Medewerkers van de Tsjechische publieke omroep staken maandag. Ze protesteren tegen de radicaal-rechtse regering van Andrej Babiš, die de omroep op een andere manier wil financieren. Volgens journalisten gaat de deur hiermee open voor politieke inmenging.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Wat Tsjechen komende maandag op de kijkbuis zien, is nog een ‘verrassing’, zegt Jan Moláček (54), tv-journalist en lid van het stakingscomité. De naar verwachting honderden medewerkers die staken, willen hun kijkers en luisteraars de toegang tot het nieuws niet volledig ontnemen. ‘Het is niet hun schuld.’
De omroep staakt vanwege de plannen van de regering van premier Andrej Babiš, een coalitie van diens populistische partij ANO en twee kleinere uiterst rechtse partijen. Ze wil de financiering van de omroep anders inrichten. Journalisten stellen dat het een manier is om hun onafhankelijkheid in te perken en politieke invloed op de berichtgeving te krijgen.
Het broeit in Tsjechië. In maart, april en mei vonden betogingen tegen de regering plaats. Een van de grootste protesten, eind maart, trok tweehonderdduizend mensen (Tsjechië heeft iets meer dan tien miljoen inwoners). De demonstraties keren zich tegen de democratische erosie in het land en de pro-Russische standpunten van sommige regeringspartijen.
In april deed de cultuurminister een voorstel om de financiering van de omroep op de schop te nemen. Huishoudens betalen een maandelijkse bijdrage van omgerekend 8,50 euro voor televisie en radio, bedrijven betalen in de praktijk iets meer. Dit geld gaat direct naar de omroep.
De regering wil deze zogenoemde ‘licentievergoeding’ afschaffen en de omroep uit de staatsbegroting financieren. Er is haast bij: de regering wil het voor 1 januari 2027 rond hebben. Komende periode gaat de wet door beide kamers van het Tsjechische parlement en langs de president.
Volgens Babiš willen de meeste Tsjechen het maandelijkse bedrag niet betalen en is het oneerlijk voor mensen met lagere inkomens, omdat het bedrag voor iedereen hetzelfde is. Ook krijgt de omroep straks 15 procent minder inkomsten dan nu, als het aan hem ligt. Naar schatting driehonderd à vijfhonderd van de 2.900 banen zullen verdwijnen. Babiš wijst op andere Europese landen die de publieke omroep (deels) via de staatsbegroting financieren.
Wat Babiš presenteert als een technische kwestie, is in werkelijkheid een aanval op de persvrijheid, zegt journalist Moláček. ‘Het systeem dat we hebben, garandeert de onafhankelijkheid van de omroep sinds de val van het communisme in 1989.’ Bovendien staat in het nieuwe wetsvoorstel niets over het beschermen van de onafhankelijkheid van de omroep, zoals in andere Europese landen.
Moláček: ‘Een alternatief moet garanties bieden tegen politieke inmenging. Er is geen enkel overleg daarover. Ik zie maar één reden en dat is het verlangen naar politieke invloed.’ Volgens Babiš heeft de omroep niets te vrezen: ‘We hebben de onafhankelijkheid van de Tsjechische televisie nooit bedreigd en dat zijn we ook niet van plan.’
Dat gaat er bij veel journalisten niet in. Babiš is berucht om zijn slechte relatie met de onafhankelijke pers. De premier en miljardair valt de media regelmatig aan wegens kritische berichtgeving over zijn beleid, zijn persoon en over de mogelijke belangenverstrengeling vanwege zijn functie als premier en zijn enorme zakenimperium (waar hij op papier afstand van heeft gedaan).
Persvrijheidsorganisatie Verslaggevers Zonder Grenzen (RSF) telde sinds het aantreden van de regering in december dertien incidenten waarbij de pers publiekelijk werd aangevallen. De nieuwe plannen zijn niets minder dan ‘economische chantage van de publieke omroep’, zegt Pavol Szalai, hoofd van de RSF-afdeling in de Tsjechische hoofdstad Praag. ‘Directe invloed van de regering op de financiering is vragen om problemen.’
Ondanks de kritiek van de regering scoort de Tsjechische publieke omroep juist hoog in onderzoeken van bijvoorbeeld het Reuters Institute: in 2025 had de publieke omroep het grootste bereik en genoot het medium met 59 procent van de bevolking het hoogste vertrouwen onder de Tsjechische media.
In de omliggende landen, zoals Polen, Slowakije en Hongarije, waren publieke omroepen de afgelopen jaren een geliefd doelwit van rechtspopulisten. Hoewel Babiš eerder premier was, behield de Tsjechische publieke omroep zijn onafhankelijkheid en was hij daarmee de uitzondering op de Centraal-Europese regel. Tot nu, vreest omroepjournalist Moláček. ‘Het kan ook hier gebeuren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant