was) en is lekker activistisch als ze het publiek oproept nooit meer naar tv-programma Vandaag Inside te kijken.
Het positieve slot dat De Graaf ons in het vooruitzicht heeft gesteld, is haar oproep om te leren hoopvol te zijn, door onder meer de boeken van historicus Johan Huizinga te lezen en ons opnieuw te verdiepen in de zeven deugden. ‘De kernwaarde in Nederland is vrijheid, maar vrijheid heb je pas als de zeven deugden geborgd zijn’, zegt De Graaf. Daarmee zet ze een punt achter een knap opgebouwd college, waarin je als toeschouwer goed bij de les moet blijven maar na afloop wordt beloond met nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld dat Napoleon eigenlijk een ijdele eikel was.
Gezien: 15 juni in Parktheater Eindhoven
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant