Dans In een sandwich tussen werken vol levensvreugde van voormalig Nationale Balletdansers David Dawson en Krzysztof Pastor zorgt Poetin-kritikaster Alexei Ratmansky voor een op zichzelf welkome tegenkleur. Maar zijn oorlogsballet ‘Solitude’ is wat al te ondubbelzinnig.
‘Empire Noir’ van David Dawson in Masters of Movement door Het Nationale Ballet.
Masters of Movement door Het Nationale Ballet. Muzikale begeleiding door Het Balletorkest o.l.v. Nathan Brock. Amsterdam, 9/6. Herhalingen t/m 19/6. Info: operaballet.nl
Uitvoering:
Programma-samenstelling:
Met Masters of Movement levert Ted Brandsen zijn laatste programma als artistiek directeur van Het Nationale Ballet af. Op 2 juli vormt een feestelijk gala het definitieve afscheid van het gezelschap dat hij ruim twintig jaar leidde. En tot bloei bracht – het eerste ballet van de avond, Empire Noir van de Brit David Dawson, toont een groep dansers op de top van hun kunnen. Het ballet uit 2015 op de gelijknamige muziek van Greg Haines is één groot, dynamisch zwelgen in de precisie, rek- en wendbaarheid van tien klassiekgeschoolde lichamen, een verbluffende stortvloed van hyperelegant gestrekte armen, duizelingwekkend hoge benen, een euforische hemelbestorming. In wezen is het (William) Forsythe voor en Forsythe na, maar dan zonder diens rijke inzet van het héle balletidioom. Eigenlijk meer een uitsmijter dan een programma-opening maar het publiek klom evengoed onmiddellijk op de stoelen.
Met Solitude van ‘associate artist’ Alexei Ratmansky volgt een totale stemmingsomslag. De wereldberoemde Russische choreograaf groeide op in Kyiv en is een uitgesproken anti-Poetinactivist. Uit protest tegen de oorlog in Oekraïne verliet hij zijn vaderland en Solitude is een aanklacht tegen de dood en vernietiging.
Centraal in het ballet staat de vader (de uitstekende Young Gyu Choi) die om zijn dode kind rouwt. Bij aanvang knielt hij, lamgeslagen van verdriet, bij het kleine lichaampje. Een groep van dertien dansers nadert hem op de Begrafenismars van Mahlers Eerste Symfonie. Getuigen, lotgenoten, geesten van eerdere overledenen wellicht? Enkele figuren in zwart fluweel waren door de groep – doodsengelen?
Folkloristische elementen benadrukken het karakter van een gemeenschap waarin ieder zijn eenzame strijd voert. In duetten testen de dansers elkaars weerstand, sierlijke bewegingen transformeren tot harde lijnen, lichamen worden als wapens ingezet.
Als het Adagietto uit de Vijfde Symfonie klinkt, komt Choi in beweging voor een solo vol ontreddering en wanhoop, de schouders laag, de tors gebogen, de handpalmen open, als een vraag waarom.
De zwaarte van het thema wordt, behalve door de muziekkeuze, verder aangezet door de flits bominslag, met de verbeelding van de gevolgen ervan. Gezien Ratmansky’s gevoel van betrokkenheid een navoelbare keuze, maar wel wat veel. Buiten kijf staat zijn enorme kennis van de klassieke danstaal, die hij vol en inventief inzet. Maar je zou wensen dat hij dat in een wat hedendaagser artistieke context plaatste.
Net als Dawson (en generatiegenoot Brandsen) begon Krzysztof Pastor zijn loopbaan als choreograaf toen hij nog danste bij het Amsterdamse gezelschap. De Pool maakte het driedelige Refraction op muziek van Philip Glass als ode aan de veelzijdigheid van de dansers in Amsterdam. Vitaliteit en liefde voor de ballettechniek golven van het toneel want Pastor, normaal wat zwaarder op de hand, kiest hier voor een lichte toon. In het stuk ligt de nadruk op synchrone groepsbewegingen waarin thema’s worden herhaald en gespiegeld. Stoere, snelle en hoekige accenten verlenen wat pit aan het gepolijste geheel. Het middendeel toont, heel klassiek, een duet vol milde nostalgie die past bij een afscheid. Al met al is Masters of Movement een uitstekend gedanst, maar artistiek weinig opwindend programma, zeker niet als bijdrage aan het Holland Festival.
Links ‘Empire Noir’, rechts ‘Solitude’.
‘Solitude’.