Corona-enquête In de verhoren over de coronacrisis is deze vrijdag de beurt aan de oud-premiers Mark Rutte en Dick Schoof. Bij Rutte zal het zo goed als zeker draaien om de ‘groepsimmuniteit’, uit zijn toespraak vanuit het Torentje. Schoof wordt ondervraagd als oud-topambtenaar.
Mark Rutte staat in 2020 de natie te woord ten tijde van de coronacrisis.
De leden van de parlementaire enquêtecommissie corona hebben van tevoren allemaal een interviewtraining gevolgd. Maar of je het daarmee redt bij oud-premier Mark Rutte? Die wordt deze vrijdag voor het eerst verhoord over de coronacrisis. In de middag, net na oud-premier Dick Schoof die is opgeroepen als oud-topambtenaar bij Justitie.
Rutte, bijna veertien jaar minister-president van Nederland, stond in Den Haag bekend om zijn behendige manier van vragen ontwijken – in debatten, en ook op persconferenties. Een vraag die hem niet bevalt? Rutte antwoordt kort en kijkt weg: is er nog iemand anders met een vraag? Of hij kiest een andere aanpak: dan is het juist een belangrijke, nee, gewéldige vraag. Het kan een vragensteller, ingepakt met complimentjes, zo afleiden dat het antwoord er nauwelijks nog toe doet.
Bij de corona-enquête zal Rutte, sinds oktober 2024 secretaris-generaal van de NAVO, twee keer verschijnen. Ook nog na de zomer. Het lijkt wel zeker dat het in het eerste verhoor zal gaan over ‘groepsimmuniteit’. Daar draaide Ruttes toespraak om: live op tv vanuit het Torentje, op maandagavond 16 maart 2020. Er keken 7,6 miljoen mensen naar en het doel leek te zijn: Nederland ervan doordringen hoe ernstig het virus was.
Maar het werd ook een technisch verhaal over het virologische begrip groepsimmuniteit. Rutte verwees vijf keer naar deskundigen, Jaap van Dissel van het RIVM noemde hij bij naam, en hij legde uit dat er een „beschermende muur” zou worden opgebouwd, om kwetsbare mensen heen, als het virus „gecontroleerd” kon rondgaan. Die „beheerste verspreiding”, zei hij, om het aantal besmettingen „uit te smeren”, was „het scenario van onze keuze”.
Het leidde tot onrust en verwarring. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, die de dag erna al reageerde, was er nog veel te veel onbekend over het coronavirus om ervan uit te gaan dat mensen na een besmetting immuun werden. En dan kon het ook nog eens jaren duren voordat groepsimmuniteit bereikt was. Rutte zei nog dezelfde week dat het „een misverstand” was geweest, volgens hem was groepsimmuniteit toch níét „het doel van beleid”.
Voor het vertrouwen van kiezers in Rutte en zijn partij maakte het weinig uit: de VVD, die in die tijd 33 zetels had in de Tweede Kamer, steeg in peilingen naar 44. Politicologen duidden het als een rally ’round the flag-effect: in een heftige crisis hebben kiezers de neiging om te denken dat hun leiders het héél goed doen. Aan het eind van dat jaar werd dat alweer minder, en de afkeer van de coronamaatregelen groeide. Toen Rutte in december 2020 weer een live-optreden deed vanuit het Torentje, er kwam opnieuw een lockdown, stonden bij de Hofvijver mensen op potten en pannen te slaan. Ze schreeuwden dat Rutte weg moest.
Net ervoor, eind november, was Mark Rutte met mondkapje op verschenen in de enquêtezaal van de Tweede Kamer: de ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag ging hem verhoren over zijn rol in het toeslagenschandaal. Rutte maakte een nerveuze indruk. Wilde hij de eed of de belofte? Rutte twijfelde. „Zo waarlijk helpe mij God almachtig is de…?”
Kamerlid Tom van der Lee van (toen nog) GroenLinks was lid van die ondervragingscommissie, hij was later voorzitter van de enquêtecommissie die de aardgaswinning in Groningen onderzocht. Van der Lee zag, zegt hij, dat Rutte ook bij dat latere verhoor zenuwachtig was. „Je ziet als commissie ook iemands benen. Die van hem gingen steeds heen en weer.”
Rutte, zegt Van der Lee ook, „kan ongrijpbaar zijn”. „Hij blijft altijd vrolijk, energiek, onaangedaan. Hij is snel, heeft altijd een weerwoord en is niet geneigd tot zelfreflectie. Daardoor is het moeilijk om hem met scherpe vragen tot antwoorden te krijgen.” Het komt er volgens Van der Lee op aan om vragen „goed en zorgvuldig op te bouwen”, om Rutte niet te makkelijk te laten wegkomen. „Bij Groningen moesten we hem bij de les houden omdat hij niets wilde zeggen over afspraken in de kabinetsformatie. Hij wilde het niet over de andere partijen aan tafel hebben. Maar dat is bij een enquête géén verschoningsgrond.”
Bij de onderzoeken naar het toeslagenschandaal en de gaswinning kon Rutte als premier steeds doorverwijzen naar vakministers. In de coronacrisis was het anders: die leidde hij zelf. Al stond er in de persconferenties over corona, steeds live op tv uitgezonden met miljoenen kijkers, ook altijd een ándere minister – vaak die van Volksgezondheid, ook wel van Justitie. Of Van Dissel van het RIVM.
Het lijkt wel zeker dat Rutte het bij de enquêtecommissie veel zal hebben over „wij”. En ook weer zal benadrukken hoe „uniek” de crisis was. Het was, hij zei het in de crisis steeds maar weer, „varen in de mist”.