Home

Alan Greenspan (1926-2026): de Fed-baas die beter wist, maar de politieke confrontatie vreesde

Hij was ‘The Maestro’ die de functie van centralebankpresident glitter en glamour gaf, maar later kreeg hij de schuld van de kredietcrisis van 2008. Alan Greenspan was van 1987 tot 2006 de baas van de Fed. Op maandag overleed hij, 100 jaar oud.

In 2001 was hij The Maestro. Alan Greenspan was 75 jaar oud en op het hoogtepunt van zijn roem toen de gelijknamige biografie van journalist Bob Woodward verscheen. Hij kon de wereldeconomie en het kapitalistische systeem naar zijn hand zetten. Zijn woorden werden door de elite op een goudschaaltje gewogen. ‘Greenspanologie’ heette dat. Net was hij voor een vierde termijn benoemd waarmee hij de op één na langstzittende Fed-voorzitter zou worden.

Hij werd gezien als een groot visionair en genoot enorme autoriteit. Hij was de grote crisisbeheerser. De beurscrash van 1987, de pesocrisis van 1994, de Azië-crisis van 1997 en de Rusland-crisis van 1998 hadden niet tot recessies, laat staan depressies, geleid. Greenspan was ook jazzmuzikant, socialite, rokkenjager, iemand die de nogal grijze functie van centrale bankpresident eindelijk eens glitter en glamour gaf.

Reputatie aan diggelen

Zeven jaar later lag zijn reputatie aan diggelen. Hij kreeg de schuld van de kredietcrisis van 2007 en 2008. De renteverlaging tot 1 procent die hij had doorgevoerd – zoals die na 9/11 – had ertoe geleid dat veel Amerikanen die zich eigenlijk geen koophuis konden permitteren toch een hypotheek namen, in de verwachting dat de huizenprijzen en hun inkomen tot in het oneindige zouden stijgen.

Toen de eerste verschijnselen van oververhitting zich voordeden, stelde Greenspan iedereen gerust. In een speech in mei 2005 zei hij: ‘Regulering door de private sector is in het algemeen een veel beter middel gebleken om excessieve risico’s te beperken dan regulering door de overheid.’

In 2007, één jaar na zijn aftreden op 80-jarige leeftijd, werd de zeepbel doorgeprikt. Zijn beleid van renteverlaging en deregulering had de weg vrij gemaakt voor onverantwoord beleid van banken. De Britse beleggingsstrateeg Albert Edwards noemde hem zelfs ‘een economisch oorlogscrimineel’.

Greenspan vond achteraf dat er misschien fouten waren gemaakt. Maar hij nam zichzelf weinig kwalijk. Hij zag de crisis als een natuurverschijnsel, niet iets dat door menselijke fouten was veroorzaakt. ‘Ik vergelijk de financiële crisis graag met een lawine’, zo veegde hij zijn eigen straatje schoon. ‘Natuurkundig beschouwd is het niet mogelijk om precies te weten of en wanneer de onderzijde van de structuur van de sneeuw breekt waardoor een lawine ontstaat. Zo is het ook in het financiële systeem.’

Gefascineerd door muziek

Greenspan (oorspronkelijk heette de familie Grünspan) was de zoon van een Roemeens-Joodse vader en Hongaars-Joodse moeder. Zijn vader handelde op de beurs. Hij groeide op in New York in de wijk Washington Heights, ten noorden van de zwarte wijk Harlem.

Hoewel hij al jong aanleg had voor rekenen, was hij nog vooral gefascineerd door muziek. Na de middelbare school ging hij muziek studeren aan de Juilliard School, waarna hij eind jaren veertig als klarinet- en saxofoonspeler met de swingband van Woody Herman door het land trok.

Op 19-jarige leeftijd besloot hij naast muziek maken alsnog economie te gaan studeren aan de New York University en haalde in 1950 een mastergraad. In 1952 trouwde hij met een Canadese student in de kunsthistorie, maar na tien maanden was dit huwelijk al weer voorbij.

Dat jaar richtte hij ook zijn eigen economisch adviesbureau in New York op, waar hij tot zijn benoeming als voorzitter van de Fed actief voor zou zijn. Tot de klandizie behoorden grote Amerikaanse concerns als Alcoa en Mobil. Tegelijkertijd werd hij in de jaren vijftig lid van de door de fel anticommunistische filosofe en libertariër Ayn Rand opgerichte Objectivistische stroming, bijgenaamd The Collective.

De groep zag de mens als een heroïsch wezen met zijn eigen geluk als het hoogste ethische doel en productieve prestatie als zijn nobelste activiteit. Rands boek uit 1966 Capitalism: the Unknown Ideal werd Greenspans leidraad.

Verrassende voorzitter

Hij werd ook politiek actief voor de Republikeinse partij. In 1968 zat hij in het campagneteam van de winnende president Richard Nixon. En onder diens opvolger Gerald Ford was hij voorzitter van de hoogste economische adviesraad van het Witte Huis.

In augustus 1987 werd hij door president Ronald Reagan benoemd tot voorzitter van de Federal Reserve, als opvolger van Paul Volcker. Het was een verrassende keuze omdat Greenspan op dat moment al 61 jaar was en geen enkele bankervaring had.

Twee maanden later vond de grootste beurscrash in de geschiedenis van Wall Street plaats. Iedereen vreesde een herhaling van de Grote Depressie van de jaren dertig. Maar dankzij een ruim geldmarktbeleid van de Fed hadden de koersen zich een jaar later al hersteld en volgde de langste na-oorlogse economische boom.

Greenspan was een sterk voorstander van de vrije-markteconomie en een voorvechter van het zelfregulerend en zelfreinigend vermogen van de financiële markten. Banken moesten veel vrijheid hebben. Greenspan eiste niet dat ze hun kapitaalbuffers zouden versterken of hun beloningssystemen zouden matigen. De Fed moest zich beperken tot het tijdig inzetten van zijn monetaire troefkaarten.

Als de economie dreigde te stagneren, ging de rente zo snel mogelijk omlaag en werd met een ruimhartig geldmarktbeleid geprobeerd te voorkomen dat een crisis zich over andere delen van de economieën zou verspreiden. Zo werd ook gehandeld na de val van het hedgefonds Long Term Capital Management en de Rusland-crisis in 1998.

De econoom Paul Krugman zei later dat dit al had geleid tot de zogenoemde dotcom-crisis van 2001. In 2004 besloot de Fed vanwege stijgende werkloosheid tot een soortgelijk beleid, hetgeen volgens critici de huizencrisis van 2007 inluidde.

Tekortkomingen in het model

Na de mondiale ineenstorting van het financiële systeem vanaf september 2008 voelde Greenspan zich echter genoodzaakt terug te komen op zijn standpunt voor zelfregulering dat hij gedurende zijn lange periode als Fed-voorzitter had verdedigd.

Voor een onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden die de subprimecrisis onderzocht, zei hij dat het model zoals hij dat van de wereld geschetst had, tekortkomingen vertoonde. Ook verklaarde hij dat de gevolgen veel ernstiger waren dan hij had voorspeld en gaf toe dat strengere regulering van bovenaf wenselijk was.

In 2010 verscheen een nieuwe ruim zeshonderd pagina’s tellende biografie over Greenspan van de journalist Sebastian Mallaby onder de titel The Man Who Knew. Hierin concludeerde de auteur dat Greenspan zich juist zijn hele loopbaan heel erg bewust was geweest van de risico’s van het financiële systeem, maar niet durfde in te grijpen. Niet zozeer uit ideologische overwegingen, maar vooral uit pragmatische.

‘Hij was geweldig als analist, waarnemer en voorspeller. Hij begreep dat de markten ‘irrationeel uitbundig’ konden zijn. Maar hij was een pragmaticus. En ondanks zijn enorme prestige dacht hij alleen te kunnen overleven in Washington als hij confrontaties met de politiek vermeed. Eigenlijk was het een wat schuwe man die het vertrouwen miste om anderen persoonlijk en direct aan te spreken. Hij wilde vrienden maken, geen mensen tegen zich in het harnas jagen’

Greenspan leidde de Fed onder de presidenten Reagan, George Bush sr., Bill Clinton en George Bush jr., die allemaal zelf gekant waren tegen meer regelgeving en het neoliberale model – of dat nu Reaganomics of de Derde Weg heette – koesterden.

Greenspan was, kortom, een product van zijn tijd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next