Necrologie Hans Jorritsma (1949-2026) was een geboren sportman met grote maatschappelijke en culturele interesse. Maar hem echt leren kennen, bleek lastig. „Hij was een sfinxachtig figuur.”
HANS JORRITSMA
Vraag Shahbaz Ahmed naar Hans Jorritsma en de voormalig beste hockeyer van de wereld zegt: „He was a different kind of human.”
Hun geschiedenis: in de finale van het wereldkampioenschap hockey in 1994 greep Pakistan, onder leiding van bondscoach Jorritsma, de hoofdprijs in de finale tegen Nederland. Shahbaz was de sterspeler én aanvoerder van Pakistan. „Anders dan wij gewend zijn, behandelde Hans alle spelers gelijk, ook mij”, zegt hij aan de telefoon vanuit Lahore. „Toen ik zelf later bij Oranje-Zwart in Eindhoven ging hockeyen, ontdekte ik pas hoe Nederlands dat is.”
Begrijp hem niet verkeerd, benadrukt de Pakistaan. Jorritsma deed dat op een nette, respectvolle manier. „Zo smeedde hij van ons een collectief. En hij leerde ons dat je met hem in gesprek kon gaan over zijn ideeën. ‘Overtuig me maar’, zei hij.”
De in het Gelderse Lochem geboren Jorritsma, die onlangs overleed op 77-jarige leeftijd, was een sportomnivoor. Hij hockeyde, basketbalde en handbalde in clubverband. Tot op hoge leeftijd bleef hij hardlopen, bij voorkeur in zijn geliefde Het Amsterdamse Bos.
Minder bekend was zijn hartstocht voor kunst en cultuur. Hij verslond boeken, ging graag naar musea, arthouse films en ballet en hield van opera. In de week voor zijn dood bezocht hij met zijn zoon Roman nog de komische opera ‘Le nozze di Figaro’ van Mozart.
Toch was hockey zijn eerste en grote liefde. Hij was niet gezegend met het grootste talent, wel met een ongekende gedrevenheid en discipline. Exemplarisch is zijn eerste uitverkiezing voor het Nederlands hockeyteam in december 1974.
De dan 25-jarige Jorritsma heeft dat jaar zijn zomervakantie opgeofferd om een paar weken achtereen aan zijn conditie te werken. De verdediger verovert een basisplaats bij zijn club Amsterdam en debuteert in Oranje. „Als je iets echt wilt bereiken, kan je er zelf een hoop aan doen”, vertelt hij een journalist.
Typerend voor de aan de sportacademie in Amsterdam geschoolde Jorritsma is dat hij van al zijn trainingen bij Oranje aantekeningen maakt om er als hockeycoach in opleiding zijn voordeel mee te doen. Want als hij iets was en altijd zou blijven, was het onderwijzer. Eerst als gymdocent, later als trainer van meerdere clubs en nationale teams. Shahbaz Ahmed: „Hij leerde mij wat het is om een teamspeler te zijn en geen solist.”
Hans Jorritsma als trainer van het Nederlands hockeyteam doet voor hoe je een strafbal neemt, tijdens het EK in Moskou in 1987.
Tom van ’t Hek maakte Jorritsma mee als medespeler en als (bonds)coach. „Hans was vernieuwend.” Zo introduceerde Jorritsma een videoman die alles vastlegde. „Daar keken wij als spelers van op, maar hij zag meteen dat er groot voordeel mee was te behalen als je je wilt verbeteren”, zegt oud-international Van ’t Hek.
Jorritsma was een perfectionist, vertellen mensen die met hem werkten. Serieus ook, soms nurks. „Het was, zeker voor buitenstaanders, moeilijk om direct hoogte van hem te krijgen”, vertelt oud-teamgenoot en vriend André Bolhuis. „Hans was een sfinxachtig figuur.”
Het grote publiek leert Jorritsma in 1978 kennen als het WK hockey in Argentinië plaatsvindt, voorafgaand aan het WK voetbal in het land. Met zijn teamgenoot Piet Gunning bezoekt Jorritsma de dwaze moeders op de Plaza de Mayo die aandacht vragen voor hun geliefden die spoorloos zijn verdwenen onder het regime van dictator Jorge Videla. „Met zijn lange, blonde manen was hij een soort Christusachtig figuur die werd aangeklampt door de moeders”, zegt Gunning terugblikkend. Hij kan nog net een foto van het tafereel maken voor bewapende militairen het plein op komen lopen om de moeders te verjagen.
Die foto zal kort daarna verschijnen bij het spraakmakende dagboek dat Jorritsma heeft bijgehouden voor Vrij Nederland. De eigenzinnige verdediger weigert, als enige, na de verloren finale zijn zilveren medaille in ontvangst te nemen uit handen van Videla. Dit tot ergernis van een paar Nederlandse hockeyofficials. Kort na terugkomst in Nederland laat Jorritsma ze weten niet meer voor Oranje te willen spelen.
„Typisch Hans”, zegt ploeggenoot André Bolhuis. „Maatschappelijk geëngageerd en principieel.” Eigenschappen die hij zijn leven lang behield en hem soms in aanvaring bracht met anderen, zonder daarbij een strobreed toe te geven. Bolhuis lachend: „Hans lag weleens overhoop met zijn eigen karakter.”
Na het WK-goud met Pakistan zit Bolhuis, dan werkzaam bij sportkoepel NOC-NSF, met Jorritsma op het terras van hotel Americain in Amsterdam. Hij vraagt de succescoach – die in 1990 al het WK hockey met Oranje had gewonnen – om het topsportklimaat in Nederland te verbeteren.
Hans Jorritsma, teammanager van Oranje, en bondscoach Louis van Gaal bezoeken een voetbalwedstrijd in 2000
Een taak die Jorritsma zeer serieus neemt. „Hij ging heel consciëntieus alle sporten af en gaf aan wat er moest veranderen om tot betere prestaties te komen”, zegt Bolhuis. Met succes. „Het aantal medailles dat we daarna haalden, ging meteen omhoog. Daarvoor verdient Hans alle lof.”
Het vakmanschap van de oud-hockeyer valt ook de KNVB op. Na de Olympische Spelen van 1996 treedt Jorritsma in dienst bij de voetbalbond, als teammanager van het Nederlands elftal. Hij werkt er twintig jaar, altijd op de achtergrond, aan de professionalisering van Oranje. Hotels, vliegtuigen, trainingsvelden – voor de geboren sportman Jorritsma is alleen het allerbeste goed genoeg. Bondscoaches en spelers lopen met hem weg, recordinternational Wesley Sneijder voorop.
In augustus 2000 gaat Jorritsma in Amsterdam met voormalig voetbalinternational Ruud Krol, net aangetreden als assistent-bondscoach, naar de kroeg. Daar stelt Krol hem voor aan zijn nicht Venus Veldhoen. De oud-hockeyer en de twintig jaar jongere fotografe vallen voor elkaar. „Ik had niets met sport, wel met kunst”, vertelt ze bij een kop verse muntthee. „Hans bleek veel van kunst te weten, zoals hij ook was geïnteresseerd in maatschappelijke problemen en spiritualiteit.” Eigenlijk, zegt ze, was hij „een sporthippie”.
Al snel trouwen ze, met Ruud Krol als getuige. In 2006 volgt de geboorte van hun zoon Roman. Het verandert het leven van Jorritsma ingrijpend. „Hoewel hij veel met Oranje op reis was, was hij een fantastische vader die Roman urenlang heeft voorgelezen.”
Als vanzelfsprekend is sport een belangrijke leidraad in de opvoeding. Zoals Jorritsma eerder zijn vrouw, een kunsthistorica en voormalige ballerina, heeft leren hardlopen, zo onderwijst hij nu zijn zoon: hockey, voetbal, roeien of judo – hij krijgt het allemaal mee. Samen bezoeken ze talloze sportwedstrijden, in stadions van Amsterdam tot Los Angeles.
Het huwelijk met Veldhoen strandt na twintig jaar, de gedeelde liefde voor hun kind blijft. In vijf vwo helpt Jorritsma zijn zoon bij diens profielwerkstuk voor aardrijkskunde. Onderwerp: Het Amsterdamse Bos. Veldhoen: „Daar heb ik al een paar keer aan moeten denken sinds het overlijden van Hans.” Het cijfer dat Roman Jorritsma kreeg voor zijn werkstuk? Zijn moeder: „Een tien.”