Openbare bibliotheken Door hun veranderende functie moeten Nederlandse bibliotheken steeds meer balanceren tussen het voorkomen van overlast en het behouden van hun open karakter. Dat vraagt om creatieve oplossingen en een ander soort personeel.
Bibliotoop Woensel-Noord bestrijdt eenzaamheid met kookworkshops en allerlei andere activiteiten.
De Nederlandse openbare bibliotheken zijn in rap tempo veranderd van leeszalen in laagdrempelige ontmoetingsplaatsen. Naast het uitlenen van boeken, horen volgens de Bibliotheekwet inmiddels (onder meer) het organiseren van ontmoetingen, themacafés, workshops, stadswandelingen en informatiepunten over ‘de digitale overheid’ bij het takenpakket. Daardoor krijgen de biebs te maken met een nieuw publiek, dat zich anders gedraagt: van bezoekers die op vol volume TikTok-video’s kijken tot mensen met onbegrepen of agressief gedrag.
Volgens vakbond FNV, die eind vorig jaar een brandbrief stuurde over dit onderwerp, is de onveiligheid in bibliotheken voor zowel bezoekers als medewerkers „sterk toegenomen”. Of dat daadwerkelijk zo is, vindt Ronald van Steden moeilijk te zeggen. De universitair hoofddocent Bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) begeleidt vier masterstudenten die onderzoeken hoe bibliotheken omgaan met veiligheidsvraagstukken. Op het Nationale Bibliotheekcongres van donderdag 18 juni geeft Van Steden er een interactieve workshop over: hoe bewaak je als bieb de balans tussen veiligheid en toegankelijkheid?
De grote interesse in het onderwerp, verbaast directeur van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) Klaas Gravesteijn niet. „Het leeft onder bibliotheken. De verharding in de samenleving zien wij ook terugkomen.” Door de bezuinigingen gaan bovendien steeds meer plekken waar jongeren, daklozen en mensen met psychische problemen gratis heen konden dicht. De bieb is dan een van de weinige plaatsen die overblijft, zegt Gravesteijn.
Buurtbewoners tijdens ‘Open Soep’ in de stadsdeelbibliotheek Tongelre in Eindhoven.
Toch is het volgens Van Steden moeilijk om concrete conclusies te trekken. „Bibliotheken houden incidenten meestal niet structureel bij. En hoe onveilig het is, verschilt erg in de perceptie van medewerkers – ook binnen dezelfde bibliotheek. Wat een probleem is voor de een, ziet de ander niet zo.” De incidenten die zijn studenten tegenkwamen, varieerden van drugsproblematiek tot jongerenoverlast en klachten over onwelriekende bezoekers.
De vraag is hoe nieuw dat is. „Bepaalde dingen waren er altijd al. Maar het algemene gevoel is dat de drempel lager is voor rottigheid,” zegt Van Steden. „Het is niet zo dat bibliotheken opeens geterroriseerd worden. Maar die idealen van openheid, maatschappelijke activiteiten en zoveel mogelijk mensen over de vloer hebben ook een keerzijde. En dat is best serieus: mensen die overwegen om te stoppen vanwege incidenten in de bibliotheek.”
Voor zover coördinator maatschappelijke bibliotheek Wilma Swinkels weet, is dat nog niet voorgekomen in ‘haar’ bieb. „De meeste uitstroom [van personeel] is nog steeds pensioen.” Sinds 2012 werkt Swinkels bij de openbare bibliotheek in Helmond, daarvoor bij andere locaties. Wanneer een collega overlast ervaart, wordt individueel gekeken wat voor steun er nodig is. „Maar sommige dingen horen bij de maatschappij zoals die nu is. En de maatschappij kunnen wij niet oplossen.”
De ‘nieuwe bibliotheek’ vraagt dan ook om een ander soort medewerkers dan toen Swinkels bijna veertig jaar geleden begon bij de bieb. „Het is veel meer sociaal werk. Vragen gaan nauwelijks nog over literatuur, eerder over DigiD en printen.” Ze legt iedere sollicitant nadrukkelijk uit wat er allemaal in een bibliotheek kan gebeuren. „Het beeld van een stille plek met boeken blijft hardnekkig. Terwijl je inmiddels gewoon mag praten in de bieb.”
Dat herkennen ze ook bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). „Veel sollicitanten beginnen hun brief met ‘ik houd van lezen’,” zegt projectleider ‘Community Library’ Samira el Arbaoui. „Maar dat interesseert ons niet zo veel meer. Je moet vooral houden van menselijk contact en sociale vaardigheden hebben.” Tijdens sollicitatiegesprekken voor medewerkers op de vloer werken ze met casussen: wat doe je als je een discussie krijgt met een bezoeker, of als iemand komt klagen over een persoon die zich wast in het toilet? „Als je dan onder je bureau wegduikt, weten we dat het niet een goede match is”, constateert El Arbaoui.
Voor medewerkers die al lang bij de bibliotheek werken, is het volgens VOB-directeur Gravesteijn soms „best even zoeken”. „Als je gewend was om achter een balie boeken te verlengen en je nu geacht wordt om een programma rond hangjongeren te faciliteren – dat zijn heel verschillende dingen.” Alle OBA-medewerkers krijgen nu weerbaarheidstrainingen van een oud-politieagent. „Het doel is altijd het voorkomen van escalatie,” zegt El Arbaoui. „Maar we hebben ook flink geïnvesteerd in nazorg. Als een incident in je hoofd blijft zitten, moet je erover kunnen praten.”
Bijeenkomst in het ‘Huis van Actief Burgerschap’ in de bibliotheek Utrecht.
Sinds anderhalf jaar heeft de OBA een systeem voor incidentenregistratie. „Een ‘incident’ kan van alles zijn,” legt El Arbaoui uit. „Dus ook: er hangt hier een losse kabel uit het plafond.” Maar verreweg de grootste categorie is gedragsgerelateerd. Veel geluidsoverlast, maar ook bezoekers die ongepast beeldmateriaal bekijken op publiekspc’s, en een New York Times die elke dag gestolen werd. Bepaalde patronen komen in alle 31 vestigingen terug: in de winter veel dakloze mensen, en groepen luidruchtige tieners rondom de toetsweken. „Daar ben je een openbare plek voor. Maar als het in één keer heel veel is, kan dat wel een uitdaging zijn,” zegt El Arbaoui.
Het doel is om structureel en duidelijk beleid te maken, zegt El Arbaoui. „Zonder dat we daarmee mensen afschrikken. Veel jongeren zoeken bijvoorbeeld gewoon een plek om te chillen. Op veel plaatsen worden ze weggestuurd. Daardoor komen sommigen ook de bieb in met de houding: we zijn hier toch niet gewenst. Dat willen wij wegnemen. Want ze zijn hartstikke welkom.”
Ze wil benadrukken dat het ook echt niet alleen jongeren zijn die voor onrust zorgen. Voor senioren die al jaren hun krantje komen lezen in de bieb kan het bijvoorbeeld heel moeilijk zijn dat er meer rumoer is. „Zij neigen er dan naar om het heft in eigen handen te nemen, waardoor nog wel eens een conflict kan ontstaan.”
Geen van de twaalfhonderd openbare bibliotheeklocaties in Nederland is hetzelfde. Daarom verzinnen de verschillende bibliotheken hun eigen creatieve oplossingen voor veiligheidsvraagstukken. Zo was er een bibliotheek die overlastgevende jongeren een baantje aanbood, een die schaakborden neerzette zodat vaders uit de buurt in de bieb kwamen hangen en voor sociale controle zorgden, en een ander die ’s avonds een „noodlijn” heeft met de mannen van het café aan de overkant.
Afgelopen paar jaar zijn ook in Helmond steeds meer veiligheidsmaatregelen genomen, soms in samenwerking met andere partijen. Sindsdien hebben ze veel minder last. Coördinator Wilma Swinkels: „Scholen sturen hun conciërge om in de bieb een rondje te maken. Daardoor voelen jongeren zich minder anoniem en houden ze zich toch meer in.” Verder kregen alle medewerkers een training om „stevig in hun schoenen te staan”, en oortjes waarmee iedereen „op de vloer” elkaar makkelijk kan bereiken. Op de avonden is er ook beveiliging. „Dan is de bezetting minder en zijn er geen mensen op kantoor. Zeker als je in de wintermaanden afsluit, geeft dat toch een stukje veiligheid. Dat je weet dat de bieb echt leeg is.”
Swinkels wil het liefst elke maatregel die het openbare karakter van de bieb aantast, vermijden. „Sommige bezoekers vragen ook of we met poortjes of ledenpasjes kunnen gaan werken. Zij zeggen: ‘jullie laten ook iedereen binnen’ – dat klopt, maar daar zijn we ook voor!” Zowel in Helmond als in Amsterdam is het sentiment: geen beveiliging zolang het niet écht nodig is, en iedereen is welkom tot ze het tegendeel bewijzen.
In Bibliotheek Utrecht is een vleugel vol onuitgegeven boeken geopend die voor iedereen te leen zijn.
Maar wat nou als het wel moet? Dan staan bibliotheken voor nog een obstakel, ziet Klaas Gravesteijn. „Veiligheidsmaatregelen kosten veel geld. En bibliotheken zijn niet ruim gefinancierd. De keuze is dan: ga je extra uren open, of besteed je de middelen die je hebt aan beveiliging?” Daar liepen ze in Helmond ook tegenaan. „We hebben op een gegeven moment wel aangeklopt bij de gemeente voor extra budget,” zegt Wilma Swinkels. „Maar daar vonden ze beveiligen onze eigen taak.” Op dit moment hoeven ze nog niet op andere posten te bezuinigen. „Als collega’s meer beveiliging gaan verwachten, zou dat wel moeten,” vreest Swinkels.
Ook de OBA krijgt geen specifieke gelden voor veiligheidsmaatregelen. El Arbaoui: „Het gaat ten koste van andere dingen, die we moeten laten. En we merken wel dat het een steeds hogere kostenpost wordt. Dus misschien is dat ook wel een vraag aan de politiek: houd daar rekening mee, dat ook bibliotheken te maken hebben met die hardere maatschappij.”