De eerste bijdrage van de nieuwe ombudsman, dacht ik toen ik op maandag 1 juni aantrad, zou iets beschouwends worden over transparantie en vertrouwen in de media, zoiets. Een dag later bleek de inwerkperiode alweer voorbij, toen een onthulling van NRC het landelijke nieuws domineerde. Tata Steel zette het nieuwe directielid Donald Pols – ook die week begonnen – per direct buiten, vanwege zijn tot dan toe verzwegen verleden als jonge extreemrechtse activist in Zuid-Afrika.
Met de primeur van NRC opende die dag het NOS Journaal; de auteurs zaten ’s avonds bij twee talkshows. Het was ook een beladen primeur, bleek uit het twintigtal brieven dat de krant erover ontving. De rode draad: begrip voor Pols’ jeugdige misstap die hij zelf nu „verwerpelijk” noemt, twijfel aan de journalistieke afweging van NRC. „Ik vind de timing merkwaardig.” „Zijn er geen ethische normen?” „Weer een actie van jullie kant om iemands leven op zijn kop te zetten met een fout uit zijn verleden.”
De scherpe reacties verwezen – een enkele keer expliciet – naar de affaire-Wijers, waarbij NRC berichtgeving rectificeerde. Ik zeg het alvast: afgezien van de oppervlakkige gelijkenis (man, struikelblok, reputatie) vind ik die vergelijking geheel onterecht. De onthulling over Pols was zorgvuldig, relevant journalistiek werk.
Hoe was dit verhaal tot stand gekomen, hoe zat het met de timing en met de tip die het onderzoek in gang zette? De informatie die het vertrek van Donald Pols bij Tata zou inluiden, belandde halverwege mei op het bureau van de NRC-redactie. Historicus Anne-Lot Hoek, bezig met een boek over Apartheid, had een eigen verhaal ingestuurd, gebaseerd op haar archiefonderzoek. Ze had al eerder bij NRC gepubliceerd.
Haar bronmateriaal, inclusief een foto en video, toonden aan dat de latere Milieudefensie-directeur Donald Pols als negentienjarige voorzitter was geweest van het rechts-extremistische Afrikaner Studente Front en in Pretoria een optreden van Nelson Mandela had verstoord. Het was hoogst gevoelige informatie over Pols, maar Hoeks verhaal was niet af, oordeelde chef Stijn Bronzwaer van de onderzoeksredactie: het moest door NRC uitgebreid geverifieerd worden.
Hij sprak een samenwerking af: NRC-redacteuren Jorg Leijten en Jeroen Wester zouden zelf aanvullend onderzoek doen, zoals ooggetuigen zoeken die het verhaal over Pols’ verleden konden bevestigen. Zij zouden een eigen artikel schrijven waarbij Hoek een vermelding kreeg als medeauteur. Althans: zo vertellen mijn NRC-collega’s het. De historicus wilde niet met de ombudsman praten – waarover straks meer.
Het resultaat was een onthulling waarover onderzoeksredacteur Wester in de podcast NRC Vandaag zei dat hij er vooraf „buikpijn” van had gehad – alle betrokkenen bij NRC voorzagen dat de publicatie schadelijk voor Pols zou zijn. Was het journalistieke belang groot genoeg om Donald Pols’ carrière en persoonlijk leven overhoop te gooien? Ik vind, in tegenstelling tot een aantal briefschrijvers, dat het antwoord op die vraag ‘ja’ is.
Ten eerste was Pols’ overstap van Milieudefensie naar de grote vervuiler Tata Steel sinds begin mei groot nieuws en onderwerp van veel discussie. Zijn nieuwe werkgever had Pols’ extreemrechtse verleden óf aanvaard, óf wist er niet van (uiteindelijk bleek dat laatste). Beide scenario’s waren nieuwswaardig.
Ten tweede schreven de auteurs geen zakelijk nieuwsbericht („milieudirecteur was vroeger extreemrechts”) over Pols’ levenswandel. Het uitgebreide artikel ging in op Pols’ jeugd in een zeer conservatief christelijk milieu, zijn schaamte en de manier waarop zijn fouten zijn juist linkse overtuigingen hadden gevoed.
Tot slot vind ik dat de journalisten zorgvuldig met Pols zijn omgegaan. Tijdens een eerste confrontatie, eind mei, in een theehuis in Oegstgeest was hij zeer van streek, ontkende aanvankelijk alles, maar kwam daar de volgende dag, gekalmeerd, op terug; op de laatste donderdag van mei gaf Pols een uitgebreid interview. Wester en Leijten spraken met Pols af dat dat pas zou verschijnen nádat hij zijn vrouw en kinderen had ingelicht, en nadat hij op maandag 1 juni zijn verleden had opgebiecht bij Tata. Beide journalisten zijn nog altijd met Pols on speaking terms.
Maar op één punt speelde toch een risico voor de redactie dat juist bij zulke gevoelige, onthullende journalistiek van belang is: de afspraken tussen de redactie en de externe medeauteur Anne-Lot Hoek. Die samenwerking liep stroef, bleek uit wat betrokkenen me vertelden. Het was „een uitdagende samenwerking”, zegt Jorg Leijten. „Het is geen collega, dus dat kan complicaties geven”, zegt Jeroen Wester. Over de details wilden ze niet uitweiden.
Gedeeld auteurschap van redacteuren en freelancers is bij NRC niet ongebruikelijk. Doorgaans zijn die externen journalisten die bijvoorbeeld in het buitenland werken, of een bepaalde expertise meebrengen. Meestal worden samenwerkingen aangegaan voor grotere projecten en bestaat er een gedeeld belang en een zekere vertrouwensband. „Steeds vaker zijn voor journalistiek onderzoek meerdere expertises nodig”, zegt adjunct-hoofdredacteur Lucas Brouwers, die vanaf het begin bij de primeur over Pols betrokken was. „Auteurschap is verbreed.”
Maar de samenwerking met historicus Anne-Lot Hoek was tamelijk uniek: een eenmalige afspraak over auteurschap met een zelfstandig onderzoeker. Zíj had waardevol onderzoekswerk verricht waarmee NRC verder wilde. Daarover maakten Hoek en chef onderzoek Stijn Bronzwaer bovengenoemde zakelijke afspraken. Die rolverdeling, en Hoeks medeauteurschap, waren begrijpelijke keuzes.
Ondanks die afspraken ontstond er wrevel tussen Hoek en de NRC-redacteuren en communiceerden zij moeizaam. Zo is onduidelijk gebleven hoe Anne-Lot Hoek wist van de cruciale foto waarop Pols te zien is met zijn extreemrechtse actiegroep, terwijl dat journalistiek relevante informatie is. Hoek was ruim een jaar geleden door iemand anders op die foto gewezen. Maar de NRC-collega’s hoorden van die tipgever naar eigen zeggen pas op tv bij Eva – de talkshow waar Hoek op de avond na publicatie was aangeschoven.
„Dat had ik wel willen weten”, zegt Jeroen Wester er achteraf over. „Omdat je als journalist altijd allerlei belangen moet afwegen.” Nu was die tipgever geenszins een cruciale bron voor de publicatie over Donald Pols: er lag genoeg archiefmateriaal en er waren ooggetuigen. Hoek wilde geen vragen van de ombudsman beantwoorden; in het openbaar heeft ze over haar tipgever gezegd dat diegene niet „politiek gelieerd” was en geen banden heeft met de klimaatbeweging. Dit soort informatie doet ertoe – en dat vonden ook lezers, blijkt uit hun brieven.
De gang van zaken benadrukt voor adjunct Lucas Brouwers hoe belangrijk het is om zoveel mogelijk „samen op te trekken” en „af te stemmen” met een externe medeauteur. Dat lijkt me een terecht voornemen.
De ombudsman opereert onafhankelijk; haar oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Reacties kunt u mailen naar ombudsman@nrc.nl