Insectenplagen kunnen historische collecties bedreigen. De Oostenrijkse fotograaf Klaus Pichler brengt indringend in beeld hoe dit proces zich voltrekt.
Opgezette vogels zijn aangevreten door de klerenmot en de Noord-Amerikaanse wespkever.
Opgezette dieren in musea zijn zo geprepareerd dat ze lang goed blijven. Het natuurlijke proces van verval dat intreedt na de dood van een dier is door de preparateur stilgezet, zodat de dieren eruitzien alsof ze nog leven. Maar ze blijven niet voor de eeuwigheid goed, met name insectenplagen kunnen de historische natuurcollecties bedreigen.
De fotoserie The Second Death van de Oostenrijkse fotograaf Klaus Pichler brengt het indringend in beeld. Pichler liep mee met bioloog Pascal Querner, die gespecialiseerd is in het bestrijden van insectenplagen in museumcollecties. Querner wil niet te veel chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken vanwege de giftigheid voor conservatoren en bezoekers. In plaats daarvan vertrouwt hij op voorzorgsmaatregelen als het instellen van een goed microklimaat, bestrijding met lijmvallen en behandeling van aangetaste museumstukken met koude, koolstofdioxide of stikstof om eventuele eitjes en larven te doden. Boeken die door de broodkever (Stegobium paniceum) zijn aangetast pakt hij in in plastic, om zo de plaagdieren te verstikken.
Pascal Querner pakt boeken luchtdicht in die zijn aangevreten door de broodkever. Een wekenlange behandeling moet de boeken redden.
Een zebraskelet, inclusief delen van de huid, bij de stikstofkamer in de kelder van het museum. Stikstof moet zuurstof verdrijven zodat eventuele plaagdieren gedood worden.
De vergankelijkheid in natuurmusea heeft zijn eigen schoonheid. Veel opgezette dieren die Pichler fotografeerde zijn aangevreten door de klerenmot (Tineola bisselliella). Hij plaatste ze in dramatische achtergrondscènes waardoor ze iets weg hebben de surrealistische voorstellingen van Salvador Dalí.
De Noord-Amerikaanse wespkever (Reesa vespulae) is berucht vanwege zijn verwoestende effect op insectencollecties en herbaria. Het insect geldt in Europa als een invasieve exoot die lastig is uit te roeien. Dat komt met name doordat vrouwtjes zich ongeslachtelijk kunnen voortplanten. Dat betekent dat de besmetting met één enkel exemplaar kan uitgroeien tot een plaag. Pichler fotografeerde de schade aan een hemelboomvlinder (Samia cynthia), waarvan alleen nog een vleugel restte tussen de cocons en de larven van de kever. Ook een bladsprietkever (Protaetia speciosissima) en het chitinepantser van een wants in de collectie overleefden de vraat niet.
Schade door de Noord-Amerikaanse wespkever en de klerenmot bij een opgezette relmuis, de vleugel van een hemelboomvlinder, een bladsprietkever, een wants, een huiskat en een bosmarmot.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin