Grote sportevenementen zijn al decennia hét podium voor politieke vluchtelingen die proberen te ontsnappen aan onderdrukkende regimes.
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Ineens was Marie Provazníková weg. Vlak voor het einde van de Olympische Spelen van Londen in 1948 had de Tsjechische turncoach haar terugreis afgezegd. Haar vliegtuigstoel bleef leeg. In februari van dat jaar hadden de communisten in Praag de macht gegrepen en Provazníková was de vijfde Tsjechoslowaak die tijdens de Spelen haar land ontvluchtte. Het was voor een Nederlandse krant aanleiding voor een nieuwsberichtje met de kop ‘En nog een…’
Grote sportevenementen golven mee op nationale en internationale politiek. Van de Spelen in Berlijn tot Sotsji en van het WK van 1978 in Argentinië tot het huidige wereldkampioenschap in Mexico, Canada en de Verenigde Staten. Alleen al de oorlog tussen gastland de VS en deelnemer Iran maakt het toernooi een diplomatiek mijnenveld.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
In maart 2026 gebruikten vijf speelsters en een begeleider van de Iraanse vrouwenploeg de Asia Cup in Australië om asiel aan te vragen – al keerde een aantal van hen later alsnog terug naar Teheran. Met hun ontsnapping tijdens een internationaal evenement stonden de vrouwen in een lange sportieve traditie. De vlucht van Provazníková en de andere Tsjechoslowaakse sporters was het begin van een trend die, met pieken en dalen, aanhield tot de Olympische Spelen van 1976 in Montreal.
Aanvankelijk probeerde de communistische regering in Praag de zaak te verdraaien: de coach zou, met toestemming van het regime, een jaar in de VS gaan werken. Dat was onzin. Aan een verslaggever van persbureau Reuters vertelde ze dat ze nooit van plan was geweest terug te keren naar Tsjechoslowakije, ‘waar geen vrijheid is van meningsuiting, geen persvrijheid en geen recht van vergadering. Ik ben een politieke vluchtelinge en ben er trots op’.
Provazníková had goede redenen om haar land te ontvluchten. Als turnster en later als coach was ze een van de voorlieden van de zogeheten Sokolbeweging, een sportorganisatie met een sterke politieke onderstroom. Ze was bovendien een uitgesproken aanhanger van de door de communisten verdreven president Edvard Beneš. Na een grote Sokol-bijeenkomst in Praag eerder in 1948 was ze door de geheime politie opgepakt en verhoord – een klip-en-klare waarschuwing van het stalinistische regime.
In de jaren na 1948 vielen de Olympische Spelen nóg twee keer samen met politieke gebeurtenissen in Oost-Europa. Tijdens de Spelen van 1956 in Melbourne, kort na de gewelddadige onderdrukking van de Hongaarse Opstand door het Rode Leger, vroegen in ieder geval 61 atleten asiel aan in Australië en de VS.
In 1968, na het neerslaan van de Praagse Lente, waren er juist opvallend weinig vluchtelingen – mogelijk hadden de communistische regimes na de vlucht van een hele generatie Hongaarse sporters de controle flink aangescherpt.
Vier jaar later in München waren het er juist weer onverklaarbaar veel. Volgens The Washington Post vluchtten tijdens de Spelen van 1972 minstens 116 sporters en begeleiders naar het Westen.
Ook buiten de Olympische Spelen gebruikten sporters uit Oostbloklanden wedstrijden en trainingskampen om te vluchten voor communistische onderdrukking. Waarschijnlijk het bekendste voorbeeld is Martina Navratilova, die in 1975 als piepjong tennistalent asiel aanvroeg in de Verenigde Staten.
De biografie van balletdanser Rudolf Noerejev – geen Olympiër, maar zeer zeker een topsporter – geeft een bloedstollend idee van de moeilijkheden bij zo’n vlucht. De danser werd uiteindelijk op het vliegveld in Parijs, na een worsteling met drie KGB-agenten, ontzet door de Franse grenspolitie. Daarna kreeg hij verplicht 45 minuten denktijd, in een leeg kamertje met twee deuren – één naar een vliegtuig richting Moskou, één naar een leven in het Westen.
Marie Provazníková leefde precies lang genoeg om de val van het communisme nog mee te maken. In 1990 reisde ze nog één keer naar Praag voor een grote Sokol-bijeenkomst. Kort daarna overleed ze in haar woonplaats New York, op 100-jarige leeftijd.
Source: Volkskrant