Home

Van Abbemuseum viert 90-jarig bestaan, maar als bezoeker beleef je er weinig plezier aan

Het Eindhovense museum heeft een collectie opgebouwd waaraan je een puntje kunt zuigen. Maar de nieuwe collectiepresentatie Collectie als kosmos hangt als los zand aan elkaar.

schrijft voor de Volkskrant over beeldende kunst.

Verdorie, deze gedachte had ik niet een, twee, drie van mezelf verwacht: namelijk dat ik de opzet en uitwerking van de nieuwe collectiepresentatie van het Van Abbemuseum in Eindhoven zou afschieten als chaotisch, ontoereikend, publieksonvriendelijk en kunstonwaardig.

Probeer het maar eens in je hoofd en ogen bij elkaar te krijgen: een geschilderde kruisiging van Francis Bacon; een fotocollage van Jan Dibbets; Guercino’s 17de-eeuwse naakte Andromeda; het Woensdrecht-vredesaktiekampspeldje van journalist Rob Schoonen; een zwart-witte Mondriaan; iets over Toon Hermans’ gedicht Als de stilte; een Bodemplaat met vier ontvangers en een zender van Joseph Beuys; een plastic schuifpuzzeltje van Dan Graham; gestapelde Lego-blokjes van ontwerper Lioba Benold.

En dan zijn we pas in zaal één. Het is verder niet veel anders.

Replica

Dieptepunt in het klein: een door de vorig jaar aangestelde directeur Defne Ayas eigenhandig aangedragen Mesopotamisch glaskraaltje dat zou wijzen op ‘contact tussen Europa en het Nabije Oosten en vertelt over patronen van uitwisseling en verbinding’, maar een replica blijkt te zijn.

Dieptepunt in het groot: de zaal met zes dozijn schilderijen en foto’s tegen de muur en een draaiobject aan het plafond, waarin alles wordt gereduceerd tot visueel behang. Deze zogenoemde ‘salonopstelling’, waarin kunst boven en onder elkaar hangt, mag in de 19de eeuw en vogue zijn geraakt en destijds een passende wijze zijn geweest waarop vergelijkbare schilderijen werden getoond, met zeventig kunstwerken uit verschillende decennia en stromingen in uiteenlopende, onvergelijkbare stijlen raak je het spoor volledig bijster.

Tot zover de waarnemingen. De vraag is: waar ging het fout? Waren er te veel mensen betrokken bij de nieuwe opstelling, te veel uiteenlopende opvattingen en theorieën? Mocht iedereen, onder het mom van democratisering en emancipatie, zijn zegje doen? Zoals, naast een handvol kunstenaars, stafmedewerkers en de directeur, ook ‘stervensbegeleider G’, die ‘de cycli verkent van leven en dood voor zowel materiële objecten als immateriële systemen’.

Omslachtig

Ook mogelijk: dat het idee om de Eindhovense verzameling als een ‘kosmos’ te zien net iets te hoog was gegrepen en de indeling naar ‘onchronologische’, ‘regeneratieve’, ‘publieke’ en ‘kosmische’ tijd ietwat te omslachtig.

Nu heeft het Van Abbe een naam hoog te houden als een van de weinige musea in Nederland die een drastische verandering nooit heeft geschuwd. Die, historisch gezien, per directeur een geheel eigen visie en koers op de kunst etaleerde: de ontwikkeling ervan, de manier waarop je het toont, de al dan niet maatschappelijke betekenis en waarde ervan.

Na de oorlog gaf Edy de Wilde, met geld van sigarenfabrikant Henri van Abbe, deze verzameling vorm door zich vooral te richten op modernistische kunst, veelal van Franse origine. Zijn opvolger Jean Leering richtte zich, conform de geëngageerde jaren zestig, meer op de actualiteit en de ‘sociale relevantie van kunst’. Rudi Fuchs presenteerde zijn minimalistische en wild schilderende geestverwanten, ook uit het voor De Wilde vijandige Duitsland, met een kien oog voor een visuele samenhang.

Strakke verjonging

Jan Debbaut voerde, soms op een wat hermetische manier, een strakke verjonging door met kunstenaars die alle disciplines door elkaar gooiden. Charles Esche zette als maatschappelijk geïnteresseerde socialist de deuren open naar de door onrecht geteisterde buitenwereld.

Door hen heeft het Van Abbemuseum de afgelopen negentig jaar een collectie opgebouwd waaraan je een puntje kunt zuigen. Met niet alleen usual suspects als Pablo Picasso, Max Beckmann, Asger Jorn en Marc Chagall, maar ook met jongere bekenden en onbekenden die hun tijdsgewricht van beelden voorzagen. Van Otobong Nkanga en Wilhelm Sasnal tot patricia kaersenhout en Ahmet Ögüt.

Wat een variatie. Wat een rijkdom. Wat een prachtig beeld van wat kunst vermag.

Maar ook: wat een verantwoordelijkheid. Niet alleen om de stem van de vorige directeuren tot zijn recht te laten komen, maar ook en vooral de stem van de kunstwerken zelf. Schilderijen, beelden, video’s, films, installaties, tapijten, tekeningen, you name it, die een beeld geven van de kunstenaar, van de omgeving en omstandigheden waarin ze zijn gemaakt. Die een licht laten schijnen op de geschiedenis van het maakproces en de maatschappelijke omgeving waarin ze zijn ontstaan. Plus alle onvermoede overwegingen die je bij zulke aankopen kunt hebben.

Het museum wil de historische, wat eendimensionale, West-Europese, masculiene benadering van kunst loslaten door die breder te laten zien. Minder gericht op alleen de ogen, maar ook op smaak, de oren, de tast. Door alle disciplines naast elkaar te laten zien. Door de presentatie inclusiever en menselijker te maken, minder afstandelijk, wat de betrokkenheid van het publiek zou bevorderen.

Het is een prachtig streven. De vraag is: wat komt er voor in de plaats?

Los zand

In dit geval: een verzameling van individuele werken, uit hun context gehaald, bij elkaar gepresenteerd als los zand en aan elkaar gelijmd middels teksten en onchronologische tijdtheorieën, zonder dat de verbeelding van de bezoeker haar werk kan doen.

Want dat zou een museum toch moeten nastreven? Dat je het museumgebouw binnenloopt en wordt verrast, geprikkeld en uitgenodigd om meer te zien en te weten. En dat je daarin niet wordt ontmoedigd, zoals nu het geval is – ondanks alle moeite en de fantastische collectie.

Beeldende kunst

★★☆☆☆

Van Abbemuseum, Eindhoven, t/m 2/5/2027.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next