Home

Waarom jongeren weer emo worden (maar dan zonder stijltangen en skinny’s)

Twintig jaar na de hoogtijdagen van emo omarmen jongeren weer de subcultuur met de zwarte eyeliner en melancholische muziek. De neo-emo’s zingen op Emo Night in Nijmegen net zo hard mee met My Chemical Romance als de dertigers. Maar dan in minder strakke jeans.

De dresscode van de avond is duidelijk: inktzwart. De Nijmeegse concertzaal Doornroosje vult zich met visnetpanty’s, eyelinercreaties, bandshirts en zwartgelakte nagels. Kapsels zijn er in alle kleuren van de regenboog. Naast de bar worden shirts verkocht met de tekst ‘It’s not a phase, mom’. Vanavond tijdens de clubavond van Emo Night Mainland lijkt het alsof de tijd is blijven steken in de jaren nul, toen de zogeheten ‘emo’-subcultuur haar piek beleefde.

Emo is een muziekstroming, een stijlvorm en een subcultuur ineen. Het heeft invloeden van gothic en punk, maar emo is minder boos dan punk en minder duister dan gothic. Zoals de naam al doet vermoeden, staan emoties centraal in zowel de muziek als het levensgevoel.

Het emogenre staat bekend om de zelfreflectieve en persoonlijke teksten, ondersteund door rockmuziek, die voor tieners in de jaren nul een uitlaatklep waren voor hun frustraties en verdriet. Er wordt vaak openlijk gezongen over mentale klachten als depressieve gevoelens.

Bekende bands binnen het genre zijn Panic at the Disco, Fall Out Boy, Paramore, Bring Me the Horizon en My Chemical Romance. Kenmerkende nummers van deze groepen zijn I Write Sins Not Tragedies, Misery Business, Can You Feel My Heart en I’m Not Okay (I Promise).

In het straatbeeld vielen emo’s op door hun volledig zwarte outfits met skinnyjeans en donkergeverfde, met de stijltang bewerkte kapsels, met een lange schuine pony die weemoedig het zicht op één oog ontnam.

De onovertroffen aanvoerder van het genre, volgens zo ongeveer alle emofans, is My Chemical Romance. Dit jaar is het twintig jaar geleden dat die band zijn magnum opus The Black Parade uitbracht: een theatraal album over een jonge kankerpatiënt die op zijn leven en de wereld reflecteert als zijn dood nadert. Wellicht een wat minder bekend album voor de doorsnee muziekluisteraar, maar binnen de emosubcultuur een baken.

Nieuwe generatie

In Doornroosje, zo’n twintig jaar later, lijken een paar dertigers hun oude garderobe uit de kast te hebben opgediept voor een avondje jeugdsentiment. Opvallender is dat het merendeel van het publiek bestaat uit jongvolwassenen, die nog in de luiers zaten ten tijde van de emopiek. Deze nieuwe generatie emo’s heeft de ultrastrakke jeans van hun voorgangers ingeruild voor wijde skate-achtige broeken en laten de stijltang in de kast. Maar verder lijkt er weinig veranderd.

Noël van Eijk (24) en Sam Schrooten (22) maken deel uit van de groep emofans die in Doornroosje hun tieneremoties weer even de vrije loop laten. ‘Vanwege de nostalgie’, zegt Schrooten, ‘maar ook echt de stijl.’ Ze zijn volledig in het zwart gekleed en zwarte sieraden, piercings en make-up sieren hun gezichten. Op Schrootens hoofd staat een blauwgeverfde hanekam fier overeind.

‘In de deprimerende songteksten van de muziek kan ik mezelf herkennen. Zo emotioneel stabiel ben ik’, grapt Van Eijk.

De organisatoren van deze emoclubavond proberen doelbewust een zo breed mogelijke doelgroep aan te spreken. De avonden waren eerst alleen toegankelijk voor 18-plussers, maar vanwege de grote animo onder tieners hebben de organisatoren de minimumleeftijd naar 16 bijgesteld.

‘We draaien gevarieerd: oude nummers, nieuwe nummers en er een beetje tussenin. Maar het valt ons op hoe alle jonkies ook het oude spul kunnen meezingen’, vertelt Emo Night-organisator Lesley Klaverdijk (39).

Samen met Bart Wijers (38) organiseert hij de clubavonden door het hele land. Een dag eerder stonden ze nog met hun vaste dj’s in Leiden. Klaverdijk: ‘We merken dat emo echt weer leeft. Maar ik zong in mijn jeugd ook gewoon mee met oude Metallica-platen van voor dat ik was geboren. Emo heeft ook zo’n soort legacy.’

Wijers en Klaverdijk organiseerden in 2018 de eerste editie van Emo Night in het Eindhovense jongerencentrum Dynamo, waar ze nog steeds actief zijn. Beiden bezochten graag emobands in hun jongere jaren. ‘Ik had mijn scheve pony en een lippiercing’, grinnikt Wijers.

‘De echt populaire emoscene kwam net na onze tijd’, zegt Klaverdijk. ‘Wij werden gewoon nog gepest om het emo-zijn, en moesten met onze cd-speler in een hoek gaan staan. Dus dat je echt zo open emo kon zijn, hebben we gemist. Tot we zelf maar Emo Nights gingen organiseren.’

De eerste, tweede en derde emogolf

Emo ontstond in de jaren tachtig uit de hardcore punkscene, als reactie op het steeds agressievere punk. De Amerikaanse punkrockband Rites of Spring uit 1983 verlegde de nadruk naar poëtische en zelfreflectieve muziek en wordt daarmee beschouwd als de eerste emoband.

In de jaren negentig volgde een tweede emogolf met bands als Sunny Day Real Estate en The Get Up Kids, die met hun ‘Midwest-emo’-geluid – tokkelende gitaren en melancholisch, rauw gezang – de eerste emokledingstijl introduceerden: een corduroy broek en een flanellen overhemd.

Na de eeuwwisseling brak emo wereldwijd door dankzij bands met een radiovriendelijker poppunk-geluid als My Chemical Romance, Fall Out Boy en Panic at the Disco, samen bekend als de ‘emo trinity’. De subcultuur groeide snel onder tieners, die de opvallende stijl omarmden: zwarte kleding, donkere make-up en een dichte haardos half voor het gezicht.

Heropleving

De zaal in Doornroosje vult zich met het herkenbare gitaarloopje van Sorry You’re Not a Winner van de rockband Enter Shikari. Het strakke ritme herhaalt zich twee keer. Het publiek wacht in stilte af. Weer twee keer het loopje. De emofans weten wat te doen. Alle handen gaan de lucht in: klap klap klap! En het nummer explodeert in schreeuwende vocalen en elektronische hardrock. De zaal verandert in een wirwar van springende en duwende lichamen.

Toen de piek van emo richting 2010 afnam, maakte de subcultuur nog een ontwikkeling door. Als aftakking van emo ontstond ‘scene’: het hyperenthousiaste broertje van emo, met meer dansbare, elektronische muziek van bands als Never Shout Never, Metro Station en Attack Attack!, die neonkleuren toevoegden aan de duisternis.

Halverwege de jaren tien kreeg emo een heropleving: bekende YouTubers begonnen hun emojeugd in video’s te delen met hun gen Z-kijkers. Ze vertelden over hun tijd als emo en reageerden op foto’s van zichzelf uit die periode of grappige video’s van toen populaire artiesten.

Op haar beurt introduceerde gen Z daarna via TikTok de e-girl- en e-boystijl, met korte video’s waarin tieners, terwijl ze een versneld emonummer of fragment uit een Japanse animeserie playbacken, hun ‘basic’ kledingstijl transformeren naar emo. Maar dan met een modern tintje: gestreepte langemouwenshirts onder een shirt van bekende rockbands als Guns N’ Roses, skatemerk Thrasher of met een Japans anime-printje.

Emorap en metalcore

Overlappende kettingen met sloten en spikes, cargobroeken, een ‘choker’ (strak kettinkje om de nek). Roze blush op de wangen, zwarte hartjesstickertjes onder de ogen en gekleurd haar met natuurlijke textuur in plaats van het klassieke steile emokapsel. In Doornroosje mengen e-boys en -girls gemoedelijk met de originele emostijl.

Hoewel de grote bands uit de jaren nul muzikaal nog steeds het hoogst aangeschreven staan, staat het genre allesbehalve stil. Wijers en Klaverdijk zien met name het uit de tweede emogolf afkomstige rauwe ‘Midwest-emo’ weer aan populariteit winnen met bands als Hot Mulligan, met het herkenbare gitaargeluid. Maar ook emorap, de ruige maar melodieuze posthardcore en de hardere metalcore doen het goed.

‘Het begint echt weer te broeien in de scene’, zegt Wijers enthousiast. ‘Bands als Bring Me the Horizon en Bad Omens zijn echt ontploft en verkopen ineens de Ziggo Dome uit. En er komt veel nieuws aan, met jonge bands als Holding Absence en South Arcade.

‘Gemiddeld is de muziek iets heavier geworden met meer metalscreams, een rauwe vorm van schreeuwzang uit de metalmuziek, en zwaardere gitaren. Ik denk dat dat is omdat de nieuwe generatie emo’s ouders hebben die dat meer gewend zijn dan onze ouders.’

Emomeetings

Hanneke Beers (31) was een tiener in de hoogtijdagen van emo. Eens per jaar, als Emo Night naar Nijmegen komt, bezoekt ze die met haar vriendengroep die ze toen ook al kende. Ze organiseerde toen emomeetings in de omgeving van Nijmegen. ‘Maar dat mocht helemaal niet van mijn ouders’, lacht ze.

Ze laat een foto zien van vroeger: een jonge tiener met donkerblauw geverfd sluik haar, een schuine pony en zwartomlijnde ogen lacht naar de camera. Tegenwoordig heeft Beers lang blond haar en draagt ze zachtroze make-up, maar de zwarte kleding is altijd gebleven. Vanavond draagt ze grote zwarte veterlaarzen bij haar netpanty en zwarte doorschijnende mouwen onder haar donkere shirt.

Volgens Tom ter Bogt, hoogleraar populaire muziek en jeugdcultuur aan de Universiteit van Utrecht, is de boodschap van vervreemding en neerslachtigheid in emomuziek tijdloos. Dat zou kunnen verklaren waarom emo nog steeds nieuwe jongeren aantrekt.

‘Ieder jaar komen nieuwe kinderen in de puberteit die zich gaan afvragen: wie ben ik eigenlijk? Wat is mijn plaats in de wereld?’, zegt hij. ‘Veel emomuziek biedt daar een houvast bij, ook al is het twintig jaar oud. Datzelfde levensgevoel hoor je trouwens ook terug bij hedendaagse popsterren als Billie Eilish, die enorm populair zijn.’

Ter Bogt wil liever niet speculeren over of de huidige emo-opleving samenhangt met sociaalmaatschappelijke of geopolitieke problemen, al zijn er nu duidelijk maatschappelijke en politieke ontwikkelingen waar jongeren zich zorgen over maken. ‘De punkgolf in de jaren zeventig ontstond uit sterke woede over de enorme werkloosheid. Voor de populariteit van emo was er twintig jaar geleden niet zo’n duidelijke maatschappelijke aanleiding, en dat durf ik voor de heropleving van nu ook niet te zeggen.’

Eerder verwacht Ter Bogt dat een feestje als Emo Night inspeelt op nostalgische gevoelens van vroegere emotieners, terwijl tieners van nu de oudere muziek ontdekken via streamingdiensten en zich herkennen in de emonummers met hun existentiële vragen.

Bohemian Rhapsody voor emo’s

‘Can you tell from the look in our eyes? We’re going nooowhere!’, brult het publiek in Nijmegen hartverscheurend mee met Shadow Moses, de emo-metalcoreklassieker van Bring Me the Horizon. Op het punt van ontlading in het nummer ontploft de zaal in een mega-moshpit, tot de dj de menigte weer weet te kalmeren met een paar meezingbare poppunknummers van Fall Out Boy en Jimmy Eat World. De sfeer wordt hoopvoller: ‘Hey, don’t write yourself off yet!’, zingt het publiek mee met The Middle van die laatste band.

Naast de dj’s prijken een aantal levensgrote kartonnen figuren van iconische artiesten binnen het genre: Hayley Williams van Paramore, zangeres Avril Lavigne en uiteraard Gerard Way, zanger van My Chemical Romance, door verreweg de meeste clubgangers in Doornroosje aangewezen als de meest geliefde band binnen het emogenre.

Met zijn spierwitte haar, zwarte uniformjas en doordringende blik kijkt Way uit over de massa: zijn kenmerkende stijl in de videoclip van Welcome to the Black Parade. Het nummer is inmiddels uitgegroeid tot een soort Bohemian Rhapsody voor emo’s.

Net als Queens meesterwerk is dit emo-equivalent over de top, bombastisch en theatraal, en bestaat het uit meerdere delen zonder duidelijk refrein. Ook dit nummer is direct te herkennen aan de piano-opening, met name de befaamde eerste noot. Speel de G-noot op de piano en iemand uit de emogemeenschap kijkt gegarandeerd op.

Jarenlang drong emo, ondanks het flinke aantal luisteraars, nauwelijks door tot de mainstreammuziek. Welcome to the Black Parade kwam uit in 2006, maar kwam pas in 2022 de Top 2000 binnen, op plek 953, na een lobbycampagne van de emogemeenschap. De jaren daarna bleef het nummer stijgen. Oude en jonge emofans hebben hun krachten gebundeld en nu prijkt het emovolksklied van My Chemical Romance op de 584ste plaats in de lijst der lijsten.

Niemand alleen

‘Eigenlijk heb ik een hekel aan het nummer’, biecht Wijers op. Ze draaien Welcome to the Black Parade elke Emo Night tijdens hun eigen dj-set als afsluiter. ‘Ik heb hem intussen te vaak gehoord’, zegt Klaverdijk. ‘Maar’, vindt Wijers, ‘het is een anthem, daar is iedereen het over eens. Dat maakt het zo leuk om hem elke keer weer te draaien, die verbroedering.’

Verbroedering is het belangrijkste doel van hun clubavonden. Het liefste willen ze zorgen dat iedereen het naar zijn zin heeft en niemand alleen is. Omdat emomuziek geregeld over zware onderwerpen als depressie en suïcide gaat, trekken de clubavonden veel tieners en jongvolwassenen die een verleden hebben met mentale problemen. Zij halen steun uit de gemeenschap en de muziek.

Regelmatig zien Wijers en Klaverdijk dat er iemand die alleen naar Emo Night is gekomen in de loop van de avond nieuwe vrienden heeft maakt.

Zelfbeschadiging-associatie

De heftige thema’s en duistere uiterlijke kenmerken binnen emo zorgen ook dat de subcultuur regelmatig negatief geassocieerd wordt met zelfbeschadiging. ‘Maar ik denk dat gevoelens van depressiviteit en suïcidale gedachten in andere subculturen net zo goed voorkomen,’ zegt Klaverdijk.

‘Het zal soms voorkomen dat mensen binnen de emogemeenschap elkaars mentale klachten negatief beïnvloeden, maar ik denk dat de meesten juist heel veel aan elkaar gehad hebben.’

Wijers voegt toe: ‘Op die onderwerpen rust best wel een taboe. Dat artiesten openlijk over depressie zingen, zorgt ervoor dat het bespreekbaar wordt en we er eerlijk over kunnen zijn.’

Intussen organiseren Wijers en Klaverdijk de Emo Nights in zeventien steden in Nederland. Alleen al dit voorjaar stonden ze in zestien verschillende plaatsen en voor komend najaar staan er weer zestien avonden gepland: ‘Het is een beetje een uit de hand gelopen hobby’, zegt Wijers lachend.

Halve cirkel

Het is diep in de nacht als Wijers en Klaverdijk achter de dj-tafel het emovolkslied inzetten om de avond in Doornroosje af te sluiten. Een pianotoets. Door de zaal trekt een collectieve rilling. Alle nog aanwezige emoliefhebbers slaan de armen om elkaar heen en vormen een halve cirkel om de dj’s heen. Ze beginnen te zingen: ‘When I was a young boy my father took me into the city to see a marching band.’

Wat volgt is een emotionele rit dwars door de overweldigende, grillige emoties van hoop, wanhoop en verlies, zoals alleen My Chemical Romance dat kan. Wanneer alle instrumenten op volle kracht losbarsten verandert de cirkel in een kolkende mensenmassa aan moshpits.

De woest springende bezoekers richten zich vervolgens uitgelaten tot elkaar, compleet met dramatische handgebaren. Radeloosheid slaat om in veerkracht en de toon wordt strijdlustig. Gezamenlijk scanderen ze Ways teksten mee. ‘Go and try, you’ll never break me. We want it all, we wanna play this part. We’ll carry on!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next