Volkeren in de Stille Oceaan zien hun land onder zich vandaan spoelen. Hun verdriet is ondraaglijk.
Heimwee is het gemis van het huis dat je hebt verlaten. Maar wat als het huis jou verlaat? Als je geboortegrond letterlijk onder je voeten verdwijnt, weggespoeld door de oceaan. Misschien moeten we dit emotionele spiegelbeeld van heimwee maar landwee noemen.
De wetenschappelijke term voor dit gevoel is solastalgie, een variatie op nostalgie, geïntroduceerd door de Australische filosoof Glenn Albrecht in 2005. Hij noemt het ook wel „heimwee terwijl je thuis bent”. Het beschrijft de gevoelens van verlies en verdriet als een vertrouwde plek ingrijpend verandert of zelfs helemaal verdwijnt. Inclusief de rouw om iets wat er nog wel is, maar waarvan je weet dat het onherroepelijk verloren zal gaan. Het is een vorm van pre-traumatische stress die vaak gebruikt wordt om de reactie op klimaatverandering te beschrijven.
De kleine eilandstaten in de Stille Oceaan worden als geen ander bedreigd in hun bestaan door zeespiegelstijging. Landen zoals Tuvalu, de op één na kleinste lidstaat van de Verenigde Naties. Met zo’n elfduizend bewoners verspreid over een keten van negen atollen met een spanne van bijna 700 kilometer, is het totale oppervlak van Tuvalu maar 26 vierkante kilometer – ongeveer zo groot als Schiermonnikoog. De zeespiegel is in de afgelopen dertig jaar al 15 cm gestegen en daar komen de volgende dertig jaar nog zo’n 20 cm bij, terwijl het land gemiddeld minder dan twee meter hoog is. Studies voorspellen dat rond 2050 de helft van de hoofdstad regelmatig zal onderlopen en tegen 2100 zo’n 95 procent van het land.
Tuvalu staat niet alleen. De Salomonseilanden zijn al zes eilanden kwijtgeraakt en zes andere zijn aanzienlijk gekrompen. De hoofdstad van Kiribati kampt met ernstige kusterosie. Een belangrijk vliegveld op de Marshalleilanden loopt regelmatig onder bij zware stormen. Klimaatverandering is voor de inwoners van deze kwetsbare eilanden geen abstract gegeven maar een urgent gevaar. Natuurlijk zitten ze niet stil. Men probeert land terug te winnen op de zee, strandwallen kunstmatig te verhogen en gewassen naar veiligere gronden te verplaatsen.
Het meest acute gevaar is niet het wegspoelen van land maar de verzilting van het grondwater. Het zeewater kruipt door de poreuze koraalbodems steeds verder omhoog. Deze sluipmoordenaar bedreigt niet alleen de enige bron van drinkwater, maar beïnvloedt ook de landbouw. Zo wordt de voedselzekerheid ondermijnd en raken eilanden volledig afhankelijk van import voor eten en drinken.
Ook de ultieme oplossing vindt al plaats: migratie. Intern naar veiligere eilanden binnen de groep en extern naar het vaste land. Toen Australië in het kader van een speciaal verdrag met Tuvalu in 2025 de eerste ronde van een visumloterij uitschreef, deed 90 procent van de bevolking mee. Het water staat hun letterlijk en figuurlijk aan de lippen.
Wat betekent het precies als je land er wel is, maar onbewoonbaar is geworden en zelfs onder water ligt? Blijf je dan nog bestaan als natie? Hier wordt in het internationale recht over gestreden. Volgens de gebruikelijke interpretatie ‘ademen’ de verschillende maritieme zones, zoals de territoriale zee en de exclusieve economische zone, mee met een wisselende kustlijn. Hier maakt Nederland dankbaar gebruik van als we weer een stukje land aan ons territorium toevoegen. Maar wat als die kustlijn krimpt of zelfs helemaal verdwijnt? Voor de slinkende eilanden betekent dat ze ook hun rechten op visserij en bodemschatten verliezen. En dat ze zelfs compleet ophouden te bestaan als natiestaat.
De Pacifische eilandstaten beargumenteren dat hun bestaan niet van klimaatverandering afhankelijk mag zijn. Het internationale zeerecht werd immers vastgesteld toen er nog geen sprake was van een snel stijgende oceaan. Ze willen hun maritieme grenzen, hun economische zones en ultimo hun bestaansrecht behouden, inclusief lidmaatschap van de Verenigde Naties, zelfs als het land volledig onder water ligt.
Maar een juridische overwinning haalt niet de acute pijn weg. Je kunt niet wonen in een maritieme zone of je huis bouwen op visrechten. Er is een groot verschil tussen formeel voortbestaan en een fysiek thuis zijn. Precies in die kloof zit de pijn van landwee.
Voor de inwoners van de Pacifische eilanden schiet het woord solastalgie tekort. Voor hen is hun land geen omgeving die je waardeert of mist. Het is de plaats waar je voorouders liggen begraven en waarmee je lichamelijk en spiritueel verbonden bent. In de taal van de Maori betekent het woord whenua tegelijk ‘land’ en ‘placenta’. Je bestaan is verstrengeld met het eiland. Als een deel verdwijnt, is het alsof je een arm of een familielid verliest. Je thuis is niet een geliefde plek om naar te verlangen, maar een kosmische werkelijkheid, inclusief je voorouders, de oceaan en de sterren waarop je navigeert.
Deze inheemse volkeren zien de aarde als een gesprekspartner, niet als decor. Maar op de klimaattoppen spreken veelal anderen over hun lot. Hun eigen woorden en lokale kennis bereiken de vergaderzalen meestal niet. Het was een uitzondering dat Pacifische wetenschappers onlangs hun inzichten konden delen met de Verenigde Naties tijdens het jaarlijkse wetenschapsforum. De pijnlijke ironie is dat de volkeren die het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering er het meest onder lijden. En dat de westerse wetenschap niet eens over de goede woorden beschikt om hun verdriet te benoemen.
Landwee komt in verschillende gradaties. Je hoeft er niet voor naar de andere kant van de wereld te reizen. Het kan het kleine verdriet zijn van een vlinder die niet meer rondfladdert of de zang van een vogel die niet meer klinkt. Maar ook het ondraaglijke verdriet van een volk dat zijn hele wereld ziet wegspoelen, inclusief zijn verleden, identiteit en toekomst.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin