WK voetbal Trumps inreisverboden en zijn oorlog met Iran eisen bij de start van het WK voetbal in de Verenigde Staten de aandacht op. Maar dat hoeft de belofte van het wereldkampioenschap als feest van verbinding en solidariteit niet in de weg te staan.
De openingsceremonie van het WK voetbal donderdag in Mexico-Stad voorafgaand aan de groepswedstrijd tussen Mexico en Zuid-Afrika.
Toen de Verenigde Staten in 2018 samen met Canada en Mexico het wereldkampioenschap voetbal van 2026 toegewezen kregen, merkte Donald Trump op dat hij er dan niet meer bij zou zijn als president. „Of misschien verlengen ze mijn termijn.” Acht jaar, een bestorming van het Capitool na zijn verloren verkiezing in 2020 en een geslaagde herverkiezing in 2024 later is Trump er toch – en hangt zijn schaduw over het toernooi, dat donderdag aftrapte in Mexico maar grotendeels in de Verenigde Staten gespeeld zal worden.
In de dagen voor het begin van het toernooi, waarvan voetbalbond FIFA graag benadrukt dat het de ‘eenheid’ in de wereld bevordert, bombardeerde Trump wederom Iran, werd een tanker in de Straat van Hormuz door de Amerikanen aangevallen en stuurden grensbewakers een Somalische scheidsrechter, op weg naar zijn eerste wereldkampioenschap, terug naar huis.
Donald Trump in december 2025 tijdens de loting.
Wordt dit dan ook het ‘MAGA-WK’, zoals Cas Mudde, de in Amerika docerende Nederlandse politicoloog, het met afgrijzen noemt? Zal Trump zich naar het middelpunt van de aandacht wurmen, zoals hij een jaar geleden veel te lang midden op het podium bleef staan om met de Chelsea-spelers het wereldkampioenschap voor clubteams te vieren? Of zal het toernooi juist tonen dat deze keizer geen kleren draagt?
Wereldkampioenschappen voetbal zijn nooit niet politiek geweest. „Vanaf haar geboorte is het WK een vehikel geweest voor veel meer dan alleen voetbal”, schrijft de Britse journalist Jonathan Wilson in zijn recent verschenen boek The Power and the Glory, een geschiedenis van het toernooi. Voor Jules Rimet, de FIFA-voorzitter die in de jaren twintig van de vorige eeuw het initiatief nam voor het eerste WK, was een mondiaal voetbaltoernooi een manier om de verschrikkingen uit de Eerste Wereldoorlog achter zich te laten – hij had lang in de loopgraven gediend.
Het WK voetbal, dacht hij, zou een vredesproject worden dat volkeren dichter bij elkaar kon brengen. Of in ieder geval Westerse en Zuid-Amerikaanse volkeren; het duurde decennia voordat gekoloniseerde en, later, postkoloniale landen in Azië en Afrika een serieuze plek op het toernooi kregen.
Rimets geloof in de verbindende werking van voetbal werd in 1934 door dictator Benito Mussolini gepolitiseerd. Het WK dat zijn Italië dat jaar organiseerde zag hij als manier om Italianen onderling te verenigen onder het fascistische ideaal. De rest van de wereld, geloofde hij, zou dan de kracht van dat ideaal zien. Daarom vonden de wedstrijden niet, zoals in 1930, in één stad plaats, maar op acht plekken die voor Mussolini de kracht van het fascistische Italië verbeeldden. Om diezelfde reden begonnen acht wedstrijden op precies hetzelfde moment: zoiets was nog nooit vertoond, behalve door de moedige Italianen.
Mussolini’s WK was het eerste voorbeeld van wat nu wel sportswashing genoemd wordt, het aangrijpen van een groot sporttoernooi om het imago van een land in de rest van de wereld te verbeteren. Na 1934 volgden onder meer Mexico in 1970 (twee jaar nadat driehonderd demonstrerende studenten waren doodgeschoten), Argentinië in 1978, Rusland in 2018 en Qatar in 2022. In 2034 volgt Saoedi-Arabië. WK’s zijn voor autocraten een manier om mondiale legitimiteit te krijgen én te laten zien dat het er heus niet allemaal zo slecht aan toegaat als dissidenten beweren. In zekere zin slaagden ze daarin: 1970 wordt herinnerd als het toernooi van Pelé, 2022 als dat van Messi.
Maar het gekke aan dit WK is dat Trump geen enkele poging tot sportswashing doet, schreef journalist Simon Kuper vorig weekend in Financial Times. Van zijn regering komen geen zalvende woorden richting verre volkeren, of pogingen het beeld van een oprukkende autocratie te weerleggen. Integendeel: strikte grenscontroles van fans en spelers worden door de regering juist verdedigd. De gevreesde anti-migratiedienst ICE zal ook rondom stadions actief zijn, kondigde de regering eerder al aan. En hoewel dat vooral zou zijn om andere veiligheidsdiensten te ondersteunen, wordt in immigrantengemeenschappen gevreesd dat wedstrijddagen worden aangegrepen om mensen op te pakken en uit te zetten.
Links: Mexicaanse voetbalfans vieren het eerste doelpunt van hun team tegen Zuid-Afrika. Rechts: Isaac Martinez tijdens een protest voor immigrantenrechten bij een FIFA-kantoor in Los Angeles.
Fans uit Iran, Senegal, Haïti en Ivoorkust kunnen ondertussen door al langer geldende inreisverboden het WK niet bezoeken. Het nationale team van Iran week, door onduidelijkheden over hun visa en dreigementen van Trump dat ze beter thuis konden blijven, voor hun trainingskamp uit naar Mexico; na hun wedstrijden in de VS moeten ze direct het land weer uit. Scheidsrechter Omar Abdulkadir Artan uit Somalië, een ander land met een inreisverbod, werd afgelopen week aan de grens teruggestuurd.
„Voor de miljarden mensen die [het toernooi] van een afstandje toejuichen”, schreef de Algerijnse voetbaljournalist Maher Mezahi, „wordt één vraag steeds onvermijdelijker: hoelang laat de FIFA Trumps Verenigde Staten nog een feest verstoren dat niet aan hem is om te verstoren? Hoelang laten we één man nog het wereldvoetbal verpesten?”
De oorlog in Iran, een war of choice waarvan Trumps rationale en strategie elke dag onvoorspelbaarder en ondoordachter blijken, werpt bovendien een schaduw over het toernooi. Nooit eerder was een gastland van een WK in oorlog met een van de deelnemers. De oorlog lijkt Trump daarnaast af te leiden van het toernooi; op sociale media heeft hij het al weken amper over het WK en deze week kondigde het Witte Huis aan dat hij niet bij de eerste wedstrijd van de VS tegen Paraguay zal zijn (de vrees om, net als afgelopen weekend bij een basketbalwedstrijd, uitgejoeld te worden kan daarin ook meegespeeld hebben). Ondertussen neemt het aanzien van zijn land in de rest van de wereld verder af.
Maar landen zijn nooit alleen hun leider en toernooien nooit slechts de illusies van hun eigen grootsheid die autocraten erin verbeelden. Het WK van 1978 (Argentinië) was niet alleen van Videla; het was ook dat van de Dwaze Moeders wiens verhalen tijdens het toernooi door westerse journalisten werden doorverteld op tv-schermen en in kranten aan de andere kant van de wereld.
Links: Argentijnse fans juichen in Buenos Aires na de gewonnen WK-finale tegen Nederland in 1978. Rechts: Een demonstratie van de Dwaze Moeders in Buenos Aires tijdens het WK voetbal in Argentinië.
Zo zal dit WK niet alleen van Trump zijn, al was het maar omdat negen van de elf Amerikaanse speelsteden een Democratisch bestuur hebben (en de twee andere steden overwegend Democratisch stemmen). In het land waar abortus- en transrechten worden ingeperkt, wordt tijdens het WK ook een ‘Pride’-week georganiseerd; in Seattle, met Egypte – Iran als ‘Pride’-wedstrijd (het is nog onduidelijk hoe enthousiast beide landen daarover zijn).
Tegenover Trump staat ook Zohran Mamdani, de burgemeester van New York wiens liefde voor voetbal even groot is als die voor socialisme. Waar Trump van het WK weggezapt lijkt te zijn, is Mamdani niet van sociale media weg te slaan. In een flitsend filmpje verwelkomde hij deze week buitenlandse voetbalfans in zijn stad; met een bal onder zijn voet legt hij uit hoe de metro werkt, en dat je op roltrappen rechts moet stilstaan zodat er links kan worden doorgelopen. Op X praat hij voetbalfans elke ochtend bij met de weersvoorspellingen en verkeersinformatie. Dat is niet alleen performance: hij regelde ook duizenden betaalbare wedstrijdkaartjes voor New Yorkers en organiseert gratis fanzones in de stad.
Trumps inreisverboden en de exorbitante ticketprijzen die de FIFA hanteert, ondermijnden de belofte van het wereldkampioenschap als een feest van verbinding en solidariteit. Maar verdwenen is die geest niet. Beelden van een dansende politieagent in Cleveland die bij het spelershotel Egyptische fans aanmoedigde om harder te zingen gingen viral. En door heel de VS zullen diasporagemeenschappen de komende weken trots met hun vlaggen zwaaien: Iraniërs in Seattle (wellicht met spandoeken tegen het regime), Senegalezen in New York, Haïtianen in Miami, afgelopen weekend bij een oefenwedstrijd in St. Louis tienduizenden Bosniërs. Trump ziet zichzelf graag als het middelpunt der dingen. Maar dit WK kan hij zich ook op de reservebank terugvinden.