Home

WK van migranten: kwart van de voetballers speelt niet voor geboorteland

WK voetbal Dit wereldkampioenschap is het toernooi van migranten. Niet eerder had zo’n groot aandeel spelers een migratieachtergrond, niet eerder speelden zoveel voetballers voor een ander land dan waar ze geboren zijn. De moderne geschiedenis toont zich in de nationale selecties.

Guéla Doué, verdediger van Ivoorkust, geboren in Angers, viert de gelijkmaker in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Frankrijk in 2026

Als Frankrijk en Senegal dinsdagavond in New Jersey aftrappen voor hun eerste WK-wedstrijd, staan er van beide nationale teams elf voetballers op het veld. Toch zijn er waarschijnlijk meer voetballers opgesteld die in Frankrijk zijn geboren dan in Senegal. Van tien van de spelers in de selectie van Senegal stond de wieg in Frankrijk. 

Je kunt zeggen: het is daarmee de meest ‘Franse’ wedstrijd van het WK, wat sowieso een ‘Frans’ toernooi is. Liefst 97 spelers die zijn geselecteerd voor dit toernooi werden in het land geboren – slechts 22 daarvan komen uit voor Les Blues. De helft (13) van het Algerijnse elftal werd in Frankrijk geboren, net als elf van de 26 spelers van DR Congo en Haïti. In Frankrijk geboren spelers komen ook uit voor Senegal (10), Ivoorkust (9), Tunesië (6), Marokko (6), Ghana (3), Kaapverdië (3), Qatar (1), Egypte (1) en zelfs rivaal Spanje (1). Zo komt Désiré Doue uit voor Frankrijk, maar zijn broer Guéla voor Ivoorkust. Elf van de 26 Franse spelers hebben een achtergrond in gekoloniseerde Afrikaanse landen – allen werden wel in Frankrijk geboren.

Maar de wedstrijd is vooral het treffendste voorbeeld van wat je het WK van de migrant kunt noemen. Het weerspiegelt de moderne geschiedenis, van landen die gekoloniseerd werden en bevrijd, van migrantengemeenschappen die opbloeiden in verre landen, van gedwongen verplaatsingen door oorlogen en armoede, en toeval. Het moderne WK kan niet begrepen worden zonder de moderne geschiedenis te begrijpen. 

Op wereldkampioenschappen worden multiculturele samenlevingen door één team vertegenwoordigd. Juist onder de gedeelde vlag van een natie worden gelaagde identiteiten gevormd: van teams waarin spelers allerlei achtergronden hebben, maar uiteindelijk toch vooral Nederlander, Fransman of Algerijn zijn – of allebei.

In zekere zin is dat nooit anders geweest. Al op het eerste WK in 1930 had ongeveer één op de acht voetballers een migratieachtergrond. Luis Monti verloor dat jaar als Argentijn de finale. Vier jaar later won hij het toernooi als speler van Italië, het land van zijn voorouders.

Het Italiaanse nationale elftal tijdens het WK in 1934, Luis Monti staand tweede van links

Ferenc Puskas (Hongarije) en Werner Liebrich (West-Duitsland) tijdens de WK-finale van 1954

Portugal’s Eusebio (l) in gesprek met keeper Lev Yashin (r) van de Sovjet Unie voor de wedstrijd op het WK van 1966

Miroslav Klose, geboren in het Poolse Opole, scoort voor Duitsland tijdens de kwartfinale tegen Argentinie op het WK in 2010

De in Boedapest geboren topspits Ferenc Puskas leidde Hongarije in 1954 naar de finale en speelde later nog interlands voor Spanje. Eusebio, in 1966 topscorer namens Portugal, werd geboren in de voormalige kolonie Mozambique; de Duitser Miroslav Klose, topscorer aller tijden op de wereldkampioenschappen, in Polen.

In de decennia na Montis dubbelslag kwamen postkoloniale migratiestromen op gang die sindsdien gestaag doorsijpelden in de voetbalteams, met dit jaar als toppunt: zo’n ‘migrantentoernooi’ als deze editie was er nooit eerder. NRC onderzocht alle bijna dertienduizend voetballers die ooit werden opgeroepen voor een WK. We keken naar waar die voetballers geboren zijn, naar hun nationaliteiten, hun eventuele migratieachtergrond en de landen waarvoor ze uitkomen. Daarbij werd voor historische data grotendeels gebruik gemaakt van de data die onderzoeker Gijs van Campenhout (Universiteit Utrecht) verzamelde over alle voetballers die voor het eerste WK in 1930 tot het voorlaatste WK in 2022 geselecteerd waren.

Uit dat onderzoek blijkt dat er na Frankrijk (97) geen ander land is waar zoveel WK-voetballers worden geboren als Nederland. Van de 26 spelers in Oranje werd alleen Guus Til elders geboren (in Zambia); van de selectie van Curaçao werd alleen Tahith Chong níét in Nederland geboren (maar op Curaçao). Zes internationals van Kaapverdië komen uit Rotterdam. Ook in de selecties van de Marokko (3), Turkije (3), Verenigde Staten (1), Algerije (1), Tunesië (1), Ghana (1), en Nieuw Zeeland (1) spelen Nederlanders. Daarmee spelen er meer in Nederland geboren voetballers níét voor het Nederlands elftal (42), dan wel (25).

Tegelijkertijd had nooit eerder zo’n groot percentage van de Oranje-internationals een migratieachtergrond: 53 procent. Bij het WK in 1990 ging het om veertig procent. Op de vier WK’s waaraan Nederland daarvoor deelnam (1934, 1938, 1974 en 1978) had niemand in de Nederlandse selectie een migratieachtergrond.

Het Nederlands team werd in de afgelopen decennia multicultureler, zoals westerse samenlevingen dat ook werden. Sterren van het Duitse team dat in 2014 wereldkampioen werd, hadden behalve Duitse ook Turkse, Tunesische en Poolse roots. Het Frankrijk dat in 1998 wereldkampioen werd, verbeeldde het moderne, multiculturele land en droeg trots de bijnaam „Black, Blanc, Beur”. 

Het Franse elftal voor de finalewedstrijd tegen Brazilie op het WK in 1998

De schaduwzijde: racisme. „Geen echt Frans team”, zei de extreemrechtse Franse politicus Jean-Marie Le Pen over het team dat wereldkampioen werd. „Zwarte pieten” of „ga terug naar jullie eigen land”, reageerden tal van mensen in 2014 onder een foto van Nederlandse internationals met een Surinaamse achtergrond.

Migratie is één oorzaak voor de groei van het aantal ‘foreign born’-voetballers deze eeuw. Die viel samen met een andere ontwikkeling, zegt onderzoeker Gijs van Campenhout. „Voetbalbonden zijn slimmer geworden. En sporters zijn meer gaan zoeken naar de mogelijkheden.” Voetbalbonden zijn actiever op zoek gegaan naar voetballers in de diaspora, terwijl voetballers zich bewuster werden van de kansen die hun bloedlijnen boden op een interlandcarrière. 

Voetballers Tahar en Mustapha Hadji (rechts) in de wedstrijd Marokko tegen Noorwegen tijdens het WK in 1998

Op het WK van 1998 was de in Schiedam geboren spits Ali El Khattabi nog één van de twee Marokkanen die in Europa werd geboren. In dat team was Mustapha Hadji de ster. Hij werd geboren in Marokko maar groeide op in Frankrijk. Hij werd bij toeval ontdekt door de bondscoach, die over hem las in een Frans voetbaltijdschrift. Anno 2026 is driekwart van de Marokkaanse voetballers buiten het land zelf geboren, dat is het resultaat van beleid.

Lang waren de Europeanen die voor Marokko kozen vooral voetballers die niet in aanmerking kwamen voor het nationale elftal van hun geboorteland. Maar sinds 2014 scout en rekruteert de Marokkaanse voetbalbond actief onder Europese voetballers wiens (groot)ouders in Marokko werden geboren. Niet langer gaat het om spelers die niet goed genoeg zijn voor de selectie van hun geboorteland; een speler als Hakim Ziyech koos bewust voor Marokko, terwijl hij al voor Oranje was opgeroepen. Zelfs op jeugdniveau legt de Marokkaanse bond inmiddels voetballers vast. Recent koos bijvoorbeeld Feyenoord-talent Ayoub Ouarghi (18) voor Marokko.

Eén reden die voetballers zelf noemen voor die keuze, is toenemende discriminatie. Dries Boussata, ooit de eerste Nederlandse international met een Marokkaanse achtergrond, gaf in een tv-interview daarom al eens aan dat hij nu waarschijnlijk voor Marokko had gekozen. Wie wint is Nederlander of Fransman, wie verliest Marokkaan of Algerijn.

Meer voetbalbonden zijn actief gaan werven in de diaspora. Een bekend voorbeeld dit jaar is Curaçao. Het team bond de afgelopen jaren Nederlandse profs aan zich die hun roots op hun Caribische eiland hebben liggen. Van de WK-selectie is slechts één speler op Curaçao geboren; Tahith Chong. Hij verhuisde als kind naar Nederland omdat zijn vader dacht dat hij daar met zijn voetbaltalent meer kansen zou hebben. Via de jeugd van Feyenoord en Manchester United komt hij nu uit voor Sheffield United.

Tahith Chong (links) en Kevin Felida tijdens een training van het nationale team van Curaçao

Het hogere percentage migranten én in het buitenland geboren spelers dit toernooi komt deels door twee ontwikkelingen waar ook Curaçao van profiteert. Het WK dit jaar is uitgebreid naar 48 landen, zestien meer dan voorheen. Daardoor hadden kleinere voetballanden een grotere kans op kwalificatie. Naast Curaçao bestaan ook debutanten Congo en Haïti grotendeels uit spelers die in de diaspora werden geboren. 

The empire strikes back, reageert onderzoeker Gijs van Campenhout op het onderzoek. „In veel selecties komen koloniale wortels terug. Door globalisering zie je bovendien dat mensen met specifieke talenten, in dit geval voetballers, wereldwijd aan werk kunnen komen. Zeker voor kleinere landen zijn in het buitenland geboren voetballers een kans. Een zo goed mogelijk team op een groot internationaal toernooi is voor veel landen belangrijk om de binding binnen een land en het imago naar buiten toe te versterken.”

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next