AI-coaches, ondernemers en beroemdheden sporen vrouwen aan de ‘AI-genderkloof’ te dichten. Dat zij terughoudender zijn in het gebruik van AI, zou hun carrières op een niet in te halen achterstand brengen. Maar zijn vrouwen daarmee geholpen?
In de AI-revolutie lopen mannen misschien vaker voorop, maar de vrouwen die vandaag aanwezig zijn bij de AI-cursus van Her/ai in Utrecht, zullen in elk geval niet achteráán lopen. ‘Mijn man maakt al grapjes dat ik álles met AI oplos’, zegt Anneloes Dros (39), die als zzp’er werkt voor private-equityfondsen en drie kinderen heeft.
Met Her/ai willen Saskia Milsted (32) en Alinda Wit (41, beiden econoom en consultant) vrouwen overtuigen om de ‘AI-genderkloof’ te dichten. Op hun Substack schrijven ze dat vrouwen daarin snel ontmoedigd raken: ‘Elke keer als je begint, kom je terecht in een moeras van tutorials, jargon en tools (...) Je voelt een enorme overwhelm, en dus haak je af.’ De cursusdeelnemers gaan leren hoe ze werk- en privéklussen kunnen uitbesteden aan het nieuwste Claude-model, Opus 4.8 (het taalmodel van het Amerikaanse Anthropic).
Dros leerde via een Substackpost van Her/ai (‘Hoe je je mental load automatiseert met Claude Code’) al hoe ze de weekplanning van haar huishouden kan automatiseren: ‘We hebben een au pair thuis, heel fijn, maar ik was de hele tijd bezig met instructies. Ik geef nu één prompt aan het begin van de week. Kijk, hier zegt hij bijvoorbeeld dat mijn zoon woensdag voetbal heeft en meteen erna de avondvierdaagse, dan krijg ik bericht: hé, kan dat wel?’
Dros schreef zich in omdat ze voor haar werk veel meer uit AI wil halen. ‘Ik investeer voor bedrijven in private-equityfondsen, en moet snel een screening kunnen doen van het trackrecord van een partij die ons geld gaat investeren.’ Tegenover Dros zit Maaike Haan (46), die met haar partner een horecabedrijf heeft voor evenementen en bruiloften. Ze hoopt met AI klantgesprekken sneller naar een offerte te kunnen vertalen. En personeelsplanningen te maken. ‘Dat kost zó veel tijd.’
Ook in het publieke debat en op sociale media richtten dit voorjaar influencers, beroemdheden, momfluencers en coaches zich specifiek tot vrouwen met de boodschap: een slimme meid is op de AI-toekomst voorbereid. Zo sprak actrice Reese Witherspoon (30,2 miljoen volgers), met een versgeblenderde smoothie in de hand, op haar Instapagina: ‘Het is tijd dat we over AI gaan leren.’
Een bericht gedeeld door Reese Witherspoon (@reesewitherspoon)
Uit een steekproef in haar tienkoppige boekenclub concludeerde Witherspoon dat vrouwen te weinig van AI begrijpen en er te weinig gebruik van maken. De Amerikaanse auteur en podcasthost Mel Robbins (van The Let Them Theory, circa 37 miljoen luisteraars) noemde het in een Instagramvideo ‘schokkend’ dat vrouwen ‘tot 40 procent minder’ AI gebruiken dan mannen (daarover later meer). Ze spoorde haar volgers aan AI te gebruiken ‘om controle over je geld te krijgen’. Dat konden ze doen door al hun financiële data met Copilot te delen, de ingebouwde AI-assistent van Windows – Robbins wordt gesponsord door Microsoft.
‘O my god, you have to lean in’, zei Robbins. Lean in, dat is het bekende motto uit het gelijknamige boek van Sheryl Sandberg, de ex-operationeel directeur van Meta, die óók al de noodklok luidt over de AI-genderkloof. Haar bedrijf Lean In richt zich nu volledig op het bijspijkeren van vrouwen in AI. Sandberg en haar echtgenoot bezitten een investeringsfonds dat vele miljoenen in AI-startups steekt, en is bestuurslid bij het (niet onomstreden) Britse AI-bedrijf Nscale.
De beroemdheden en ondernemers die een AI-genderkloof signaleren, schrijven deze doorgaans toe aan een veronderstelde angst of kennisgebrek bij vrouwen. In opiniestukken en commentsecties werd dan ook flink tegengesputterd: zíjn die halsstarrige vrouwen wel zo onwetend op het gebied van AI, zoals Witherspoon beweert, of hebben ze minder animo om andere redenen?
Al bij het introductierondje van de workshop in Utrecht uiten sommige cursisten hun zorgen. ‘Ik deel al mijn gegevens met Claude’, zegt Dros, ‘dat is best heftig.’ Sophie, organisator van leiderschapsreizen en ademcoach: ‘Ik wil AI gebruiken op een goede, natuurlijke manier die bij mij past.’ Maar ja, hoe moet dat?
‘Wij zijn ook best kritisch op AI’, zegt Milsted. ‘Daarover schrijven we op onze Substack. Bijvoorbeeld over digitaal kolonialisme: de arbeid om AI-taalmodellen te verbeteren wordt nu uitbesteed in lagelonenlanden als Kenia. En toch gaan we zo meteen vertellen hoe je je hele leven in Claude kunt stoppen’, zegt ze lachend. ‘Ja, dat is soms tegenstrijdig. We willen vrouwen laten zien wat ze met AI kunnen, omdat we geloven dat ze zich hier toch toe zullen moeten verhouden. Deze ontwikkeling is al gaande.’
Natuurlijk: niet alleen vrouwen zoeken een weg om bezwaren over AI en AI-gebruik met elkaar te rijmen. Maar waarom zijn vrouwen ineens een speciale aandachtsgroep in de opmars van AI-gebruik in het werkende leven? Is er eigenlijk sprake van een genderkloof op het gebied van AI, en zo ja, wat betekent dat? Moeten vrouwen en groupe een sprintje trekken om nog bij de mannen aan te mogen sluiten, of is er nog een andere weg?
Achterblijven en de boot missen of op de trein springen en de kloof dichten. In het gesprek rondom vrouwen en AI klinken steeds dezelfde frasen, die een doembeeld schetsen voor AI-geheelonthouders: die maken zichzelf overbodig door niet mee te gaan in de vaart der volkeren.
‘Ik kan begrijpen waarom vrouwen gemiddeld minder enthousiast zouden zijn over AI’, zegt Sara Colombo. Ze is directeur van het Feminist Generative AI Lab van de TU Delft, waar wordt nagedacht over inclusieve en verantwoorde ontwikkeling van generatieve AI. ‘Sommige vormen van AI-gebruik pakken voor vrouwen veel negatiever uit dan voor mannen. Denk aan deepfakeporno, AI-systemen die bestaande genderverschillen en vooroordelen reflecteren en versterken.’ Dat kan te maken hebben met de bezetting in de AI-wereld: nog geen kwart van de mensen die in AI werkt, is vrouw.
Vrouwen zijn ook minder geneigd AI te gebruiken, zoals blijkt uit het Harvard-onderzoek dat podcastmaker Mel Robbins aanhaalde. De verschillen zijn kleiner dan Robbins deed voorkomen, maar significant: uit deze meta-analyse van achttien studies blijkt dat mannen AI 16 procent vaker gebruiken dan vrouwen, gerekend vanaf 2025. Ook gebruiken ze het op een werkdag gemiddeld 18 minuten langer dan vrouwelijke collega’s.
Dat valt niet helemaal te verklaren door het feit dat mannen vaker een technisch beroep hebben: ook binnen techbedrijven of bij vergelijkbare functies in hr, marketing en accountancy, blijven de verhoudingen ruwweg hetzelfde. Vrouwen zeggen ook consequent dat ze minder kennis hebben van AI, en daarom aarzelen het te gebruiken.
Dat is niet het hele verhaal. Vrouwen zijn ook vaker AI-agnostisch omdat ze er niet van overtuigd zijn dat AI hen efficiënter zal maken, of omdat er binnen hun bedrijf geen duidelijke kaders zijn over verantwoord AI-gebruik. Ze maken zich meer zorgen om databeveiliging en privacy, en vinden vaker dat maatschappelijke risico’s (zoals de gevolgen voor de mentale gezondheid, het klimaat en de arbeidsmarkt) niet opwegen tegen de mogelijke voordelen.
Dat is ook de ervaring van Milsted en Wit van Her/ai, die eerder ook gemengde AI-trainingen gaven. Het viel hun op dat vooral vrouwen hun vinger opstaken met vragen over de maatschappelijke gevolgen van de AI-industrie. Wit: ‘Move fast and break things, die leus van Mark Zuckerberg, ik geloof ook niet dat een vrouw zoiets zou verzinnen.’
Vrouwen zijn ook vaker bang dat hun gebruik van AI als valsspelen wordt gezien, schrijven de Harvard-onderzoekers. En terecht: volgens de onderzoekers worden ze daar inderdaad zwaarder op afgerekend, omdat bij vrouwen AI-gebruik sneller wordt geïnterpreteerd als een gebrek aan kunde.
De illustraties bij dit artikel en voor de cover zijn gemaakt door beeldend kunstenaar Maria Mavropoulou. V heeft haar gevraagd omdat zij in haar werk onderzoekt hoe technologie onze waarneming en opvattingen stuurt. Voor deze beelden is ze begonnen met eigen schetsen op papier en fotografie, die zij vervolgens door AI haalt. Op die manier probeert zij door AI geproduceerde stereotiepe beelden tegen te gaan.
De Volkskrant werkt in principe niet met AI-gegenereerde beelden, tenzij daar expliciet om is gevraagd, bijvoorbeeld bij een artikel over AI. In dergelijke gevallen leggen we hierover verantwoording af.
Ook kan AI-gebruik voor vrouwen resulteren in een negatieve feedbackloop: bestaande genderverschillen en -vooroordelen in de gebruikte data worden hierbij versterkt. Stel, je gebruikt AI-recruitingsystemen om sollicitanten te beoordelen, wat volgens uitzendbureau Manpower al bij 61 procent van de Nederlandse bedrijven gebeurt. Dan geven die systemen (volgens een recente studie van de IT University of Copenhagen) de voorkeur aan brieven van mannelijke sollicitanten in 85 procent van alle werkvelden, zelfs binnen door vrouwen gedomineerde beroepsgroepen, zoals de zorg en de kinderopvang.
Volgens de onderzoekers komt dit doordat AI-systemen onder meer de voorkeur geven aan ‘mannelijk’ taalgebruik (woorden als ‘assertief’ of ‘uitvoerend’) boven ‘vrouwelijk’ taalgebruik (‘gemeenschappelijk’ en ‘ondersteunend’). Dit kan al (onbedoeld) leiden tot genderdiscriminatie. Maar als de sollicitanten zelf óók hun motivatiebrief of cv door AI laten genereren, kan die ongelijkheid nog groter worden, omdat deze modellen vrouwen juist het taalgebruik aanmeten waarop de AI-recruitingsystemen afknappen.
En dan is er nog onzekerheid over de toekomst van de arbeidsmarkt. ‘AI drijft vrouwen uit hun werk’, schreef econoom Noreena Hertz in een opiniestuk in De Volkskrant. Hertz geeft als bijzonder hoogleraar aan University College London leiding aan AI-onderzoek. Ze citeert een recent onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van de Verenigde Naties, waaruit blijkt dat banen die door vrouwen worden vervuld bijna drie keer zoveel kans maken om te worden geautomatiseerd dan die van mannen (9,6 procent versus 3,5 procent). Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in beroepen waarbij de kans groot is dat het werk (deels) door AI wordt geautomatiseerd, zoals administratie, klantenservice en hr.
Ulrich Zierahn-Weilage, die als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar de transformatie van werk door digitalisering, plaatst een kanttekening: ‘Dit soort rapporten kijken naar de mate waarin een beroep wordt blootgesteld aan AI. Maar dat een beroep te maken krijgt met AI, betekent niet automatisch dat het in zijn geheel zal verdwijnen.’
De invloed van AI op werk verloopt volgens Zierahn-Weilage ruwweg volgens twee scenario’s: het kan repetitieve, eenvoudige handelingen vervangen of juist complexere taken. In het eerste scenario wordt het werk specialistischer en stijgt het salaris, maar wordt het instapniveau ook hoger. In het tweede scenario wordt het instapniveau lager en dalen de salarissen juist.
Voorspellende rapporten hebben volgens Zierahn-Weilage zeker waarde, maar in het verleden zijn dystopische voorspellingen voor de arbeidsmarkt door technologie niet uitgekomen. ‘Er staat elke tien jaar wel een robot of computer op de cover van Der Spiegel, die mensen massaal zou vervangen.’
Ook in de jaren negentig werd dat voorzien, maar die ontwikkeling pakte voor vrouwen op de arbeidsmarkt over het geheel genomen niet negatief uit, zegt Zierahn-Weilage. ‘Het opleidingsniveau van vrouwen steeg, door de computer werden ze productiever. In die tijd nam de loonkloof sterk af. Dat kwam ook doordat bij fysiek zware beroepen, waarin mannen oververtegenwoordigd waren, de automatisering ervoor zorgde dat veel salarissen daalden.’
Wat ontbreekt in dit gesprek, zegt ook Zierahn-Weilage, is dat er meer scheidslijnen relevant zijn dan man en vrouw: de verschillen tussen vrouwen en mannen onderling zijn groot. ‘De kwetsbaarheid zit hem erin: als jij je baan verliest, hoe liggen dan je kansen om ergens anders aan de slag te gaan?’ Dat hangt volgens Zierahn-Weilage vooral samen met factoren als opleidingsniveau, leeftijd, woonplaats en financiële zekerheid. In dat opzicht staan vrouwen als groep er niet noodzakelijk slecht voor: zo hebben ze gemiddeld een hoger opleidingsniveau. Tegelijk bestaan er tussen vrouwen grote verschillen – net als tussen mannen.
‘Iedere werknemer doet er goed aan om zich te verdiepen in wat de komst van AI voor diens beroep kan betekenen’, zegt Zierahn-Weilage. ‘Het probleem is alleen dat de mensen die er de meeste baat bij hebben zich tijdig voor te bereiden, dit het minst vaak doen.’ De vraag is dus of de oproep om individueel (en op eigen kosten) aan de slag te gaan met AI een effectieve manier is om het kwetsbaarste deel van de beroepsbevolking te beschermen.
Dát AI een grote invloed zal hebben op veel beroepen (m/v/x) staat vast, maar over de mate en tijdspanne waarin sprake zal zijn van ‘vervanging’ is onder AI-experts nog discussie. Daarnaast is het op sociale media oppassen: vaak verkondigen juist AI-evangelisten de dreigendste scenario’s, die niet zelden afkomstig zijn van AI-bonzen zelf. Zo zegt de Britse techinfluencer @oxforddatagirl (124 duizend volgers), die AI-cursussen promoot: ‘Je zult je baan niet verliezen aan AI – maar aan iemand die AI gebruikt.’ Die quote is afkomstig van Jensen Huang, de CEO van chipmaker Nvidia, grootleverancier van de AI-industrie.
De oproep aan vrouwen om zich zo snel mogelijk op de reddingssloep van AI te storten, joeg nogal wat feministen naar het toetsenbord. In New York Magazine schreef journalist Angelina Chapin over de ‘girlbossification van AI’: ‘Leren hoe je Claude gebruikt zal je wellicht helpen om je baan wat langer te behouden, (...) maar het gaat genderongelijkheid zeker niet oplossen.’ De girlboss was een feministisch archetype van de jaren tien, toen vrouwen als Sheryl Sandberg vrouwen vertelden dat zij om succes te boeken vooral moesten meebewegen (to lean in) in bedrijfsculturen waarin vooral mannen de dienst uitmaakten.
Moeten vrouwen nu alweer leunen? Techschrijver Abi Awomosu wijst erop dat nota bene de meest iconische rol van kersvers AI-adept Witherspoon als verzetsicoon zou kunnen dienen: Elle Woods. In de film Legally Blonde (2001) weigerde deze hoogblonde, hyperfeminiene rechtenstudent zich aan te passen aan de heersende verwachtingen in de advocatuur: ze gebruikte juist haar unieke (vrouwelijke) perspectief om een moordzaak op te lossen. Awomosu (auteur van de nieuwsbrief en het boek How Not To Use AI) schrijft: ‘Elle Woods accepteerde niet blind het systeem waarmee ze werd geconfronteerd. Elle Woods wees het ook niet af.’
Volgens Awomosu wordt met ‘achterblijven’ de afwachtende houding te snel als een probleem geschetst. ‘Wat als het wijsheid is?’ Het inzicht van vrouwen, zegt Awomosu, wordt heruitgevonden als een gebrek, waarvoor een remedie wordt verkocht: ga op cursus. Maar vrouwen blijven niet achter op het gebied van AI, zegt Awomosu, vrouwen verbinden voorwaarden aan het gebruik van een technologie die ze terecht wantrouwen. ‘De kloof is geen gat, het is een vangrail.’
Ook Colombo vindt de tegenstelling tussen aanhaken of achterblijven oppervlakkig. ‘Als je aarzelt om AI te gebruiken, kan dat ook betekenen dat je er juist méér van begrijpt.’ In het populaire narratief van ‘achterblijven of aanhaken’, moet ‘aanhaken’ eigenlijk doormidden worden gehakt, zegt Colombo: ‘AI-geletterdheid moet kritische AI-geletterdheid worden. Je moet weloverwogen kunnen besluiten wanneer je het wel en niet wilt gebruiken, en uit kunnen leggen waarom.’
Die positie nemen sommige vrouwen in de praktijk al in, zo blijkt uit een enquête onder duizend vrouwelijke leidinggevenden van de Amerikaanse netwerkorganisatie Chief. Van deze vrouwen zegt 80 procent een actieve, strategische rol te spelen bij het formuleren van AI-beleid binnen hun organisatie. Meer dan de helft zegt er in de eerste plaats op toe te zien dat AI volgens de regels wordt toegepast, ethische grenzen te bewaken en na te denken over hoe werknemers en AI goed kunnen samenwerken.
Het is wel oppassen dat je met je zorgen over AI niet alleen komt te staan, waarschuwt Colombo: ‘Als jij de enige bent die tot voorzichtigheid maant, kan dat je een ongunstige positie opleveren ten opzichte van je collega’s.’ Colombo moedigt mensen met zorgen over AI aan elkaar op te zoeken. ‘Richt je niet alleen op je eigen AI-gebruik, zoek het gemeenschappelijke gesprek op over welke waarden AI-gebruik dwarsboomt of ondersteunt, en bundel je krachten.’
Intussen is het behoorlijk schipperen, voor mensen met zorgen over AI; in hoeverre ben je individueel verantwoordelijk voor het gebruik van een voortmarcherende technologie waarop je nauwelijks invloed hebt? En wat kost het je als je de hakken in het zand zet? Volgens Awomosu zadelen de oproepen aan vrouwen om razendsnel een achterstand in te halen hen onterecht op met individuele verantwoordelijkheid. Ze vergelijkt het met oliebedrijf BP, dat met ‘de ecologische voetafdruk’ een instrument uitvond om de consument (en niet de olie-industrie of overheden) zichzelf tot de orde te laten roepen.
Ook de cursusleiders worstelen ermee. Milsted: ‘Ik maak eigenlijk altijd dezelfde vergelijking: ik heb in het bestuur van de Partij voor de Dieren in Noord-Holland gezeten, maar ik vlieg wel als ik op vakantie ga. Het is in deze samenleving een continue worsteling om te bepalen wat je wel en niet doet. Heel eerlijk, de ene dag denk ik: wat doen we eigenlijk? De andere dag denk ik: het is nodig. We moeten AI op een of andere manier een plaats geven in onze samenleving. De trein rijdt al, maar welke kant gaat hij op? Ik geloof dat we daar in onze democratie nog iets over te zeggen hebben.’
Wit: ‘Ik denk dat kritiek en gebruik naast elkaar kunnen bestaan. We zien onszelf meer als een soort ouders, die zeggen: drugs are bad. Maar als je dan toch gaat experimenteren: doe het dan als ik erbij ben.’ Voor de vrouwen hier is duidelijk: ze gaan experimenteren. De opkomst van AI schept voor hen mogelijkheden, verwachtingen en soms verplichtingen voor de manier waarop ze hun werk doen.
Dat merkt ook cursusdeelnemer Sophie Uijterschout (40), die als zzp’er bedrijven helpt in de toepassing van Monday.com (een softwaresysteem waarin teams kunnen samenwerken en projecten beheren). ‘Ik gebruik al elke minuut van de dag AI. Ik moet vaak aan bedrijven laten zien wat er is gedaan met een presentatie, dat zit ik dan toch weer elke keer handmatig in elkaar te zetten. Dat kan zoveel sneller als ik er AI bij gebruik.’ Onmiddellijk rijst in de groep de vraag; als je met AI veel sneller kunt werken, zegt de klant dan niet dat de prijs omlaag moet? ‘Dat kan gebeuren’, zegt Uijterschout. ‘Maar nu profiteert de klant er vooral van dat ik heel snel ben.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant