Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Maureen Wildvank (34) ontdekte als jeugdagent dat vrijwel alle probleemkinderen niemand hebben die hen onvoorwaardelijk steunt. ‘Laat zo iemand niet vallen.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘In het jongerencentrum in Huizen zat een groep meiden te chillen. Één meisje keek me aan en begon prompt te huilen. ‘Wil je even praten?’, vroeg ik, en stelde mezelf voor: ‘Ik ben jeugdagent, Maureen. Wat is er aan de hand?’
‘Ze vertelde dat ze Michelle heette, 21 jaar was en dat de muziek die net draaide, haar deed denken aan haar overleden moeder. Veel meer kwam er niet uit. Ze oogde veel jonger, een schichtig meisje. Ik gaf haar mijn Instagram-account en zei: ‘Stuur maar een berichtje als je wilt praten.’
‘Vrij snel appte ze: ‘Sorry dat ik moest huilen.’ ‘Dat geeft niet’, antwoordde ik. Dat was het begin van een intense periode, die ruim anderhalf jaar duurde, waarin ze heel vaak berichtjes stuurde.
‘Ik zag haar vaak op straat. Of bij de skatebaan. Dan ging ik even kletsen. Langzamerhand leerde ik haar beter kennen. Het ging niet goed op school, ze had geen sociaal vangnet. Haar vader had haar nooit erkend, haar moeder overleed toen Michelle 13 was, door een medische fout. Sindsdien woonde ze bij haar oma, met wie ze veel ruzie had.
‘Op een dag zat Michelle bij de skatebaan met een jong alcohol- en drugsverslaafd meisje. O jee, dacht ik, je gaat nu met de verkeerde mensen om. In die periode belde ze 112 en zei dat ze het leven niet meer zag zitten. Ook stopte Michelle met school.
‘Steeds bood ik een luisterend oor en probeerde ik haar vertrouwen te winnen. Maar zodra ik over hulpverlening begon, schreeuwde ze dat ze dat niet wilde. Ik denk dat ze, door die medische fout bij haar moeder, hulpverleners voor geen cent vertrouwde. Om onze band goed te houden, meldde ik haar niet bij Veilig Thuis, hoewel ik daartoe vanuit mijn functie verplicht was.
‘Op een avond zag ik op tv een documentaire over een jeugdkliniek in Hilvarenbeek, voor probleemjongeren. In een stappenplan van zes of tien weken werden ze intensief door ervaringsdeskundigen en psychologen begeleid. Ik dacht: dat is iets voor Michelle. Zij had het programma toevallig ook gezien, maar zei meteen: ‘Dat is niks voor mij.’
‘Toen heb ik haar voor het blok gezet: ‘Je drinkt te veel, gaat niet meer naar school, stuurt appjes dat je het leven niet meer ziet zitten. Luister: je gaat naar die kliniek, óf ik meld jou bij de crisisdienst.’ Weer liep ze huilend en schreeuwend weg. Ik stapte in mijn auto en reed naar huis.
‘Een paar dagen later appte ze dat ze de kliniek wilde proberen, maar vastliep in het contactformulier, omdat ze daarop de namen van haar ouders moest invullen. Op het bureau heb ik samen met haar het formulier ingevuld, met mijn eigen naam bij ‘contactpersoon’.
‘Ze kreeg een oproep voor een intakegesprek, maar zei: ‘Ik ga niet!’ Ze durfde gewoon niet, bang om te worden afgewezen. ‘Wat er ook gebeurt: jij gaat’, antwoordde ik. Bij de seniorenflat van haar oma heb ik haar opgehaald.
‘Bij een kantoor in Hilvarenbeek werden we hartelijk ontvangen. Na een gesprek met een ervaringsdeskundige en een psycholoog, en een poos gespannen afwachten, zeiden die mannen: ‘Wij denken dat een traject van tien weken passend voor jou is.’
‘Michelle was vol ongeloof dat iemand haar echt wilde helpen. De daadwerkelijke opname duurde nog een paar maanden, waarin ze steeds zei: ‘Ik ga niet.’ Weer haalde ik haar thuis op. Ik bracht haar met twee grote logeertassen opnieuw naar Hilvarenbeek, waar zo’n dertig jongeren en tientallen ouders geëmotioneerd afscheid namen. Alle kinderen moesten in een bus, die naar de kliniek vertrok. Ik zwaaide hen na.
‘Zes weken later belden de behandelaars: ik moest Michelle een brief schrijven dat het contact tussen ons stopte, en dat ze het voortaan zelf moest redden. Ik vond dat heel zwaar, ze leunde al anderhalf jaar op mij. Ik schreef dat ze vertrouwen in zichzelf moest hebben, en altijd op de politie kon rekenen, zoiets.
‘Na tien weken haalde ik haar weer op. Bij het kantoor hing een gespannen sfeer van al die ouders. Ik zag Michelle uit de bus stappen, en dacht: wow! Ze keek heel zelfverzekerd, als een volwassen vrouw. Ze omhelsde me en zei: ‘Ik had niet verwacht dat je er zou zijn.’
‘Sindsdien gaat het heel goed met haar. Ze werkt nu als sportcoach, volgt opleidingen en is zelf ervaringsdeskundige geworden. Ze geeft powerpointpresentaties op scholen en aan hulpverleners. Ik ben trots op haar.
‘Wat ik heb geleerd als jeugdagent, is dat vrijwel alle probleemjongeren geen veilige haven hebben, door verwaarlozing of afwezige ouders, niemand die hen onvoorwaardelijk steunt. Als je de kans krijgt, probeer dan een anker voor zo iemand te zijn. Laat niet los, ook niet als die persoon het je moeilijk maakt. Dat geeft uiteindelijk ontzettend veel voldoening. Bij allebei.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant