Home

FIFA-baas Gianni Infantino, de ‘king of soccer‘, wordt al tien jaar achtervolgd door controverse. ‘Mensen willen gewoon bloed zien’

Gianni Infantino, president FIFA Bij zijn verkiezing in 2016 beloofde Gianni Infantino, toen nog een grote onbekende, dat hij de door schandalen geteisterde FIFA zou opschonen. Wat is daarvan terechtgekomen? En waarom schurkt Infantino zo dicht aan tegen machthebbers als Donald Trump?

Gianni Infantino

In de marmeren overdaad van het Capitool in Washington ziet „Johnny” het allemaal van heel dichtbij. Hij zit slechts op een paar meter van de plek waar maandag 20 januari 2025 Donald Trump wordt ingezworen tot president van de Verenigde Staten. Meteen achter de oud-presidenten Bill Clinton en Joe Biden, in een vak vol wereldleiders en techmiljardairs zoals Jeff Bezos en Elon Musk – enkele van de invloedrijkste mensen op aarde.

Het is een ongewoon toneel, voor iemand die zich vanuit zijn functie vooral met de ontwikkeling van het mondiale voetbal moet bezighouden. Maar Gianni Infantino, sinds tien jaar de hoogste baas van de FIFA, lijkt zich er thuis te voelen. Waar zijn voorgangers zich vooral begaven binnen de grenzen van hun eigen wereld – wedstrijden, lotingen, congressen – betreedt hij net zo makkelijk de politieke arena. Regelmatig komt hij bij wereldleiders over de vloer.

En dus zit de Italiaanse Zwitser tijdens de inauguratie van Trump op een van de beste plekken, voortdurend in het volle zicht van de camera’s. Hij lacht hardop, klapt vol overgave in de handen, maakt op zijn telefoon af en toe snel een foto. In de wetenschap dat de 47ste president van de Verenigde Staten hem hier graag bij heeft, omdat hij Infantino als „een goede vriend” beschouwt. „Johnny is fantastisch”, zei Trump vorige maand nog.

Trump en Infantino – ze zijn ontegenzeggelijk dé gezichten van het wereldkampioenschap in Noord-Amerika, dat deze donderdagavond in Mexico-Stad begint. Want hoewel het toernooi formeel een inspanning is van de Verenigde Staten, Mexico én Canada, is het vooral dat eerste land dat met de eer strijkt. Recent nog, tijdens een gezamenlijk persmoment, keerde Trump zich in de richting van de FIFA-president. „Wij hebben dit samen gedaan.”

Infantino is de laatste die dat zal tegenspreken. Wie een voetbaltoernooi organiseert, moet de leiders van het gastland te vriend houden, vindt hij. Sinds de toewijzing in 2018 verschijnt hij regelmatig aan de zijde van Trump in de openbaarheid, veel vaker dan met de leiders van Mexico en Canada. Bij die gelegenheden overladen de twee elkaar met vriendelijkheden.

Zo bewierookte Trump de Zwitser in de laatste jaren als de „king of soccer” en „waarschijnlijk de meest gerespecteerde man in de sport”. De FIFA betrok op haar beurt vorige zomer een kantoor in de Trump Tower in New York. Een paar maanden later, tijdens de loting voor het WK, overhandigde Infantino de Amerikaanse president een onderscheiding die tot dan toe nog niet bestond: de FIFA Vredesprijs. Het leidde tot kritiek en hoon van over de hele wereld.

Wie is de goedlachse jurist die sinds zijn aanstelling in 2016 vrijwel voortdurend wordt achtervolgd door controverse? Hoe slaagde Gianni Infantino erin om vanuit een klein Zwitsers bergstadje uit te groeien tot de machtigste man in het voetbal, en dat zo lang te blijven? Wat is er terechtgekomen van zijn beloftes om de van corruptie beschuldigde FIFA op te schonen?

Infantino met zijn moeder Maria, voorafgaand aan een door hem georganiseerde voetbalwedstrijd ‘Gianni’s game’ in 2017 tussen voetbalsterren in zijn Zwitserse dorp Brig

Infantino tijdens een persconferentie in 2012 als secretaris-generaal van de UEFA en rechterhand van UEFA-voorzitter Michel Platini

BrigDe Buitenstaander

Op een winterse vrijdagavond lijkt het pand van kapperszaak Nellen uitgestorven. Het loopt al tegen achten, ver na sluiting, maar bij een klein waaklichtje rommelt achterin de zaak een gedrongen gestalte nog wat aan. Eigenaar Daniël Nellen, een kleine man met een kaal hoofd en een grijs stoppelbaardje, komt met lichte aarzeling de bezoekers aan zijn deur tegemoet.

De kapper toont zich vriendelijk maar beslist. Nee, hij is niet van plan om nog iets te vertellen over zijn neef, FIFA-president Gianni Infantino. Omdat hij alles wat hij te zeggen heeft in de afgelopen jaren wel heeft gedeeld. „Hoe hij als jongen was, kun je overal lezen. Dat hij niet de beste voetballer was, maar dat hij al heel jong een grote liefde voor het spel had. Voetbal is zijn wereld, dat is altijd zo geweest.”

Bovendien is hij het geloof wel kwijt dat zijn woorden nog iets veranderen aan het beeld dat er van zijn neef bestaat. Want hoezeer journalisten hem ook bezweren dat zij „het ándere verhaal” komen vertellen, hoe lovend hij ook over Infantino is, „ze schrijven uiteindelijk alleen de slechte dingen op, en dat kwetst me.” Met andere familieleden heeft Nellen daarom afgesproken niet meer mee te werken aan verzoeken, zegt hij. „Mensen willen gewoon bloed zien, geen Friede, Freude, Eierkuchen.”

Veel familieleden en vroegere vrienden van Infantino wonen nog hier, in Brig, een klein stadje hoog in het Rhônedal, omringd door de bergtoppen van Zuid-Zwitserland. Zijn moeder Maria heeft een appartement in het centrum. „Sorry, geen tijd”, klinkt het daar uit de intercom. Datzelfde antwoordt ook de uitbater van Trattoria Sebastian, die het terras schoonveegt en beweert een jeugdvriend van Infantino te zijn.

Het is in deze uithoek van Zwitserland dat Giovanni Vincenzo Infantino opgroeide, nadat hij in 1970 werd geboren in Domodossola, een Italiaans stadje aan de andere zijde van de Simplonpas. Zijn ouders kwamen naar Brig voor werk. Vader Vincenzo had een baan bij de spoorwegen, moeder Maria runde een kiosk op het station. Vruchtbare grond voor voetbalbestuurders: Infantino’s voorganger bij de FIFA, Sepp Blatter, groeide op in het eerstvolgende dorp stroomafwaarts.

Af en toe komt hij hier nog, zegt Nellen, die ondanks zijn aanvankelijke afwijzing geduldig op elke vraag antwoord geeft. „Ik denk een keer of vijf per jaar, maar nooit lang. Twee, drie uur en dan is hij weer weg. Als hij in Milaan is, en hij moet naar Zürich, dan regelt hij dat hij langs zijn moeder kan.”

Het was niet de gemakkelijkste omgeving om in op te groeien, zei Infantino er zelf ooit over, in een alom bekritiseerde toespraak aan de vooravond van het WK van 2022 in Qatar. Hij vergeleek zichzelf daarin met onder meer Afrikanen, homo’s, gehandicapten en arbeidsmigranten. „Omdat ik weet wat het betekent om gediscrimineerd te worden, als buitenstaander in een vreemd land. Als kind werd ik gepest omdat ik rood haar en sproeten had. En ik was Italiaan, kun je nagaan.”

De vergelijking leidde tot veel verontwaardiging vanwege de erbarmelijke omstandigheden waarin buitenlandse bouwvakkers in Qatar aan voetbalstadions moesten werken, met vele doden tot gevolg. Tegelijkertijd, aan het beeld wat hij van zijn eigen wereld schetste is weinig gelogen, zeggen andere inwoners met Italiaanse wortels. „Als je rondvraagt, zijn er nog steeds mensen die zeggen: hij is niet een van ons”, zegt Nellen. „Geen echte Zwitser, maar een Italiaan.”

Evelina Kravina herkent dat. „Dertig, veertig jaar geleden was Zwitserland erg racistisch”, meent ze. Ook Kravina is van Italiaanse komaf, en geeft tegenwoordig Duitse les aan Italiaanse arbeidsmigranten in de regio Wallis. Deze zaterdag gebeurt dat in een klaslokaal van Kollegium Spiritus Sanctus, de oude middelbare school van Infantino. Inmiddels is de afkeer minder extreem, maar ook niet verdwenen, zegt ze. „Men is hier niet zo open naar buitenstaanders.”

In de tijd dat Infantino hier nog woonde was hij een weinig opvallende knul. Op straat vertellen inwoners dat ze hem hooguit van een afstandje meemaakten, of dat ze weinig hebben onthouden van hoe hij als tiener was. Matige voetballer, goede leerling, luidt vaak de beknopte samenvatting. Op de vraag waar hij destijds woonde, geeft iedere voorbijganger een ander antwoord.

Ronduit trots is alleen Nellen. Voor hem behoort zijn neef inmiddels tot de groten der aarde. Want wie zat er bij de inauguratie van de machtigste man van de wereld? Niet de president van Zwitserland. „Er zijn wel tweehonderd staatshoofden op de wereld. Maar er is maar één voetbalpresident.”

Anderen in Brig zijn onverschillig, soms ronduit negatief. „Infantino? Die wil je helemaal niet kennen”, moppert een man die bij de school lege flessen in de glasbak gooit. „Dat is een schurk”, zegt een ander, die onder een grote paraplu in hevige regen kijkt naar het oefenduel van de lokale voetbalclub. „Italianen zijn maffiosi.”

Op datzelfde veld, tegen de flanken van de Alpen opgebouwd, trapte een jonge Gianni Infantino ooit ook tegen een bal. En hoe beperkt zijn talent ook was, zijn hele jeugd was hij vastberaden om in het voetbal carrière te maken, zegt Nellen. „Gianni zei altijd: als ik geen voetballer kan worden, dan word ik advocaat van een voetballer.” Een passender ambitie, blijkt. Want Infantino was volgens zijn neef als jongen al „zeer intelligent, altijd aan het leren”.

Op pagina 78 van het jaarboek van zijn middelbare school staat een stukje over een prijs die dat jaar werd uitgereikt aan de beste examenleerlingen van elke school in de regio. Op zijn school scoorde Infantino het best, met gemiddeld een 8 als eindcijfer. Het vormde de opmaat naar een studie rechten aan de Universiteit van Freiburg en vervolgens een eerste baan bij het Internationaal Centrum voor Sportstudies (CIES) in Neuchâtel.

Zijn eerste schreden als voetbalbestuurder had Infantino toen al gezet. Net achttien was hij, toen de positie van voorzitter van de lokale voetbalclub in Brig beschikbaar kwam. In de verkiezing nam hij het op tegen twee oudere, „gevestigde” heren, vertelde hij er jaren later over in The New York Times. Hij ontdekte dat mensen je eerder steunen als ze daar zélf baat bij hebben. „Dus toen heb ik beloofd dat als ik won mijn moeder elke week de tenues zou wassen. En dat heeft ze gedaan.”

Gianni Infantino in zijn tijd als secretaris-generaal van de UEFA, terwijl hij kandidaat was voor het presidentschap van de FIFA

Het eerste FIFI-congres voorgezeten door Infantino, in Mexico-Stad in 2016

ZürichDe Belofte

Met beide handen stevig op de linkerborst laat Gianni Infantino zich overspoelen door applaus. Hij glimlacht, en knikt weifelend, alsof het gewicht van het moment pas nu begint door te dringen. Dan neemt hij plaats achter het spreekgestoelte, in het midden van het Hallenstadion in Zürich, en zucht nog één keer diep. „Dear friends, chers amis, cari amici, queridos amigos…”

Meer dan vijf uur wachtte hij in spanning af, op deze middag in februari 2016. Om even na enen heeft hij zijn kandidatuur voor het FIFA-presidentschap toegelicht voor de (destijds) 209 leden van de bond. Een belofte van vernieuwing, van herstel van vertrouwen. Aan het begin van de avond wordt duidelijk dat de keuze op hém valt. Drie jaar krijgt hij in eerste instantie de tijd.

De wereldvoetbalbond zit dan al een jaar in een „crisissituatie”, houdt Infantino het congres die dag voor. „De reputatie van de FIFA is bezoedeld.” De hele wereld zag hoe agenten van de Amerikaanse inlichtingendienst FBI in mei 2015, op de vooravond van het jaarlijkse FIFA-congres, het weelderige hotel Baur au Lac in Zürich binnenvielen. Ze arresteerden zeven functionarissen van de bond op verdenking van omkoping en fraude.

Het luidde, enkele maanden later, de val in van Sepp Blatter, toen al zeventien jaar de hoogste baas. UEFA-voorzitter Michel Platini leek de voornaamste kandidaat om hem op te volgen, tot ook die in opspraak raakte vanwege bedenkelijke geldstromen naar zijn privérekening. Het alternatief werd Infantino, secretaris-generaal bij de UEFA. Pas op de dag van de deadline stelde hij zich kandidaat.

Voor de buitenwereld is de Zwitser dan nog een grote onbekende. Hij is de ‘man van de balletjes’: bij lotingen mag hij ze uit glazen kommen grabbelen, om vervolgens de briefjes eruit te halen en voor te lezen welke clubs of landen elkaar treffen. Maar oud-collega’s en voetbalbestuurders die hem meemaakten weten beter. Achter deze ceremoniële bijrol broeit de ambitie.

Rond de eeuwwisseling begon Infantino bij de UEFA, op de afdeling juridische zaken. De Nederlander Jos de Kruif, bij de bond destijds verantwoordelijk voor de kaartverkoop op de grote toernooien maakte hem van dichtbij mee. Zo hadden ze vaak contact over details rond de kaartverkoop en zaten ze onder meer samen in de ‘onboarding’, vertelt De Kruif – een inwerkprogramma van de UEFA voor nieuwe werknemers.

„Iedereen zag meteen: deze man is héél erg getalenteerd. Hij sprak acht talen, of zo.” Al voegt de Nederlander toe dat hij Infantino privé niet goed kent. „We hebben nooit samen een biertje gedronken in de kroeg. Op vrijdagen gingen we weleens voetballen met het personeel. Platini deed dan vaak mee, Gianni zelden. Hij ging veelal zijn eigen gang: een echte strateeg, die heel erg met zijn eigen carrière bezig was.”

Bovendien liepen hun ambities uiteen, merkte De Kruif al snel. Hijzelf had vooral interesse in het operationele gedeelte van de bond – wedstrijd- en toernooiorganisatie. Infantino toonde vooral belangstelling voor het politieke aspect. Want die kant heeft een internationale voetbalbond óók: de omgang met alle nationale bonden, die allemaal hun eigen belangen nastreven.

In dat spel voelde Infantino zich volgens De Kruif al snel thuis. „Hij is een politiek dier van de bovenste plank. Zo goed in het strategisch verbinden met de mensen die waardevol voor hem zijn. De aandeelhouders, de bonden, dáár ging alle aandacht naartoe.”

In de jaren dat Infantino bij de UEFA opklom tot de rechterhand van Platini vervulde Bert van Oostveen de rol van directeur betaald voetbal bij de Nederlandse KNVB. Hij herinnert zich hoe sterk Infantino inhoudelijk was, iets wat ook anderen herkennen. „Hij is een echte generalist”, zegt Gilbert Martina, sinds vorig jaar voorzitter van de bond van Curaçao. „Hij kan over alle onderwerpen meepraten, breed of smal.”

Imponerend is met welk gemak Infantino – schijnbaar uit het hoofd – historische feiten oplepelt, aldus Martina. „Hij kan tot op de minuut nauwkeurig vertellen in welke wedstrijd iets gebeurde.” Zoals hij ook in toespraken moeiteloos lijkt te schakelen tussen talen. Zijn verkiezingsspeech in 2016 begon hij in het Engels, om na een paar zinnen over te stappen op het Italiaans – „de taal van mijn ouders, die me het verschil leerden tussen goed en kwaad.” Daarna volgden Duits, Frans, Spaans, Portugees en een paar woorden Arabisch.

Infantino wekt daarmee de indruk dat hij er voor iedereen is. De FIFA-president beseft hoe belangrijk het is om ánderen te behagen. Mensen die hem meemaakten beschrijven hem zonder uitzondering als amicaal, welbespraakt en joviaal. „Hij zal altijd even een arm om je heen slaan”, zegt De Kruif.

Het zijn eigenschappen die goed van pas komen bij het verzamelen van steun, in de opmaat naar zijn verkiezing. De hele wereld trok hij over, vertelt Jean Francisca, voormalig voorzitter van de Curaçaose bond FFK. Wat voor Francisca de doorslag gaf, was dat Infantino bij zijn bezoek aan het eiland benadrukte dat hij het voetbal wil democratiseren, en kleinere landen wil helpen bij de ontwikkeling van de sport.

Geld is daarbij onmisbaar, houdt Infantino de 209 leden in het Hallenstadion begin 2016 voor. Hij wijst erop dat in de periode dat hij bij de UEFA zat de omzet, in tijden van financiële crisis, bijna verdrievoudigd is. Hij zegt dat hij bij de FIFA hetzelfde ambieert, en dat hij een flink deel van die inkomsten wil distribueren onder de leden. „Want het geld van de FIFA is júllie geld”, wijst hij met een vinger de zaal in. Voor het eerst in zijn toespraak klinkt applaus.

Een wervend verhaal, een intensieve stemmencampagne en goede sociale vaardigheden – het blijkt die middag genoeg om te winnen. Met 115 van de 209 stemmen, onder meer van de Nederlandse en Curaçaose voetbalbonden, wordt hij benoemd tot nieuwe president. Het enige wat hij mist zijn geloofwaardige connecties in het topvoetbal zelf.

Diago Maradona (links) en Gianni Infantino (rechts) bij Gianni’s game

Daarvoor heeft Infantino een plan. Tweeënhalve maand na zijn verkiezing lanceert hij FIFA Legends, een initiatief om vroegere voetbalsterren in het zonnetje te zetten. Sindsdien verschijnen zij regelmatig in zijn gezelschap, ogenschijnlijk als goede vrienden. Af en toe spelen ze een wedstrijdje. Zo ook op een stralende zomerdag in 2017 in Brig. Clarence Seedorf, Paulo Maldini en Marco van Basten, allemaal draven ze over het kleine complex van FC Brig-Glis. Dé ster van de show is Diego Maradona.

Infantino speelt die middag ook mee, in elk van de drie gelegenheidsteams. Tegen de Italiaanse delegatie mag hij een strafschop nemen. Hij schiet in de handen van doelman Gianluigi Buffon.

Infantino bij een bezoek aan een arbeidersvoetbaltoernooi in Qatar, in aanloop naar het WK in dat land

Mexico-StadDe Geldmachine

Het jaarlijkse FIFA-congres zit er bijna op in Mexico-Stad, als de leden in mei 2016 nóg een voorstel op het scherm zien verschijnen. KNVB-directeur Bert van Oostveen is meteen alert: wát stelt de pas gekozen voorzitter van de FIFA nu voor?

Het bestuur van de FIFA wil in de toekomst zelf kunnen besluiten over de benoeming en het ontslag van de leden van de onafhankelijke, toezichthoudende organen binnen de bond, zoals de ethische commissie. Van Oostveen herinnert zich hoe zijn woordvoerder en hij elkaar aankijken. „Zo van: hey, dit was toch niet de afspraak?”

Nog geen drie maanden daarvoor heeft de KNVB ingestemd met Infantino als president. „Hij straalde toen echt uit dat de FIFA hervormd diende te worden”, herinnert Van Oostveen zich. „Dat was voor de KNVB een belangrijke voorwaarde om voor hem te stemmen.” Verandering is aanstaande, denkt hij dan. „Tien jaar later moet ik constateren dat er weinig van terecht is gekomen.”

De timing van het voorstel is opvallend. Kort na het aannemen van de statutenwijziging lekt uit dat de ethische commissie onderzoek doet naar Infantino, na klachten over de besteding van FIFA-gelden zonder goedkeuring, later komen daar nog andere beschuldigingen bij. Maar op de persconferentie ter afsluiting van het congres gaat het daar nog niet over. De voorgestelde wijziging is bedoeld om de toezichthoudende organen te versterken, zegt Infantino. Hij wil er mensen met „hoogste geloofwaardigheid”.

In het jaar dat volgt, zijn er volop wisselingen in de toezichthoudende commissies. De voorzitter van het orgaan voor behoorlijk bestuur vertrekt omdat hij vindt dat de onafhankelijkheid van zijn commissie in het geding komt. Een andere prominente jurist wordt naar eigen zeggen al na een jaar ontslagen als hij weigert in te stemmen met de herverkiezing van een Russisch FIFA-bestuurslid, vanwege zorgen over diens politieke neutraliteit.

Ook besluit de FIFA de aflopende contracten van twee andere prominente figuren in de ethische commissie niet te verlengen: Hans-Joachim Eckert, hoofd van de rechtsprekende kamer binnen het orgaan, en de Zwitserse officier van justitie Cornel Borbély, hoofdonderzoeker. Die laatste wordt vervangen door de Colombiaanse María Claudia Rojas. Binnen een maand na haar aantreden neemt zij een besluit over de beschuldigingen aan het adres van Infantino: het onderzoek stopt.

Het zijn de eerste krasjes op het blazoen van de man die de FIFA „een nieuw tijdperk” beloofde. En niet de enige. De naam van Infantino valt ook in de ‘Panama Papers’, een grootschalig datalek over bedenkelijke belastingconstructies. Volgens de FIFA-baas een onterechte verdachtmaking. Kort daarop raakt hij in Zwitserland verwikkeld in een strafrechtelijk onderzoek naar ambtsmisbruik. Ook daar houdt hij vol onschuldig te zijn. Drie jaar later wordt de zaak geseponeerd vanwege onvoldoende bewijs.

De voetbalwereld geeft Infantino, ondanks die controverses, het voordeel van de twijfel. Omdat er voorlopig óók voldoende is om hoopvol over te zijn. Onder de Zwitser gaat de leiding van de FIFA op de schop. Er komt een nieuw, groter bestuur, met 36 afgevaardigden van de onderliggende bonden. Het proces van selectie wordt democratischer en transparanter: bestuursleden worden niet langer benoemd, maar moeten op een congres van een continentale voetbalfederatie worden verkozen.

Ook verdwijnen de gezichten uit het tijdperk-Blatter. En daarmee ook de voortdurende beschuldigingen van zelfverrijking door FIFA-bestuurders. Voor de huidige voorzitter van de KNVB, Frank Paauw, is dat ontegenzeggelijk een vooruitgang. „Zijn voorgangers werden geassocieerd met smeergelden die in eigen zakken verdwenen”, zei hij vorige week in gesprek met VI. „Een dergelijke aantijging heeft hij [Infantino] niet gehad.”

Infantino in gezelschap van de Russische president Vladimir Poetin in 2016

Infantino en Poetin bij een galaconcert in het Bolshoi Theater in Moskou aan de vooravond van de WK-finale in 2018

Een andere verandering is de manier waarop WK’s aan gastlanden worden toegewezen. Dat was altijd een besluit van het FIFA-bestuur, met de alom bekritiseerde keuzes voor Rusland (2018) en Qatar (2022) tot gevolg. Tegenwoordig hebben de leden, de nationale voetbalbonden dus, de beslissende stem, al maakt het bestuur een eerste schifting. Ook wordt het WK uitgebreid, naar 48 landen, waardoor het toernooi voor veel kleinere landen ineens een stuk haalbaarder voelt.

Belangrijker nog is dat Infantino zijn financiële beloftes nakomt. In de vier jaar voor zijn benoeming bedroeg de omzet van de FIFA een kleine 5 miljard euro, onder zijn leiding loopt dat bedrag snel op, door toenemende inkomsten uit onder meer kaartverkoop, uitzendrechten en deals met sponsoren. Voor de huidige termijn – 2022 tot 2026 – mikt de voetbalbond op meer dan 11 miljard euro. Een toename die direct doorwerkt in de bijdrage die de nationale bonden van de FIFA ontvangen.

Elk van de inmiddels 211 nationale bonden krijgt evenveel: Frankrijk of Fiji – het maakt niet uit. In de tijd dat Jean Francisca voorzitter was van de Curaçaose bond FFK (tot 2019) ging het om „enkele miljoenen per jaar”, plus nog een paar miljoen verdeeld over een periode van vier jaar, zegt hij. Voor de rijkere bonden hooguit een leuk extraatje, voor veel andere landen geld dat ze hard nodig hebben voor de „ontwikkeling van het voetbal”, aldus Francisca.

Met die steun is op zichzelf niets mis, vindt Henk Kesler, tussen 2000 en 2010 directeur betaald voetbal bij de KNVB. Maar door de manier waarop de voetbalpiramide is ingericht, speelt geld een allesoverheersende rol, zegt hij. De FIFA heeft nou eenmaal meer leden in de categorie Fiji dan van het formaat Frankrijk, en iedere stem telt even zwaar. Dus om aan de macht te blijven is het voldoende „om de kleine bonden te vriend te houden”, merkte hij. „Gianni snapt dat als geen ander.”

Volgens Mark Pieth, een Zwitserse jurist die tussen 2011 en 2013 een commissie leidde die de voetbalbond adviseerde over hervormingen op het gebied van goed bestuur, is het probleem dat veel kleine bonden financieel „afhankelijk” zijn van de FIFA-bijdrage. Infantino’s neef Nellen zegt het nog iets scherper. „Als die bijdrage stopt, vallen van de tweehonderd voetbalbonden er meteen honderd om.” Hoe waarschijnlijk is het dan dat ze de hoogste baas tegenspreken?

Het antwoord volgt in het late voorjaar van 2019. Op het jaarlijkse congres in het Franse Versailles glijdt Infantino bijna geruisloos van zijn eerste naar zijn volgende termijn als voorzitter. Infantino is de enige kandidaat, net als bij zijn herverkiezing vier jaar later. „De meeste landen waren tevreden over hem”, aldus voormalig FFK-voorzitter Francisca. „Dus andere mogelijke kandidaten wisten ook dat ze waarschijnlijk gingen verliezen.”

Infantino op het podium tijdens het FIFA-congres in Ascuncion, Paraguay in 2025

Infantino maakt een selfie met president Donald Trump tijdens de loting voor het WK voetbal in 2026 in de Verenigde Staten

AsunciónDe Onbetwiste

Gianni Infantino is nergens te bekennen. Het is mei 2025 en ruim 1.200 afgevaardigden van nationale bonden van over de hele wereld hebben zich verzameld in Asunción, Paraguay, voor het 75ste congres van de FIFA. De bijeenkomst had ruim twee uur eerder al moeten beginnen.

Maar Infantino is nog onderweg vanuit Qatar. Hij was daar op uitnodiging van Donald Trump, die een presidentiële tour door de Golfstaten houdt, met bezoeken aan onder meer de Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman en de Qatarese emir Tamim bin Hamad al-Thani. Bij aankomst op het congres schudt hij gauw nog wat handen, dan betreedt hij vlug het podium.

Zijn toespraak begint hij met een korte verontschuldiging. Maar, zegt Infantino ook: hij móést daar toch echt zijn. „Als voorzitter van de FIFA moet ik de belangen van de organisatie dienen”, tekenen aanwezige journalisten uit zijn mond op. „Ik moest daar zijn om het voetbal en jullie allemaal te vertegenwoordigen in belangrijke discussies.”

Uit protest hebben verschillende afgevaardigden, onder leiding van UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin, de zaal dan al verlaten. Een last-minute agendawijziging dient níét de belangen van het voetbal, stelt de Europese voetbalbond later in een schriftelijke verklaring. Infantino gaf voorrang aan „zijn eigen politieke belangen”.

Sinds zijn aantreden mengt de FIFA-president zich nadrukkelijk onder de politieke machthebbers van de wereld, hoezeer ze soms vanwege hun gedrag ook onder vuur liggen. Hij gaat op bezoek bij de Russische president Vladimir Poetin en dineert met de kroonprins van Saoedi-Arabië en de emir van Qatar. Eind 2025 maakt hij, tot verrassing van velen, zijn opwachting tussen wereldleiders op een Gaza-vredestop in Egypte.

Mark Pieth kan het maar moeilijk aanzien, zegt hij. Het is inmiddels dertien jaar geleden dat hij als voorzitter van de hervormingscommissie de FIFA adviseerde op het gebied van goed bestuur. Een deel van zijn aanbevelingen is sindsdien doorgevoerd, veelal nog onder het vorige bewind. Maar met de statutenwijziging die Infantino al in zijn eerste maanden voorstelde, en de ontslagen en benoemingen die daarop volgden, is dat allemaal tenietgedaan, vindt hij. Zoals hij ook kritisch is op de prestaties van de FIFA op het gebied van mensenrechten. „Respect voor mensenrechten” moest een prominente plek krijgen in de toewijzingsprocedure van de WK’s, kondigde de FIFA in 2017. Daar is niets van terechtgekomen, zegt Pieth.

Ook de voorzitter van de Noorse voetbalbond, Lise Klaveness, had goede hoop door de bestuurshervormingen en het mensenrechtenbeleid van de FIFA. Zozeer zelfs, dat haar bond het FIFA-document gebruikte als blauwdruk voor het eigen mensenrechtenbeleid. „Helaas zijn de voorstellen bij de FIFA nooit praktijk geworden”, stelt ze nu.

Dat de FIFA zich weinig aantrekt van mensenrechten, blijkt volgens Pieth wel uit de toewijzing van het WK van 2034 aan Saoedi-Arabië, een land met een bedenkelijke reputatie op het gebied van onder meer vrouwenrechten, vrijheid van meningsuiting en de omgang met arbeidsmigranten. Daarnaast botst de toewijzing met Infantino’s belofte van transparantie.

Wereldkampioenschappen rouleren tussen continenten. Wie nu organiseert, mag de eerstvolgende twee keer niet meer meedingen. Noord-Amerika is in 2026 aan de beurt, het WK van 2030 is toegewezen aan Spanje, Portugal en Marokko. Met drie openingswedstrijden in Zuid-Amerika, een voorstel van de FIFA ter ere van het honderdjarig jubileum van het WK. Bleef over voor 2034: Azië en Oceanië.

Concrete belangstelling daarvoor was er vanuit Saoedi-Arabië én Australië. Maar dat laatste land wordt verrast als de FIFA in oktober 2023 aankondigt de uiterste datum voor het indienen van een plan met een paar jaar naar voren haalt. Slechts 25 dagen krijgen kandidaten nog om hun bieding in te sturen. Die van Saoedi-Arabië volgt binnen een uur, Australië komt in tijdnood en ziet van organisatie af.

„Als we iets geleerd hadden van Rusland en Qatar, was het dat de toewijzing een open en transparant proces moet zijn, dacht ik”, zegt voormalig KNVB-functionaris Van Oostveen over die gang van zaken. „Met voldoende aandacht voor mensenrechten. Als je dan ziet hoe er met de toewijzing van 2030 gegoocheld is om in 2034 onvermijdelijk bij Saoedi-Arabië uit te komen, dan denk ik: die nam ons goed in de maling.”

Ook Minky Worden, directeur Global Initiatives bij mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, bekeek dat proces met stijgende verbazing. Want ook zij herinnert zich hoe ze in 2016 nog hoopvol was. Infantino belooft tijdens zijn verkiezingscampagne om in de eerste honderd dagen van zijn voorzitterschap met de organisatie om tafel te gaan en voegt daad bij woord. Vlak voor het WK in Rusland ontmoeten Worden en collega’s hem in Zürich.

„Zijn boodschap was: de WK’s aan Rusland en Qatar zijn al toegekend, daar kan ik niets meer aan doen”, vertelt Worden. „Maar in de toekomst zullen toezeggingen over mensenrechten een vereiste zijn.” De „systeemverandering” waarop ze hoopte blijft uit. Na 2016 is ze er, ondanks aanhoudende pogingen, nooit meer in geslaagd om een afspraak met Infantino te krijgen, zegt ze. Volgens FIFA is er „regelmatig contact” met mensenrechtenorganisaties.

Openlijke kritiek is er vanuit de voetbalwereld weinig. Als mensen iets willen delen, dan is het veelal anoniem, omdat ze nog actief zijn in de voetbalwereld en vrezen voor de gevolgen. De Noorse Klaveness is vrijwel de enige voetbalbestuurder in functie die zich kritisch uitlaat over het bestuur van de FIFA: haar bond was de enige die protesteerde tegen de toewijzing van het WK aan Saoedi-Arabië.

Na het aantreden van Infantino veranderde de sfeer binnen de FIFA, merkte Alexander Koch, destijds een van de leidinggevenden van de communicatieafdeling van de bond. Hij zag de ene na de andere medewerker verdwijnen. „Vanzelfsprekend gaan achterblijvers dan vrezen voor hun eigen positie. Vanaf dat moment regeerde angst.”

Al onder Blatter werd Koch gevraagd voorstellen te doen voor verbeteringen. Hij stelde een tienpuntenplan op waarin hij onder meer voorstelde het weldadige luxevertoon – limousines met privéchauffeurs, vijfsterrenhotels – en de buitensporige financiële beloningen aan bestuurders in te perken. Ook presenteerde hij een alternatief systeem voor de toewijzing van WK’s, dat de invloed van lidstaten en daarmee gevoeligheid voor fraude zou wegnemen. „Blatter riep me zijn kantoor in en zei dat het goede plannen waren. Uiteindelijk wuifde hij ze alsnog weg, want de timing zou niet goed zijn, maar we voerden er wel gesprekken over.”

Koch stuurde de plannen na de leiderswissel ook naar Infantino. Hij hoorde niets terug, zegt hij. Niet veel later volgde zijn ontslag. „Ze zeiden dat mijn positie overbodig werd. De positie van woordvoerder, dus. Ik kan het niet bewijzen, maar dat lijkt me onzin.” Wat hij ermee wil zeggen: onder Blatter was verandering ook lang niet altijd welkom, maar werd je vanwege die botsende opvattingen in elk geval niet op straat gezet. „Onder Infantino moet je je mond houden.”

De structuur van de FIFA „leidt niet snel tot verzet”, volgens Van Oostveen. „Je krijgt simpelweg meer gedaan als je in de inner circle van de president zit.” Dat maakt een herverkiezing van Infantino, op de agenda voor 2027, zo goed als zeker. De afgelopen maanden spraken de bonden in Afrika, Azië én Zuid-Amerika al hun steun uit voor de FIFA-baas.

Van Oostveen verwijt Infantino een politieke organisatie van de FIFA gemaakt te hebben. Kijk maar naar de uitreiking van de FIFA Vredesprijs, zegt hij. Die prijs werd alom bekritiseerd als schending van artikel 4 van de statuten van de FIFA, waarin is vastgelegd dat de FIFA politiek neutraal behoort te zijn.

Zo’n prijs is het tegenovergestelde van hoe de FIFA zich tot politiek leiders moet verhouden, vindt ook Klaveness van de Noorse bond. „Van staatshoofden moeten we te allen tijde afstand houden.” Wat haar ook stoort is dat de FIFA-leiding eigenhandig over die prijs besloot. „Er was geen steun voor binnen het bestuur.”

Infantino en Trump met de trofee van de door Infantino in het leven geblazen Club World Cup

Infantino en Trump met de FIFA-wereldbeker

Anderen oordelen milder over het besluit. Onder hen is ook Frank Paauw, de huidige voorzitter van de KNVB. Hij werkte eerder als politiechef in Amsterdam en coördineerde staatsbezoeken van presidenten, koningen, koninginnen. „Ze kregen een staatsbanket en sliepen allemaal in een appartement op De Dam”, zegt hij tegen VI. „Behalve één man. Die sliep in Paleis Huis Ten Bosch: Trump.” Dat is diplomatie, zegt Paauw. „Het is overal gebruikelijk, ook in Nederland, om met stroop iets gedaan te krijgen.”

Oftewel: Infantino heeft de leiders van de gastlanden waar de FIFA met zijn WK’s neerstrijkt nu eenmaal te vriend te houden. Omdat de bond wil dat zo’n toernooi zonder problemen verloopt, dat reizigers uit andere landen ongestoord wedstrijden kunnen bezoeken. En aanvankelijk lijkt dat enig effect te hebben: in de maanden voor het WK volgen beloftes van een vlottere visumprocedure, en gaat Trump akkoord met de deelname van Iran. Al wordt kort voor het toernooi ook duidelijk hoe broos die toezeggingen zijn, als de Amerikaanse douane stafleden van de Iraanse en Iraakse ploeg weigert, net zoals een Somalische scheidsrechter, en de tickets van Iraanse fans intrekt.

Was voor het boeken van zulke beperkte succesjes een Vredesprijs nodig? Aan de deur van kapperszaak Nellen in Brig antwoordt Infantino’s neef Daniel Nellen beslist. „Nee, die had er niet hoeven zijn. Maar soms moet je een beetje…” Hij haakt zijn pinken in elkaar, als teken van de hechte band tussen zijn neef en de Amerikaanse president. „Ik zou het zelf niet gedaan hebben. Maar Trump is er blij mee. En dat is hoe je hem moet bespelen, toch?”

Wederhoor Reactie FIFA

In een reactie op vragen benadrukt de FIFA hoezeer de voetbalbond in de tien jaar onder Infantino is veranderd. Wat in 2015 een „giftige organisatie” was, werd onder hem „gerespecteerde en betrouwbare” sportbond, aldus een woordvoerder. Hij wijst onder meer op de vernieuwde manier waarop de WK’s worden toegewezen aan gastlanden, de transparantere rapportages en een hulplijn voor klokkenluiders.

Een andere „cruciale verandering” is volgens hem de aandacht die de FIFA tegenwoordig heeft voor de ontwikkeling van het voetbal wereldwijd. Het geld dat de bond distribueert onder leden is onder Infantino „verzevenvoudigd”, als het gevolg van een „efficiëntere” interne werkwijze. Daardoor hebben nationale bonden meer middelen dan ooit om te investeren in lokale competities en faciliteiten.

Gevraagd de ophef rond de FIFA Vredesprijs verwijst hij naar een interview dat Infantino eerder gaf aan Sky News, waarin hij de uitreiking van de prijs aan president Trump verdedigt vanwege diens prominente rol in de vredesonderhandelingen tussen Israël en Gaza. De woordvoerder gaat niet in op verwijten dat de FIFA met de prijs haar politieke neutraliteit schendt.

Voetbal

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next