Home

Tijdrekken in de AI-race: waarom Gemini Apples nieuwe Internet Explorer is

De nieuwe, verbeterde Siri en Apple Intelligence zijn er, maar voorlopig niet voor Europese gebruikers. De smartphone- en computermaker baseert zijn nieuwste AI-assistent en AI-platform op Gemini van Google. Waarom kiest Apple, dat al jaren zelf werkt aan AI, nu toch voor tech van zijn grote concurrent? Omdat het past in een rijke Apple-traditie. Mogelijk is deze AI-keuze maar een opstapje. En dat past ook in een Apple-traditie.

De nieuwe, verbeterde Siri en Apple Intelligence zijn er, maar voorlopig niet voor Europese gebruikers. De smartphone- en computermaker baseert zijn nieuwste AI-assistent en AI-platform op Gemini van Google. Waarom kiest Apple, dat al jaren zelf werkt aan AI, nu toch voor tech van zijn grote concurrent? Omdat het past in een rijke Apple-traditie. Mogelijk is deze AI-keuze maar een opstapje. En dat past ook in een Apple-traditie.

Google Gemini is de motor voor de eindelijk onthulde AI-upgrade van spraakassistent Siri en AI-platform Apple Intelligence. De slimmere Siri komt in een aparte app, maar zit ook in de camera-app van iOS. Apple integreert het dieper in iOS voor smartphones en macOS voor computers. Daarbij ligt Apple Intelligence als laag onder Siri en benut Apple als motor daarvoor de Gemini-AI-modellen van Google. Gemini is gebouwd op eigen AI-werk van de techreus die ook smartphonebesturingssysteem Android maakt.

Apple en Google zijn directe concurrenten voor smartphones: niet alleen met besturingssystemen daarvoor, maar ook met gekoppelde onlinediensten. Die diensten trekken gebruikers aan en leveren de aanbieders geld op. De fundamentele samenwerking voor AI lijkt dus contra-intuïtief, zegt analist Thomas Husson van onderzoeksbureau Forrester tegen Tweakers. Hij wijst erop dat Apple en Google al vele jaren een strategische samenwerking hebben voor search. Gemini is volgens hem 'zeker een optie voor Apple om sneller op de markt te komen' met de langverwachte upgrade van Siri.

De omarming van Gemini door Apple volgt op een lange AI-aanloop bij de iPhone-maker. Het bedrijf kwam vrij vroeg met spraakassistent Siri en leek daarmee een voorsprong te nemen. Maar Siri wist de potentie niet waar te maken. Bij de introductie van Siri eind 2011 noemde Tweakers het 'een grote stap voorwaarts' en 'veelbelovend', maar nog wel met kinderziektes.

Na relatief weinig vooruitgang in die eerste jaren hebben concurrenten de afgelopen paar jaar ineens flinke sprongen gemaakt. Gebruikers hebben toegang tot indrukwekkende mogelijkheden van AI-assistenten, via tekstcommando's maar ook via spraak te bedienen. Relatief nieuwe spelers als OpenAI, Anthropic en Mistral maken furore. Daarnaast boeken techreuzen als Google, Microsoft en Amazon Web Services vooruitgang op AI-gebied, soms ieder voor zich en soms in samenwerking.

Ondanks de opkomst van chatbots, zoals OpenAI ChatGPT, Microsoft Copilot, Anthropic Claude en Google Gemini, is de achterstand van Siri niet per se een groot probleem voor Apple. Analist Husson constateert dat AI nog geen belangrijke drijfveer is voor de verkoop van apparaten zoals smartphones. Dit geldt ook voor pc's, zoals Dell begin dit jaar erkende. Husson ziet de samenwerking met Google voor een door Gemini aangedreven Siri dan ook als een tussenstap.

Hij meent dat de uitvoering van Apples eigen AI-strategie langer kan duren. De iPhone-maker werkt zelf aan multimodale AI-mogelijkheden. Daarbij kunnen input en output van AI-toepassingen dan kruislings tekst, beeld, geluid en video zijn. Apple voorziet die krachtige AI-mogelijkheden van een vriendelijke gebruikersinterface en wortelt ze in de persoonlijke context van gebruikers en hun privacy, legt Husson uit. Het bedrijf claimt daarbij privacy hoog in het vaandel te hebben staan.

Dat Apple nu kiest voor Google Gemini kan dus een tijdelijke zaak zijn: om op AI-gebied niet stil te staan. Of: om op AI-gebied niet langer heel erg achter te lopen. In beide gevallen zou dit dan een strategische zet zijn die Apple al vaker deed. Bijvoorbeeld eerder met Google, maar ook ooit met Microsoft. Vrienden kunnen hierbij ook vijanden zijn. Zo hebben Apple en Google al vele jaren een haat-liefdeverhouding.

Ooit zat de ceo van Google in de raad van bestuur van Apple. Ooit waren Google Maps en YouTube voorgeïnstalleerd op iPhones – al voordat er een App Store was. Later kwam Apple met een eigen Maps-app, die niet meteen een onverdeeld succes was. Ooit verklaarde Apple-grondlegger Steve Jobs de nucleaire oorlog aan Google en Android. Ooit voerde Apple daar felle rechtszaken over.

Toch is Google Search al sinds de komst van de iPhone de standaardzoekmachine op Apple-apparaten. Dat is een voorkeurspositie die de marktdominante internetreus nog altijd heeft en waar hij flink voor betaalt. In 2021 was de schatting dat Apple jaarlijks 15 miljard dollar vangt voor de standaardinstelling van Google Search.

Twee jaar later, in 2023, werd dat geschatte bedrag voor 2021 bijgesteld naar 18 miljard dollar. En in 2022 bedroeg de betaling 20 miljard dollar, bleek in 2024. Dat bedrag was geen schatting, maar een concrete bevestiging uit geopenbaarde documenten in de antitrustzaak van het Amerikaanse ministerie van Justitie tegen Google.

De haat-liefdeverhouding tussen Apple en Google is dus mede gestoeld op geld, veel geld. Van origine was dat trouwens niet het geval. Of in ieder geval niet meteen en niet in directe zin. De oorspronkelijke keuze voor Google als zoekmachine op iPhones was 'kosteloos' en was vooral een praktische keuze. Het gaf de Apple-smartphone een gebruiksvriendelijke en goede manier om informatie op internet te vinden.

Toenmalig ceo Steve Jobs presenteerde de iPhone in 2007 als een combinatie van 'een breedbeeld-iPod met touchbediening, een revolutionaire mobiele telefoon en een baanbrekende internetcommunicator'. Die kersverse concurrent voor toenmalige giganten Nokia, BlackBerry, Motorola en Palm ging heel groot worden en Apple veel geld opleveren. Vervolgens kon Apple vanuit een zo verkregen machtspositie Google geld gaan rekenen voor de positie als standaardzoekmachine.

Mogelijk herhaalt de geschiedenis zich nu met de AI van Google. Eind vorige eeuw omarmde Apple Microsoft, toen dé aartsrivaal op de computermarkt. Onder Jobs' leiding sloot Apple een fundamentele deal met Microsoft, tien jaar voor het debuut van de iPhone. De haat-liefdeverhouding met Google van de afgelopen jaren verbleekt bij de intense relatie die Apple en Microsoft ooit hadden.

De hekel of minachting was haast dogmatisch, voordat de Mac-maker een overeenkomst sloot met het 'evil empire' van Bill Gates. Naast een kapitaalinjectie en patentenuitwisseling kreeg Apple de garantie van Microsoft Office op Macs en leverde het Microsofts webbrowser Internet Explorer als standaard mee op Macs. De aankondiging van deze deal gebeurde met een videoverbinding waarbij Gates groot in beeld was op een conferentiescherm achter Jobs. De visuele vergelijking met het gezicht van Big Brother in de beroemde 1984-reclame van Apple leek onvermijdelijk.

Het duurde nog tot 2003 voordat Apple zijn eigen webbrowser Safari uitbracht en Internet Explorer links kon laten liggen. "Om snel iets op te zoeken is er in de toolbar van Safari een searchveld ingebakken, waarmee gezocht wordt in de database van Google", meldde Tweakers toen. Het hebben van een eigen browser kan bepalend zijn voor het bieden van onlinediensten en vice versa. Zie bijvoorbeeld belemmeringen voor niet-Chrome-browsers op sites als YouTube, maar ook juist gerichte optimalisaties en functionaliteit zoals antitracking. De belangen van Apple en Google kunnen op deze gebieden ver uiteenliggen.

Nu bij de AI-deal met Google lijkt de situatie wat anders te liggen dan bij Internet Explorer toen en bij Google Search in het recentere verleden. Het is geen geheim dat Apple al jaren aan AI werkt, maar daar tot nog toe minder succes mee boekt. Geruchten over een samenwerking met Google voor Gemini deden al maanden de ronde.

Het vertrek van Apples Siri-topman John Giannandrea begin december was mogelijk een teken aan de wand. Giannandrea leidde zeven jaar lang de divisie die assistent Siri ontwikkelt. Die kreeg eind 2024 het zelfontwikkelde Apple Intelligence als nieuwe basis, wat in fases beschikbaar kwam. Een jaar later waren testers naar verluidt nog niet onder de indruk van de nieuwe AI-ondergrond.

De opvolger voor de van Google afkomstige Giannandrea is een andere Google-veteraan: Amar Subramanya. Hij kwam na zestien jaar dienstverband bij Google, en vijf maanden bij Microsoft, aan boord bij Apple. Net iets meer dan een maand na zijn benoeming als nieuwe AI-topman beklonken Apple en Google hun deal voor Gemini.

Daarna verliep het invoeren van de nieuwe Gemini-basis voor Siri en Apple Intelligence niet zonder hobbels. De vernieuwde spraakassistent en het AI-platform leken al maanden dichtbij, maar het bleef wachten daarop. Verder zou Apple intern geplande producten uitstellen vanwege problemen met Siri. De fundamentele AI-upgrade voor Apple-apparaten raakt naar verluidt ook een nieuwe HomePod en de Apple TV, plus een slimme bril die geen scherm heeft.

Bediening en vlot gebruik van die toekomstige apparaten zouden vallen of staan met goede spraakherkenning, slimme dataverwerking, correcte antwoorden en nuttige toepassingen. Siri zou dan van handige assistent promoveren tot essentiële interface. Apple gebruikt daarvoor nu Gemini van Google, maar lijkt niet al zijn eieren in die ene mand te leggen. Het eigen AI-werk loopt door en ondertussen voorziet Apple ook in gebruik van andere AI-motoren. Wedden op meerdere paarden en daar dan de vruchten van plukken, het past in de rijke traditie van Apple.

Ter relativering: mocht de AI-hype uiteenspatten als een zeepbel, weet dan dat Facebook ooit diep ingebakken zat in iOS, compleet met koppeling aan Siri. Apple kondigde dat in 2012 met veel bombarie aan, maar verwijderde het relatief stilletjes in 2017. Een fonkelende toekomst aankondigen en later een heel andere afslag nemen, valt ook dat als Apple-traditie te beschouwen?

Redactie: Jasper Bakker • Eindredactie: Monique van den Boomen

Source: Tweakers.net

Previous

Next