Home

Wat voor strafrecht willen we eigenlijk?

Komt de strafrechtspleging ooit nog op orde, of zet de trend van langzame verstikking, afnemende effectiviteit en vruchteloos klagen nog een decennium door? De Algemene Rekenkamer kwam vorige maand met harde kritiek. Vorig jaar noemde de Rekenkamer de prestaties van de strafrechtketen onvoldoende, dit jaar kreeg het ‘verbeterplan’ van de minister diezelfde kwalificatie. Het plan bevat geen analyse, geen planning, geen concrete doelen.

„Al jaren halen de organisaties in de strafrechtketen hun eigen normen niet voor tijdigheid van zaken die de organisaties zelf extra belangrijk vinden”, aldus de Rekenkamer. Dan gaat het dus om jeugd- en zedenzaken, waarin geen enkele norm is gehaald.

De Tweede Kamer gaf vorig jaar dan ook geen goedkeurende verklaring af over de begroting. Begin dit jaar verzocht de Kamer het kabinet een ‘deltaplan’ voor justitie op te stellen. Er moest een fundamentele herziening van de strafrechtketen komen, met extra aandacht voor de aanwijzingsbevoegdheid van de minister, van wie kennelijk ingrijpen wordt verwacht.

De Raad voor de Rechtspraak ziet er niet naar uit. ‘Aanwijzingen’ van de minister zijn al snel in tegenspraak met de onafhankelijkheid van de rechter. Tegelijk erkent de rechtspraak nu de jarenlange ‘impasse’, een stap vooruit na jarenlang vergoelijkend proza over ‘op de goede weg zijn’. Alleen wordt het probleem meteen op het bord geschoven van de Staten-Generaal, die dit jaar dertien nieuwe wetten over de muur gooiden (en er nog vijfhonderd hebben liggen).

De overdaad aan verslaafde, beperkte of gestoorde verdachten, überhaupt de groeiende ‘complexiteit’ van het strafrecht, dat systematisch wordt overvraagd door politiek en samenleving, de asiel- en migratieproblematiek, het personeelstekort en ga zo maar door. Die impasse duurt volgens de magistraten voort als er geen zicht komt op de wisselwerking tussen „veiligheidsdomein, de strafrechtketen, het politieke bedrijf zelf en andere publieke domeinen”. Daar moet een staatscommissie zich maar over buigen, wordt voorgesteld. Anders gezegd: men draait elkaar vast door de eigen problemen door te schuiven.

Deltaplan, staatscommissie, alleen de regeringscommissaris ontbreekt nog. Het zijn Haagse noodknoppen, voor als niemand het meer weet. Of minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) maar voor déze zomer een plan naar de Kamer wil sturen.

De echte vraag is dan: wat voor strafrecht willen we eigenlijk. Eéntje dat werkt, natuurlijk. Maar is dat een organisatorisch, juridisch of maatschappelijk vraagstuk – of alle drie? Politiek is het in ieder geval. Wat wìllen we nu van het strafrecht. Zijn daar ideeën over, die op een draagvlak kunnen rekenen? Of is zo’n Kamerwens vooral een teken van onmacht: minister los het op!

Ministers komen dan niet verder dan verder sleutelen aan een krakend systeem. Rijdende rechters die achterstanden bij andere gerechten opruimen, die zich daarna herhalen. En ze komen met richtlijnen voor OM en politie om nog meer delicten maar buiten de rechter om af te handelen of zelfs helemaal te skippen. Met dringende adviezen aan rechters om vaker alleen te ‘zitten’, in plaats van met z’n drieën. Met het voortijdig gedetineerden ontslaan wegens ruimtetekort. Leuk bedacht – en ook vaker en eerder – maar altijd lapmiddelen.

De Kamer zelf lijkt verdeelder dan ooit, met een groeiend rechts smaldeel van de ‘strenger, harder en vaker’-school. Dat zelden inzichten uit de wetenschap nuttig vindt, en geld- of capaciteitstekorten wegzet als irrelevant. Zelfs een eenvoudige maatregel als het breder toepassen van de digitale enkelband, is al omstreden. Het vervangt immers kortdurende celstraffen – en dat is vloeken in de ‘sluit ze op’-kerk.

Kortom, het water begint aan de lippen te komen. Wat laatst ook voelbaar was bij ‘de Staat van het OM’, een semi-publieke vergadering voor de hoofdrolspelers in de strafrechtketen. Daar kwam topman Rinus Otte, voorzitter van het college van procureurs-generaal, met de boodschap dat het strafrecht vooral simpeler moet. Het strafrecht zélf noemde hij „oud en vermoeid”, de hele organisatie „belaagd, traag en inefficiënt”.

De organisatie is dus te complex – „het strafrecht draait vast”, ook volgens Otten, wat voor de super-PG geen reden voor somberheid was. Als justitie er tenminste in slaagt om te „kiezen in een oceaan vol onrecht”. Tegelijk erkende ook hij in het jaarverslag dat het OM „niet voldoet aan de gestelde verwachtingen”.

En toen moest de hoofdspreker, minister van Staat Piet Hein Donner, nog komen. Die vond het beeld „niet florissant”. De criminaliteit daalt, maar de ophelderingspercentages niet en de doorlooptijden al evenmin, noch de productiviteit van het OM. Wel stegen de kosten, met zo’n 57 procent, zonder dat daar meer zaken voor worden afgedaan. Het bereik van het strafrecht neemt zelfs sterk af. Veel rechtshandhaving is overgenomen door het bestuursrecht of wordt administratief ‘afgedaan’.

Het „slibt dicht”, zei Donner, die vreest dat de rechtshandhaving z’n geloofwaardigheid zo verliest.  Ik ben dus enorm benieuwd naar wat volgens minister Van Weel de toekomst van de strafrechtspleging is.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next