Home

Wat een biografie van een schoft en oproerkraaier te zeggen heeft over onze eigen tijd

Biografie The First Fascist, de biografie van de Italiaanse historicus Sergio Luzzatto over de in de vergetelheid geraakte Markies de Morès, is een ronduit meesterlijk boek. Juist een tweederangs figuur in de geschiedenis werpt vaak meer licht op een tijdperk dan de bijgezette boegbeelden.

Marquis de Morès.

Sergio Luzzatto: The First Fascist. The Sensational Life and Dark Legacy of the Marquis de Morès. Allen Lane, 488 blz. € 29,90

Waarom zou je, de vraag moet gesteld worden, een vuistdikke biografie lezen over een vrijwel vergeten figuur, die bovendien in alle opzichten een onverbeterlijke klootzak was? Zelfs in zijn eigen land Frankrijk doet de naam Markies de Morès (1858-1896) tegenwoordig nauwelijks meer bellen rinkelen. Hij lijkt door de kieren van de geschiedenis gevallen.

Geen groot verlies dus, op het eerste gezicht – dit korte, bizarre leven was een aaneenschakeling van schandaaltjes en mislukkingen. Er valt ook niets aan de man te rehabiliteren, ook bij nader inzien blijft hij een afstotelijke figuur. Politiek was hij een dwaallicht en een onvermoeibare, zij het ook onverschrokken haatzaaier. En toch is The First Fascist, het boek dat de Italiaanse historicus Sergio Luzzatto over de Franse markies schreef, een meesterlijk boek, ik heb het verslonden. Het laat overtuigend zien dat juist tweede- of derderangs figuren in de geschiedenis vaak meer licht kunnen werpen op een tijdperk dan de bijgezette boegbeelden. En misschien, dat ook, kunnen we van egomane oproerkraaiers uit het verleden op dit moment iets leren over onze eigen tijd.

Bovendien is de levensloop van Antoine de Vallombrosa, de Markies de Morès, kleurrijk genoeg, je mond valt open. Afkomstig uit een meer dan voornaam geslacht met wortels op Sardinië groeide hij op in rijkdom. In de tuinen van de familievilla in Cannes was de latere Duitse Keizer Wilhelm II een van zijn speelkameraadjes. Op de prestigieuze militaire academie St Cyr blonk hij vooral uit in gokken en rokkenjagen. Hij had iets met paarden en kwam uiteindelijk bij de cavalerie terecht. Hij werd gelegerd in Noord-Frankrijk, waar hij weinig glorieus werd ingezet om stakende arbeiders in het gareel te krijgen.

Een huwelijk met een eveneens puissant rijke vrouw, de Duits-Amerikaanse erfgename Medora Hoffman, leidde tot zijn eerste grote avontuur. Hij vertrok naar Dakota waar hij een metamorfose onderging: de Franse edelman werd grootgrondbezitter in het Wilde Westen en veranderde in een gunslinging cowboy. Hij stichtte een stadje dat hij naar zijn vrouw vernoemde (Medora bestaat nog altijd) en ontwikkelde revolutionaire ideeën om de vleesindustrie naar zijn hand te zetten. In plaats van het vee levend per trein naar de Westkust te vervoeren, zou het ter plekke worden geslacht en in speciaal met koelcellen uitgeruste treinen worden getransporteerd.

Kostbare mislukking

Aan energie ontbrak het Morès niet, wel aan realiteitszin: praktische bezwaren werden door hem achteloos genegeerd. Bovendien werd hij tegengewerkt door een kartel van grote vleeshandelaren die geen concurrentie duldden. Ondertussen moest hij ook voor de rechter verschijnen op verdenking van moord, want tijdens een shoot-out met lokale vijanden was er een dode gevallen. De publieke opinie, zowel in Amerika als in Frankrijk, stond stevig aan de kant van de markies, die van brute eigenrichting zijn specialiteit had gemaakt. Zijn geval werd in de populistische Franse pers als een lichtend voorbeeld neergezet: hier was een man die groot durfde te denken, zich niet liet insnoeren door de regeltjes en procedures die de Franse samenleving zo hopeloos verzwakte.

Zijn onderneming bleek intussen een kostbare mislukking, waar vooral zijn vader en schoonvader voor opdraaiden. Maar de markies droomde alweer van nieuwe grootse verrichtingen: hij zou China vanuit Frans Indochina ontsluiten door spoorwegen aan te leggen. Ook dat project mislukte, opnieuw omdat Morès ervan overtuigd was dat hij werd tegengewerkt, dit keer door krachten binnen de Franse overheid.

In zijn hoofd groeide dat al snel uit tot een Joods complot, waarbij links en rechts aan onzichtbare touwtjes werd getrokken. Eenmaal terug in Frankrijk vond Morès, inmiddels zowat berooid, zichzelf bliksemsnel opnieuw uit: als held van de gewone man, die werd uitgezogen door het Joodse grootkapitaal. Hij werkte jarenlang nauw samen met het intellectuele gezicht van het negentiende-eeuwse Franse antisemitisme, Édouard Drumont, schrijver van het 1200 bladzijde lange ‘standaardwerk’ La France juive. Uiteindelijk brak Morès met hem omdat hij hem teveel een schrijftafel-antisemiet vond. Zelf wilde hij actie zien.

De markies zag zijn onvermoeibare Jodenhaat als een bindmiddel voor Frankrijk. De lagere klassen werden immers uitgeknepen door Joodse industriëlen en vooral bankiers (de Rothschilds!). Tegelijkertijd waren volgens hem – en zijn vele medestanders – de ontwortelde, geniepig manipulerende Joden verantwoordelijk voor de algehele culturele neergang van Frankrijk.

Giftig klimaat

De markies oreerde tegen wie hem horen wilde, hij sprak voor openlijke antisemitische organisaties, schreef voor Drumonts virulente La Libre Parole (ook in die tijd werd het vrije woord vooral aangeroepen door mensen die anderen tot zwijgen wilden brengen). Maar het liefst was hij een agitator, die groepjes baldadige krantenjongens of slagers uit de vleeshallen van La Vilette opruide tegen de overheid en de Joden. Toen een huwelijk in de synagoge in Rue de la Victoire in het 9e arrondissement door zijn aanhang verstoord werd met gejoel en stinkbommen, keek de markies tevreden vanaf de zijlijn toe. Hij was verslingerd aan duels: bij een ervan doodde hij een jonge Joodse officier. Opnieuw belandde hij in de rechtbank, opnieuw werd hij vrijgesproken.

Uiteindelijk overspeelde hij, zoals eigenlijk altijd, zijn hand. Tijdens het zogenaamde Panama-schandaal, waarbij kleine investeerders in het Panama-kanaal hun geld verloren, bereikte het vertrouwen van gewone Fransen in de elites een dieptepunt, en Drumont en Morès wisten er al snel een antisemitische draai aan te geven. Toen Morès van leer trok tegen de grote staatsman Clemenceau, die hij ervan beschuldigde afhankelijk te zijn van een Joodse financier, riposteerde deze dat de markies bij dezelfde man had aangeklopt voor een lening. Het werd gezien als een demasqué.

Toen Morès zijn finest hour had moeten beleven, tijdens de Dreyfus-affaire die Frankrijk in de jaren negentig verscheurde en voor een algemene doorbraak van het antisemitisme zorgde, had hij zijn eigen glazen al ingegooid. Niet dat hij zich daarbij neerlegde: hij reisde naar Algerije, waar hij het plaatselijke antisemitisme probeerde op te zwepen. Zijn laatste onderneming was even groots als grotesk: hij zou de Britten (die vanzelfsprekend met de Joden heulden) de pas afsnijden in hun koloniale ambities door zuidwaarts te reizen en de woestijn voor de Fransen te claimen. Hij werd gruwelijk vermoord door de woestijnstrijders die hij als Arische bondgenoten zag. Het lijkt erop dat hij zijn dood zelf heeft gezocht.

Het is de verdienste van Luzatto dat hij een scherp oog heeft voor de sociale en politieke omstandigheden waarin een uitzinnige figuur als de Markies de Morès kan gedijen: een samenleving die versplinterd is geraakt en waarin de bestuurlijke elites steeds meer als vijand van het volk worden gezien en de aanwezigheid van minderheden als teken van fatale ondermijning.

De titel die hij zijn boek gaf is misschien een tikje misleidend; hoewel Morès zich aan het einde van zijn leven inderdaad bediende van het symbool van de Romeinse fasces (een bundel houten roeden die met riemen waren vastgebonden) om zijn droom van een nieuwe, vitale gemeenschap uit te drukken, was hij eerder een pre-fascist.

Juist dat geeft te denken. Lang voordat het fascisme als politieke beweging een voet aan de grond kreeg, ontstond er een klimaat waarin agitatoren plotseling op de voorgrond kunnen treden met een populaire boodschap van opstand, intimidatie en geweld. De kracht van The First Fascist is dat Luzatto overtuigend laat zien hoe dat giftige klimaat de voedingsbodem bleek voor de latere catastrofes.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next