De komende maanden trekken Nederlanders massaal de grens over. In ons beste steenkolenengels, -frans of -italiaans worstelen we ons een paar weken door allerlei dagelijkse situaties. Waar ik nooit eerder bij stilstond: dat denken en praten in een andere taal kan een verrassende invloed op je hebben.
De psycholoog Boaz Keysar publiceerde in 2012 een opmerkelijk onderzoek. In een reeks experimenten stelden hij en zijn collega’s vast dat mensen rationelere beslissingen nemen wanneer ze in een andere taal moeten denken.
Hoe ging dat in zijn werk? Onderzoekers gaven bijvoorbeeld aan Engelstalige studenten die Spaans studeerden vijftien briefjes van één dollar. Daarmee konden ze weddenschappen aangaan. Wanneer ze hierover nadachten in het Engels, overheerste de angst om het geld te verliezen, terwijl de weddenschappen statistisch in hun voordeel waren. Maar vroegen de onderzoekers hen om in het Spaans na te denken, dan maakten ze de rationelere keuze om wel te wedden met hun dollars.
In andere experimenten legden de onderzoekers vergelijkbare dilemma’s voor aan mensen uit verschillende landen die Japans, Frans of Engels als tweede taal op school hadden geleerd. Steeds zagen de onderzoekers hetzelfde patroon: beslissingen in een vreemde taal werden minder emotioneel genomen.
Hoe kan dat? Volgens Keysar en zijn collega’s leidt denken en praten in een taal die niet je moedertaal is tot meer emotionele afstand. Daardoor kijk je net iets verstandelijker naar de wereld. De onderzoekers noemden dit het Foreign Language Effect.
Keysar was niet zomaar geïnteresseerd in dit fenomeen. Hij groeide op in Israël en vertrok naar de VS waar hij uiteindelijk hoogleraar werd aan de University of Chicago. Ook na 25 jaar dagelijks functioneren in het Engels, merkte hij dat spreken en luisteren in zijn moedertaal, Hebreeuws, een grotere emotionele impact op hem had.
Andere onderzoekers, onder meer Aneta Pavlenko en Jean-Marc Dewaele, waren daarvoor al enkele jaren bezig met precies dát wat Keysar persoonlijk ervoer: hoe voel je je als je een andere taal spreekt? Hun bevindingen zijn herkenbaar. Zo kun je je beleefder voelen als je je in het Brits-Engels uitdrukt. Of romantischer als je Frans spreekt. Dat kan zich ook vertalen naar ander gedrag: spreken op een andere toon, meer handgebaren of minder oogcontact.
Volgens de onderzoekers komt dat echter niet alleen door de taal, maar ook door de cultuur die bij die taal hoort. We hebben allerlei associaties met andere landen en volken en door hun taal te spreken, maak je die actief. In een lezersonderzoek dat het tijdschrift Onze Taal organiseerde, schreven deelnemers dingen als: „Als je een andere taal spreekt, ‘spreek’ je ook een andere cultuur.”
Persoonlijke herinneringen en context spelen ook een rol. Als je op het werk veel Engels spreekt, kan je je zakelijker voelen in die taal. Dat komt dan niet alleen door je associaties met die taal of je herinneringen, maar ook door de fysieke en sociale omgeving waarin je Engels spreekt.
Psychologen noemen dit hele fenomeen – anders denken, voelen en doen door een andere taal – Cultural Frame Switching. Je schakelt tijdelijk even over naar een andere wereld.
Even weer terug naar het Foreign Language Effect waar ik mee begon. Inmiddels is er aardig wat gepubliceerd op dit gebied. Een meta-analyse en een overzichtsstudie vonden de volgende patronen.
Denken en praten in een andere taal dan je moedertaal heeft allerlei effecten. Het is best mogelijk dat in werkomgevingen waar de voertaal Engels is, mensen voor wie dit hun tweede taal is, iets afstandelijker beslissingen maken.
Maar het kan ook nuttig zijn. Wanneer je voor een lastige, emotionele keuze staat, kan het wellicht helpen om er eens in een andere taal over na te denken.
En op vakantie? Ik ga proberen om de aanstaande discussies met mijn reisgenoot over de juiste fietsroute rond het Bodenmeer eens in het Duits te voeren. Mal sehen, wie es läuft.