Home

Sam ontdekt voetballand Indonesië via harde kernen, politiek en zijn eigen familiegeschiedenis - Omroep West

DEN HAAG - Vergeet Brazilië, Engeland of Argentinië. Het grootste voetballand ter wereld ligt verspreid over duizenden eilanden, maar kijkt dit WK noodgedwongen toe vanaf de zijlijn. Althans, dat is de mening van de Haagse journalist Sam van Raalte. Voor zijn boek De Voetbalrepubliek zocht hij naar de ziel van het Indonesische voetbal tussen de fanatieke harde kernen op clubniveau en volgde hij daarnaast het nationale elftal op de voet. Achter de tomeloze passie ontdekte hij echter een bittere realiteit: 'Politiek en voetbal zijn verweven met elkaar in Indonesië.'

'Het is een beetje provocerend bedoeld', verklaart de 35-jarige Sam lachend. Ondertussen knikt naar de witrode kaft van zijn boek, waarop in strakke letters de uitdagende ondertitel prijkt: Op reis door het grootste voetballand ter wereld.

Al heeft die zin wel een serieuze ondertoon. 'Qua populatie is Indonesië na India, China en de Verenigde Staten het grootste land ter wereld. Maar die andere landen hebben in eerste instantie heel andere sporten die dominant zijn: cricket, tafeltennis, American football. In Indonesië is voetbal echt koning. Dus het is het grootste land waar voetbal de nummer één sport is. Alleen: ze zijn er nog niet zo goed in.'

Dat merkte hij toen hij het nationale team achterna reisde. Via Australië, Bali en Java belandde Sam uiteindelijk in Saudi-Arabië, waar het Indonesische elftal onder bondscoach Patrick Kluivert vocht voor de laatste strohalm. Het mocht niet zo zijn; het felbegeerde WK-ticket glipte de archipel pijnlijk door de vingers. Het land stortte in een collectief sportief trauma, maar Sam treurde uiteindelijk minder hard dan de miljoenen fans die het Indonesische voetbal rijk is.

‘Ik had er dubbele gevoelens bij’, verklaart hij. ‘Ik vond het jammer voor de spelers en natuurlijk ook voor het volk van Indonesië. Maar gaandeweg had ik ook geleerd hoe politici, en dan met name rond het nationale elftal, het succes proberen te gebruiken voor hun eigen imago.’

‘Prabowo Subianto, de huidige president van Indonesië, is in mijn optiek een corrupte man. Hij heeft bovendien nare dingen gedaan tijdens de militaire dictatuur. Toch probeerde hij telkens het nationale elftal te gebruiken voor positieve PR-momenten. In dat kader dacht ik soms: misschien is het niet eens zo erg dat ze het niet hebben gehaald. Want als hij had kunnen claimen dat hij de president was die Indonesië naar het WK had gebracht, dan had dat hem natuurlijk eindeloos veel politieke goodwill opgeleverd.’

De verwevenheid van politiek en voetbal is een terugkerend thema in het boek. Die relatie gaat ver terug: al in de jaren dertig werd het nationalisme onder onderdrukte Indonesiërs via sport aangewakkerd. Ook vandaag de dag speelt politiek een nadrukkelijke rol.

‘Bij het nationale elftal probeert de president of de voorzitter van de voetbalbond er politiek gewin uit te halen’, legt Sam uit. ‘En op clubniveau heb je dan weer lokale gouverneurs die dat doen.’

Politiek is echter niet het enige thema dat steeds terugkeert. Ook de voetbalcultuur zelf vormt een belangrijke rode draad. ‘Dat is eigenlijk waar het boek over gaat’, benadrukt Sam. ‘Wat voetbal zegt over de samenleving in Indonesië.’

Volgens hem ligt de voetbalbeleving er op een ander niveau dan in Europa. Hoewel hij als fanatiek Ajax-supporter talloze wedstrijden in Europese voetbalsteden bezocht, verbleken de ervaringen in Turijn en Madrid bij wat hij meemaakte in Jakarta, Sleman en Bandung.

Sam van Raalte bezocht de fanatiekste club van Indonesië en zag hoe een wedstrijd door het massaal gebruik van vuurwerk werd stilgelegd.

‘Ze beleven het als een religie. De enige plek waar ik iets vergelijkbaars zag, was bij Boca Juniors in Argentinië. Daar zag ik ook die ontsnapping aan de realiteit. Voor veel mensen is het hun belangrijkste uitlaatklep. Een paar uur per week naar een wedstrijd en dan kunnen ze alles loslaten.’

Opvallend was dat hij overal welkom leek. Hij sprak met de leiders van de harde kernen, maar vond zijn plek net zo goed tussen de zingende menigte, hangend in de hekken te midden van de meest fanatieke aanhang.

'In Europa zijn harde kernen meestal niet blij met buitenstaanders, zeker niet met media', vertelt Sam. 'In Indonesië zijn ze net zo fanatiek, maar ze proberen je juist erbij te betrekken. Omdat het een collectieve samenleving is. Als ik daar alleen rondliep, gingen mensen zich over mij ontfermen. Dat was niet nodig, maar het gebeurde wel. Als er een goal viel, werd ik echt in een groep getrokken, letterlijk over de hekken heen.’

Die gastvrijheid bood geen garantie op veiligheid. Tijdens zijn reis maakte Sam één gebeurtenis mee die hem oprecht angst inboezemde.

'In Indonesië is crowd control vaker een probleem geweest’, begint hij zijn anekdote. ‘In 2022 was er natuurlijk de stadionramp waarbij 135 mensen zijn omgekomen. Bij het kampioensfeest van Persib Bandung zag ik dat er buiten het stadion veel mensen stonden zonder kaartje. Later werd het binnen heel chaotisch, met fakkels en vuurwerk. Op een gegeven moment stroomde er ineens een groep naar binnen, terwijl het al vol was. Toen werd het voor mij te druk. Ik kreeg echt een claustrofobisch gevoel en ben uiteindelijk naar een rustiger plek gegaan.’

Het derde thema in het boek is kleinschaliger van opzet, maar des te persoonlijker. Sam is zelf half-Indisch en reisde als negenjarige met zijn ouders, zus en broertje naar het land waar zijn grootouders waren opgegroeid. Daar zag hij hoe zijn moeder, staand in de straat waar haar moeder haar jeugd had doorgebracht, werd overmand door emoties.

Als basisschoolleerling kon hij die reactie moeilijk plaatsen. ‘Omdat mijn moeder en haar moeder een moeizame relatie hadden en mijn opa jong overleden is, is er relatief weinig van Indonesië doorgekomen.’

Dat de relatie met die Nederlands-Indische wortels niet voor iedereen hetzelfde is, merkte de Haagse journalist in zijn gesprek met Mees Hilgers. De in Amersfoort geboren verdediger komt uit voor Indonesië, het land van zijn grootouders. ‘Die is volledig Indonesisch opgegroeid binnen Nederland', weet Sam. .In een grote familie waar dat heel belangrijk was.’

Toen hij verder door Indonesië reisde, voelde hij zich steeds meer verbonden met zijn afkomst. ‘In het begin van het boek zeg ik dat ik altijd het gevoel had dat er een puzzelstukje ontbrak, omdat ik gewoon zo weinig wist over het land waar mijn grootouders vandaan kwamen. Ik heb het gevoel dat ik Indonesië tijdens het maken van het boek echt beter heb leren kennen.’

Dat gevoel kreeg pas echt gestalte toen hij 25 jaar later opnieuw door de straat liep waar zijn oma was opgegroeid. Dit keer kwamen bij hem de emoties aan de oppervlakte. Hij pakte zijn telefoon en belde zijn moeder. ‘Ik voelde vooral veel dankbaarheid. Dankbaarheid voor mijn grootouders en voor de enorme stap die zij hebben gezet door vanuit Indonesië naar Nederland te komen.’

‘Ik heb namelijk nu veel meer besef van hoe groot die stap moet zijn geweest voor hen: vanuit Indonesië naar Nederland in de jaren vijftig. Mijn moeder is hier opgegroeid als kind van migranten. Haar oma, dus mijn overgrootmoeder, is daar in haar eentje achtergebleven. Het waren allemaal mensen die een ingewikkelder bestaan hebben gehad, of hebben moeten opbouwen, dan ik. Mensen die grote keuzes hebben moeten maken. En dat ben ik allemaal beter gaan begrijpen en meer gaan waarderen.’

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next