Home

Mauritshuis hoeft topstukken niet terug te geven aan nazaten Bredius, oordeelt de rechter

Museumbeleid De Haagse rechtbank oordeelt dat het Mauritshuis zelf mag bepalen welke werken uit de verzameling-Bredius het wel en niet exposeert.

Kunstmuseum het Mauritshuis in Den Haag.

Het Mauritshuis in Den Haag hoeft geen werken terug te geven aan de erven van de kunstverzamelaar en -historicus Abraham Bredius. De rechtbank Den Haag heeft al hun vorderingen afgewezen in een zaak tegen de staat en het Mauritshuis over het tentoonstellingsbeleid van dat museum.

De erven eisten dat het Mauritshuis alle 25 werken uit Bredius’ legaat permanent tentoonstelt en niet deels in depot houdt. Het testament van Bredius (1855-1946) zou het zonneklaar maken dat het museum daartoe verplicht is.

De eisers zijn drie nakomelingen van Joseph Kronig (1887-1984), protegé en huisgenoot van de ongehuwde Bredius. Zij vinden dat het museum afspraken schendt en de werken, waaronder vijf Rembrandts, moet teruggeven.

De rechtbank ging daar woensdag niet in mee. De Kronigs baseren zich op één zinnetje uit diens testament (de schilderijen „devront rester exposés exclusivement dans ledit Musée”), in het Frans omdat hij toen in Monaco woonde. Dat is volgens de rechters echter „niet klip-en-klaar”, maar voor verschillende uitleg vatbaar. Je kunt erin lezen dat de werken „blijvend geëxposeerd moeten worden”, de uitleg van de familie Kronig, maar ook dat ze, áls ze tentoongesteld worden, dat dan in het Mauritshuis moest.

Dat Bredius bang was voor beschadigingen als zijn schilderijen zouden worden uitgeleend aan andere musea, staat vast. Maar wisselen tussen werken ‘op zaal’ en ‘in depot’ was ook in zijn tijd staande praktijk.

Bredius was van 1889 tot 1909 zelf directeur van het Mauritshuis en ook toen was de collectie „niet statisch, maar een levende verzameling”, aldus de rechtbank. Het vonnis citeert een verslag uit 1895 over zo’n wissel. Het motief was dat „hunne plaatsen door betere stukken konden worden ingenomen”. Als Bredius een „absolute tentoonstellingsplicht” had willen afdwingen, zou hij dat ondubbelzinnig hebben gezegd „en het niet bij dat ene zinnetje [hebben] gelaten”, aldus het vonnis.

De werken ‘Saul en David’ (links) en ‘Twee Afrikaanse mannen’ (rechts) geschilderd door Rembrandt, op zaal in het Mauritshuis.

‘Uiterste wil respecteren’

De familie Kronig legt zich daarbij echter niet neer en gaat in hoger beroep. Een groot deel van de collectie zou al jarenlang niet zichtbaar zijn voor het publiek en „buiten de oorspronkelijke museale context zijn verplaatst”, aldus een verklaring. Eiser Otto Kronig zegt daarin: „Wij hebben deze procedures niet gevoerd omdat wij de kunstwerken willen opeisen [maar omdat] een uiterste wil moet worden gerespecteerd.”

Volgens Gert Jan van den Bergh, advocaat van de Kronigs, is de boodschap van de rechtbank „dat een testament bindend is totdat een museum het onpraktisch vindt”. Dat is volgens hem een principiële kwestie die een gang naar het hof nodig maakt.

Dat wordt de tweede keer. De rechters oordeelden woensdag ook in een zaak van de erven Bredius tegen de gemeente Den Haag en het (gemeentelijke) Bredius Museum. Naast de 25 werken in het Mauritshuis, die al tijdens zijn leven in dat museum in bruikleen waren, bezat Bredius nog een omvangrijke collectie kunst- en andere voorwerpen. Ook die moeten alle permanent getoond worden, eisten de erven, op grond van hetzelfde testament.

De Kronigs hadden de gemeente hierover al een keer tevergeefs gedaagd. Waarna hun hoger beroep (in 2020) en een later cassatieverzoek bij de Hoge Raad sneuvelden. De Haagse rechtbank oordeelde woensdag dat „stellingen en feitelijke geschilpunten waarover het hof al heeft beslist […] niet opnieuw aan de rechtbank [kunnen] worden voorgelegd”.

Boven de deur het werk ‘Riviergezicht met kerk en veerpont’ geschilderd door Salomon van Ruysdael in het Mauritshuis.

Fishing expedition

De rechtbank oordeelde eveneens hard over de pogingen van de erven Bredius om via de Wet open overheid (woo) alle documenten en correspondentie met betrekking tot de Mauritshuiscollectie sinds 1946 in handen te krijgen. Dat kwam neer op „een verboden fishing expedition” om de procespositie van de staat te ondermijnen.

De Kronigs moeten alle proceskosten betalen van gemeente en staat.

Mauritshuis en de erven Bredius stonden sinds 2024 lijnrecht tegenover elkaar. Tijdens een zitting in april zei Mauritshuis-directeur Martine Gosselink: „Wij hebben er al die jaren naar beste eer en geweten voor gezorgd. Dat de goede naam van het Mauritshuis door de familie Kronig in diskrediet wordt gebracht, is even treurig als bespottelijk.”

Otto Kronig verklaarde zijn gedrevenheid tijdens die zitting uit „een enorm familiegevoel, niet uit financieel gewin”. Hun advocaat sloot uit dat de werken geveild zouden worden, mocht de rechtbank bepalen dat de collectie wordt teruggegeven.

Onder de 25 zeventiende-eeuwse schilderijen uit de collectie die Bredius naliet, bevinden zich onder meer topstukken als Saul en David en Twee Afrikaanse mannen van Rembrandt, verscheidene werken uit het atelier of ‘de omgeving’ van Rembrandt, en een riviergezicht van Van Ruysdael.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next