Kinderwenstheater Soms gaat kinderen krijgen niet vanzelf. In hun Paradevoorstelling ‘Onderhandelbaby’s’ verkennen drie acteurs de soms absurde procedures die komen kijken bij een kinderwens, wanneer de natuur niet meewerkt
Eelco Smits (links), Pepijn Schoneveld en Sophie Höppener.
Kinderen krijgen. Voor sommigen volstaat het om die wens met hun partner te bespreken en de voorbehoedsmiddelen een avondje in de la te laten liggen. Voor anderen is het complexer. Voor singles met een kinderwens bijvoorbeeld, of voor queer koppels, of mensen met vruchtbaarheidsproblemen. In de Paradevoorstelling Onderhandelbaby’s verkennen drie acteurs luchtig de bureaucratische molen waar je in terechtkomt als je een kinderwens hebt, maar het uitkomen ervan niet vanzelfsprekend is.
Eind vorig jaar raakte acteur en cabaretier Pepijn Schoneveld op een feestje aan de praat met collega Eelco Smits, vertelt hij in het ITA-café in Amsterdam, vlak na een van de eerste repetitiedagen van Onderhandelbaby’s. Hij was die dag bij een bijeenkomst geweest van stichting ‘Meer dan gewenst’, daar ging het over. „Ik val op vrouwen, maar ik ben single, en ik zou graag vader worden. Liefst niet te oud. Ik ben nu eenenveertig en ik zie het niet zitten om halsoverkop op zoek te gaan naar een relatie, alleen maar vanwege die kinderwens. Dus overweeg ik co-ouderschap. Die stichting informeert je daarover.”
Ook voor Eelco Smits zijn alternatieve ouderschapsvormen bekend terrein: hij is de biologische vader van een elfjarige zoon, die opgroeit onder de vleugels van twee lesbische moeders. Smits: „Ik heb zelf nooit een kinderwens gehad. Maar toen zijn twee moeders me vroegen of ik zaaddonor wilde zijn van hun kind, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Ik dacht: ik krijg spijt als ik nee zeg. Niet als ik ja zeg.”
Smits koos niet voor co-ouderschap: „Dat betekent dat ik geen rechten of plichten heb als het gaat om zijn opvoeding. Ik ben hem of zijn moeders niets verschuldigd.” Toch voelt zijn band met zijn zoon absoluut als vaderschap, zegt hij. „Dat had ik niet verwacht. Ik zie hem maar ongeveer een of twee keer per maand, maar ik ben voor hem gewoon ‘papa’. Opeens heb je iemand in je leven die vol verwachting naar je opkijkt. Ik had niet voorzien hoe mooi en hoe levensveranderend dat is.”
Tijdens dat feestje in de winter van 2025 vatten Smits en Schoneveld het plan op om samen een lichtvoetige voorstelling over het thema te maken. Iets voor op theaterfestival de Parade. Schoneveld: „Ons eerste idee was om die uit een reeks speeddates te laten bestaan. Die heb je: speeddate-avonden voor wensouders. Het is natuurlijk fantastisch dat die georganiseerd worden, maar het heeft ook iets absurds. Dat je in acht minuten moet bepalen of de wildvreemde tegenover je geschikt zou zijn als ouder van je toekomstige kind. Zo’n setting leent zich voor hilarische scènes, leek ons.”
Maar ook andere facetten van het wensouderschap bleken vruchtbaar komediemateriaal: een co-ouder die wel met de ene, maar niet met de andere wensouder een kind zegt te willen; iemand die aan zijn oude vader uit moet leggen dat hij een kind krijgt van iemand die hij net heeft leren kennen; vervreemdende alinea’s in co-ouderschapscontracten.
Na een vrolijke brainstormsessie gingen Smits en Schoneveld, los van elkaar, aan de slag met het schrijven van scènes. Eens in de zoveel tijd kwamen ze samen om ze aan elkaar voor te lezen. Zo ontstond, beetje bij beetje, het script. Omdat er bij co-ouderschap vaak drie mensen betrokken zijn vroeg het duo actrice Sophie Höppener om hen te vergezellen (Schoneveld: „Gewoon, omdat zij een geniale actrice is”), en acteur en goede vriend Daniël Cornelissen tekende voor de regie. Ook hij is ervaringsdeskundige: in een tijd dat het woord ‘regenbooggezin’ nog bedacht moest worden, groeide hij op onder de vleugels van een alleenstaande moeder en een homoseksuele vader.
Schoneveld: „Mijn vader, die Daniël ontmoet heeft, was daar buitengewoon door geïntrigeerd. Hij bleef er maar naar vragen.” Inmiddels is Schonevelds vader overleden, maar zijn enthousiasme over de gezinsconstellatie waarin Cornelissen opgroeide speelde mee in zijn overwegingen zelf co-ouder te worden. „Mijn vader zou het prachtig gevonden hebben.”
Bij de bijeenkomst van ‘Meer dan gewenst’ bleken veel wensouders met dezelfde vraag te zitten: waren kinderen uit regenbooggezinnen wel even gelukkig als kinderen uit traditionele gezinnen? Het antwoord, door allerlei wetenschappelijke onderzoeken gestaafd, luidde: ja. Minstens zo gelukkig. Schoneveld: „Misschien hebben ze zelfs een streepje voor.”
Smits: „Als je als queer koppel of vrijgezel een kans wilt maken om je kinderwens te vervullen, moet je door heel veel hoepels springen. Dat kan behoorlijk frustrerend zijn.” Schoneveld: „Je wordt gedwongen om van tevoren expliciet met elkaar te praten over je visie op ouderschap. Over wat je je kind wilt meegeven. Over de reden dat je een kind op de wereld wilt zetten. Je moet nadenken over wat te doen als er iets mis zou lopen; als je ruzie met elkaar zou krijgen, of naar de andere kant van de wereld wilt verhuizen. Het levert veel gedoe op, en onnatuurlijke gesprekken.” Smits: „Dat kan oneerlijk aanvoelen; dat de een zonder moeite het ene na het andere kind krijgt, en de ander zulke ingewikkelde procedures moet doorlopen.” Schoneveld: „Maar het feit dat je daardoor gedwongen wordt je zo buitengewoon secuur voor te bereiden op het ouderschap, heeft ook een heel mooie kant. Ik hoop dat ons publiek met die gedachte de tent verlaat. De zorgvuldigheid waarmee wensouders aan het ouderschap beginnen, die gun je ieder kind.”
Onderhandelbaby’s door Sophie Höppener, Eelco Smits en Pepijn Schoneveld. Regie: Daniël Cornelissen. Onderdeel van de Parade. Première: 19 juni, in het Museumpark in Rotterdam. Te zien t/m 31 juli. Info: deparade.nl