Home

‘Je gaat ervan uit: we gaan een plan hebben’, zegt Rafael van der Vaart

Tv-recensie De jacks bij de NOS zijn zo oranje, dat onze recensent de kleur blijft zien als ze haar ogen sluit. Ze ging ervan uit dat de duiding van het WK voetbal heel logisch was. Terecht?

Rafael van der Vaart duidt de wedstrijd van Oranje tegen Japan.

Als we in vorm waren, dan was er geen probleem. Dat had oud-voetballer Rafael van der Vaart mooi en kundig uitgelegd. Máár, zei oud-voetballer en -trainer Pierre van Hooijdonk: wat houd je dan over als je níét in vorm bent? Nu werd het even spannend, want ook dit was een ijzersterk punt. Gelukkig had Van der Vaart een helder antwoord paraat. „Je gaat niet van tevoren uit van: ik ben niet in vorm”, zei hij geduldig. Zijn jack was zo oranje dat ik de kleur bleef zien als ik mijn ogen sloot. Achter hem in de NOS-studio hadden zich voetbalfans verzameld, ook in neon-oranje. Met over elkaar gevouwen armen overwogen ze de woorden van de experts die hun licht mochten laten schijnen over het WK.

„Je gaat ervan uit: we gaan een plan hebben”, zei Van der Vaart. „En we gaan het dóén.” Ah! Het klonk onweerlegbaar.

Ik weet niet of het aan dat verblindend oranje jack lag, of aan het feit dat ik meestal maar de helft van Van der Vaarts gemompel kan ontcijferen, of aan mijn jammerlijke onvermogen om te herstellen van de keer dat een gymdocent me zei: „Sommige mensen hebben nou eenmaal een betere coördinatie dan andere.” (Hij wees een klasgenote aan die me ontsteeg in sportiviteit en hiërarchie. Zij was sommige mensen. Ik was andere.) Waar het ook door kwam: zondag ging ik er maar gewoon vanuit dat de WK-duiding erg logisch was, ook als ik er zelf weinig van begreep. Soms is het fijn om blind te vertrouwen op de deskundigheid van een ander.

Daar was mogelijkheid genoeg voor, want bij de NOS worden de toernooien omlijst met wijsheden van ware kenners. Ook in de pauzes wordt naar de studio geschakeld voor broodnodig commentaar. Aan alleen het commentaar van de commentatoren, de trainers en de voetballers heeft een kijker immers niet genoeg. Je bent nergens zonder oud-trainers, zonder oud-voetballers – Pierre van Hooijdonk en Rafael van der Vaart in het bijzonder. Die laatste zegt dan bijvoorbeeld:

„Eigenlijk moet Frenkie de Jong… want [onverstaanbaar], eigenlijk best goed… alleen hij moet zich nu eigenlijk gewoon… laat ze maar dekken met twee man… ben je twee man kwijt… dus hij moet nu eigenlijk helemaal niet aan de bal komen en dan moeten die anderen d’r gewoon eigenlijk voorbij dribbelen, maja, hij wil natuurlijk altijd maar zoeken, maja, dan neem je toch mensen mee enzo, maja, het moet van [onverstaanbaar]… links naar rechts… en gewoon beetje spirit erin.”

En daarna volgt er nog wat reclame voor het WK waar je al naar aan het kijken was, al dan niet met ethische bezwaren in je achterhoofd. Vorige week nog was er herhaaldelijk ontmoedigend nieuws: over Iraanse fans wier kaartjes werden ingetrokken. Een Somalische scheidsrechter die de toegang tot de VS was ontzegd. Protesten tegen de aanwezigheid van ICE rond stadions. Nu kleurde NPO 1 vrolijk en vanzelfsprekend oranje. Ik zette dat stilletjes op het lijstje van zaken die ik niet begrijp, maar die vast logisch zijn.

Toen de wedstrijd voorbij was praatten de heren nog een tijd na. Onze jongens hadden gelijkgespeeld tegen Japan, niet gewonnen. Hoe kon dat nou? Was het niet zo, vroeg Pierre van Hooijdonk, dat „als het uiteindelijk allemaal moeilijk blijkt te gaan, dat je dán pas naar de tegenstander gaat kijken? Wat die… waarom… en hoe zij het je moeilijk maken?” Vol vertrouwen keek ik naar Rafael van der Vaart. Hij zou weten wat Van Hooijdonk bedoelde. Hij zou onderstrepen hoe logisch dit allemaal was.

Heel even bleef het stil in de NOS-studio. Toen zei Van der Vaart, verrassend zachtjes: „Ik snap je niet.”

Voetbal

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next