Terwijl Brussel eindelijk een route uitstippelt naar een toekomst zonder dierproeven, is het aantal dierproeven in Nederland juist toegenomen. Waarom blijven dierproeven toch zo’n prominente plaats innemen binnen wetenschappelijk onderzoek?
Onlangs presenteerde de Europese Commissie haar langverwachte Roadmap Towards Phasing Out Animal Testing for Chemical Safety Assessments, die beschrijft hoe Europa de afhankelijkheid van dierproeven wil uitfaseren. Vrijwel gelijktijdig verscheen in Nederland de nieuwste editie van ZoDoende, het jaarlijkse overzicht van het gebruik van proefdieren.
Waar ZoDoende laat zien dat het aantal dierproeven is toegenomen, richt de roadmap zich op het afbouwen van dierproeven voor verplichte veiligheids- en toxiciteitstesten. In Nederland werden voor deze categorie in 2024 zo’n 100 duizend dierproeven gedaan (van het totaal van 435.263 dierproeven dat jaar). Maar het belang van de roadmap reikt verder dan de verplichte testen. Door in te zetten op de afbouw van dierproeven geeft de Europese Commissie een krachtig signaal af.
Over de auteur
Debby Weijers is directeur van Stichting Proefdiervrij.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat een bredere omslag noodzakelijk is, blijkt uit de 230.464 dierproeven die niet voortkomen uit een directe wettelijke verplichting. Voor sommige veiligheids- en toxiciteitstesten schrijven nationale of internationale regelgevers nog altijd dierproeven voor. Maar voor veel fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek bestaat die wettelijke noodzaak niet. Dit zijn dus proeven die we ook zonder verandering in regelgeving of de uitvoering daarvan zonder dieren kunnen doen door over te stappen op proefdiervrije innovaties.
Maar onze voorkeur voor dierproeven belemmert die overgang. Hoewel de roadmap zich specifiek richt op dierproeven voor chemische veiligheidsbeoordelingen, erkent de Europese Commissie dat een fundamenteel ander beoordelingssysteem nodig is. Dierproeven zijn niet langer de vanzelfsprekende gouden standaard. Juist die voorbeeldwerking kan helpen om ook buiten de wettelijke veiligheidstesten de hardnekkige voorkeur voor dierproeven stap voor stap te doorbreken.
Zelfs wanneer er mensgerichte onderzoeksmethoden beschikbaar zijn en er geen wettelijke verplichting bestaat om dieren te gebruiken, kiezen onderzoekers toch voor dierproeven omdat die bekend zijn en vaak makkelijker worden geaccepteerd door subsidiegevers, ethische commissies, wetenschappelijke tijdschriften en toezichthouders.
Dit is de zogeheten Animal Methods Bias (‘dierproefvoorkeur’): een systematische voorkeur voor dierproeven binnen wetenschap, regelgeving en publicaties. Onderzoek met dierproeven wordt sneller gepubliceerd of als betrouwbaarder gezien dan onderzoek met innovatieve, mensgerichte methoden.
Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel. Dierproeven worden gebruikt omdat ze de gevestigde norm zijn, en ze blijven de norm omdat het systeem daarop is ingericht. Nieuwe methoden moeten zich keer op keer bewijzen, terwijl de bekende dierproef uit routine makkelijker geaccepteerd wordt. Zo wordt innovatie afgeremd, zelfs wanneer betere onderzoeksmethoden binnen handbereik liggen.
Dat is precies waarom systeemverandering zo belangrijk is. Het verminderen van dierproeven is niet alleen een kwestie van het ontwikkelen van nieuwe technologieën. Het vraagt ook om veranderingen in de manier waarop onderzoek wordt gefinancierd, beoordeeld, gepubliceerd en gereguleerd. Zonder die veranderingen zullen veelbelovende innovaties blijven steken in pilotprojecten, terwijl de praktijk grotendeels hetzelfde blijft.
In het doorbreken van de dierproefvoorkeur kan de nieuwe Europese roadmap een belangrijke rol spelen. Zo erkent de Europese Commissie dat dierproeven geen eindstation zijn, maar een tussenfase op weg naar betere, mensgerichte wetenschap. Daarmee ligt er nu niet alleen een ambitie, maar ook een oproep aan lidstaten, onderzoekers, financiers en toezichthouders om de overgang daadwerkelijk te versnellen.
Waar de nieuwste ZoDoende laat zien waar we staan in Nederland, laat de Europese roadmap zien waar we naartoe kunnen – en moeten. Systeemverandering is niet alleen cruciaal voor de transitie proefdiervrije innovatie, maar ook een voorwaarde voor betere wetenschap. Mensgerichte methoden zoals orgaan-op-een-chip, cel- en weefselmodellen kunnen nauwkeuriger voorspellen wat goed werkt bij de mens, in tegenstelling tot de ingesleten route met proefdieren.
Ambities moeten nu worden omgezet in investeringen, beleid en toepassing van proefdiervrije innovaties. Anders dreigt de Europese uitfasering een papieren belofte te blijven. En dat betekent niet alleen dat honderdduizenden dieren onnodig worden gebruikt, maar ook dat we vasthouden aan onderzoeksmethoden die de menselijke biologie slechts beperkt nabootsen.
Door de voorkeur voor dierproeven los te laten en te kiezen voor proefdiervrije, mensgerichte modellen, kunnen we de veiligheid van stoffen nauwkeuriger beoordelen en de weg vrijmaken voor betere wetenschap en effectievere innovaties.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant