Milieu Bij regen stroomt PFAS van het fabrieksterrein van Sabic in Noord-Brabant in het nabijgelegen water. Rijkswaterstaat dreigt met een forse dwangsom, blijkt uit een brief in handen van NRC.
De bedrijvencomplex Theodorushaven Noordland De Poort in Bergen op Zoom, waar de plasticsfabriek van Sabic staat.
Het geduld van Rijkswaterstaat is op. Al jaren vervuilt de plasticfabriek van Sabic in Bergen op Zoom de directe omgeving met PFAS, zonder dat het Saoedische bedrijf precies weet hoe de vervuiling ontstaat. Omdat onderzoek en maatregelen onvoldoende effect hebben gehad, wil het Rijk nu een dwangsom opleggen van maximaal 2,5 miljoen euro.
Dat blijkt uit een brief in handen van NRC, die Rijkswaterstaat in april aan Sabic verstuurde. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voegde de brief onlangs toe aan het dossier van een lopende rechtszaak. Sabic heeft bezwaar aangetekend tegen de voorgenomen dwangsom, Rijkswaterstaat neemt „deze week” een definitief besluit.
De dreigende maatregel is een nieuwe tegenslag voor de Noord-Brabantse fabriek. De afgelopen jaren kreeg ze al te maken met verscherpt toezicht van de omgevingsdienst, een dwangsom van de provincie en een strafrechtelijke procedure van omwonenden. Aanleiding was telkens het met PFAS verontreinigde afvalwater dat de fabriek loost op de Westerschelde.
De aangekondigde dwangsom draait niet om dit afvalwater in de Westerschelde, maar om vervuild regenwater dat via drainage op het fabrieksterrein in het nabijgelegen Bergsche Diep terechtkomt. Ook dat afgevoerde regenwater bevat al jaren een grote hoeveelheid PFAS, die alleen van de fabriek afkomstig kan zijn, blijkt uit onderzoek van Sabic en steekproeven van de omgevingsdienst.
Het gaat in dit geval om PFBS, die net als duizenden andere chemicaliën in de categorie PFAS valt. De stof is ooit door de Amerikaanse chemieproducent 3M op de markt gebracht als minder schadelijke variant van de beruchte PFOS, maar is in Nederland sinds 2020 alsnog als ‘zeer zorgwekkende stof’ aangemerkt. Daarvoor geldt dat zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat het in de natuur terechtkomt. PFBS kan zich bij langdurige blootstelling ophopen in de hersenen en is verder met name schadelijk voor de schildklier. Sabic voegt de stof toe aan plastics die het produceert vanwege de brandvertragende werking.
Sabic kan niet verklaren hoe de vervuilende stof in het afgevoerde regenwater terechtkomt, blijkt uit de brief van Rijkswaterstaat. Ondanks diverse onderzoeken en maatregelen is het bedrijf er niet in geslaagd de hoeveelheid PFBS die met het regenwater weglekt tot een acceptabel niveau te reduceren. Dat is „teleurstellend”, schrijft Rijkswaterstaat in de brief. Het bedrijf heeft volgens het Rijk de kans gekregen het probleem op te lossen, en „de geboden mogelijkheid onvoldoende benut”.
Drie jaar geleden concludeerde Rijkswaterstaat nog dat voor lozing van het verontreinigde regenwater geen vergunning nodig zou zijn. In plaats daarvan kreeg Sabic de verplichting onderzoek te doen naar de bron van de PFBS, in de hoop dat het bedrijf het probleem zelf zou oplossen. Dat was achteraf gezien „niet de geëigende weg”, concludeert Rijkswaterstaat, dat naar eigen zeggen al eerder had „kunnen en moeten optreden” tegen de vervuiling.
De brief legt uit dat regenwater volgens milieuwetgeving „altijd wel enige mate van verontreiniging” bevat en daarom niet vergunningplichtig is. Hier is echter sprake van vervuiling in „ernstige mate”, schrijft Rijkwaterstaat in de brief, waardoor de vrijstelling komt te vervallen. De dwangsom die Rijkswaterstaat namens het ministerie oplegt, bedraagt 625.000 euro per maand waarin te veel PFBS in het afgevoerde regenwater wordt aangetroffen, met een maximum van 2,5 miljoen euro.
Voor Sabic kwam het besluit van het ministerie over verontreinigd regenwater „uit de lucht vallen”, zegt een woordvoerder van het bedrijf tegen NRC. Het bedrijf is verbaasd over de plotselinge koerswijziging van Rijkswaterstaat en heeft bezwaar aangetekend. Het blijft ervan overtuigd dat voor „het lozen van hemelwater” geen vergunningsplicht bestaat.
In een schriftelijke reactie benadrukt Sabic dat regenwater ook al PFBS kan bevatten voordat het de grond raakt, door eerdere vervuiling van het water. Uit de brief van het Rijkswaterstaat blijkt echter dat regenwater van het fabrieksterrein ruim vierhonderd keer zo vervuild is als regenwater buiten het terrein. Het is „aannemelijk” dat die extra hoeveelheid PFBS van de eigen fabriek afkomstig is, erkent het bedrijf. Mogelijk is het een effect van „historische verontreiniging”, al blijft de precieze herkomst „vooralsnog moeilijk te achterhalen”.
Een mogelijke oorzaak is een lekkage die in 2019 op het fabrieksterrein in Bergen op Zoom plaatsvond. Daardoor kwam met PFBS vervuild afvalwater in de bodem terecht. Sabic meldde het lek niet direct, wat volgens de omgevingsdienst wel had gemoeten. Het bedrijf heeft de bovenste laag van de grond afgegraven en de bodem op die manier naar eigen zeggen „gesaneerd”. Ook op de rest van het terrein is bodemverontreiniging met PFAS aangetroffen.
„Het zou kunnen dat PFBS in het regenwater terechtkomt omdat de bodem toch nog steeds ergens vervuild is”, zegt milieujurist Stijn van Uffelen, die de brief van Rijkswaterstaat deelde met NRC. Hij houdt er rekening mee dat Sabic de dwangsom moet betalen. „Enerzijds omdat ik verwacht dat de minister dit voornemen wel zal doorzetten en anderzijds omdat ik niet verwacht dat Sabic het zo een-twee-drie heeft opgelost.” Hij wijst erop dat er „drie jaar lang constant” PFBS is gemeten in het regenwater dat de plasticfabriek afvoert, waardoor een enkele slordigheid als oorzaak niet voor de hand ligt.
Om de dwangsom te ontlopen, zal Sabic de vervuiling van het regenwater moeten stoppen, of een vergunning moeten verwerven voor lozing van verontreinigd regenwater. Dat is allebei onwaarschijnlijk, zegt Van Uffelen. „Bij elke vergunningsaanvraag zal een bedrijf moeten onderbouwen dat het al het redelijke heeft gedaan om de uitstoot te voorkomen. Dat is in dit geval een stuk moeilijker. Want als ze niet eens kunnen uitleggen hoe het daar terechtkomt, hoe kan je dan uitleggen dat je het maximale hebt gedaan om het te voorkomen?”
De situatie bij Sabic doet denken aan het Dordrechtse chemiebedrijf Chemours, de bekendste bron van PFAS in Nederland. „Maar Chemours was wel van een andere orde”, nuanceert Van Uffelen. „Zij zijn producent van PFAS, Sabic is slechts gebruiker.” Daarom is de hoeveelheid PFAS rond de Noord-Brabantse fabriek vele malen lager. Bovendien ging het bij Chemours om varianten die schadelijker zijn dan PFBS.
Op het pad langs het Zoommeer, dat rechtstreeks verbonden is met het Bergsche Diep, maken wandelaars zich weinig zorgen over hun gezondheid. „Ik zwem niet”, zegt Conny Overbosch, die verderop aan het water woont. „Dan heb je er misschien minder last van. En ja, het zit overal, dus waarschijnlijk hebben wij ook wel eens PFAS met het een of ander binnengekregen.”
Begin dit jaar werd bekend dat Sabic de fabriek in Bergen op Zoom wil verkopen aan het Duitse private-equitybedrijf Mutares. Overbosch vreest dat de fabriek daardoor op den duur verdwijnt, en de rekening voor bodemsanering achterlaat. Zij kent mensen die bij de fabriek werken. „Eén van hen woont in ons complex en die maakt zich daar ook zorgen over.”
Thana Kammeijer, die haar hond uitlaat bij het Zoommeer, heeft jarenlang voor Sabic gewerkt. Ze was tot 2001 operationeel manager bij de fabriek in Bergen op Zoom. „Ik heb, toen ik daar werkte, ook wel dwangsommen gehad. Het is de wet, dus als je erbuiten zit, moet je gewoon betalen. Maar ik weet ook dat het soms gewoon operationeel heel moeilijk is.”
Kammeijer denkt niet dat het wegspoelen van PFAS een gevolg is van slordige bedrijfsvoering. „Ik heb ook wel eens gehad dat een bepaalde unit het niet deed, waardoor opeens vervuiling in het water kwam. En dan moet je dat melden, ook al kon je het niet altijd voorkomen. Of we dachten dat we de hele tijd goed bezig waren en dan bleek achteraf opeens dat de analyser het niet deed. Soms is het heel moeilijk om het honderd procent goed te doen.”
Het fabrieksterrein, waar NRC op deze doordeweekse dag niet welkom is, ziet er van een afstand keurig uit, al maken de gebouwen een wat verouderde indruk. Naast de ingang staat een groot bord: „Veiligheid, gezondheid en milieu. Daar staan wij voor!” Een digitale klok geeft aan dat er 419 dagen zijn verlopen sinds het laatste incident met veiligheid, gezondheid of milieu.