De arbeidsverhoudingen tussen vakbonden en werkgevers verslechteren. Waar constructief overleg over arbeidsvoorwaarden voorheen de norm was, botsten partijen de afgelopen jaren steeds vaker over lonen.
Zo kwam maar liefst 40 procent van de 442 cao's die vorig jaar zijn afgesloten tot stand via een eindbod. Die trend zet ook dit jaar door, blijkt uit cijfers van werkgeversvereniging AWVN. "Dat heeft vooral te maken met de hardnekkige houding van de vakbonden", zegt een woordvoerder.
Volgens Maarten Keune, hoogleraar sociale zekerheid en arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, wordt het spel tussen vakbonden en werkgevers de laatste jaren steeds harder gespeeld. "Voor de arbeidsverhoudingen is dat geen goede ontwikkeling, zeker als je voorstander van het poldermodel bent."
Zo blijft de FNV vasthouden aan een looneis van 6 procent, zeker nu de inflatie verder stijgt vanwege de oorlog in het Midden-Oosten. Door de stijgende prijzen komt de koopkracht van werknemers opnieuw onder druk te staan.
Veel producten en diensten worden duurder, en dat geldt niet alleen aan de pomp. Ook voor vliegreizen en vakanties betalen we meer. De prijsstijgingen zijn inmiddels ook zichtbaar bij drank en voedingsmiddelen.
"De FNV heeft dit cao-seizoen een looneis van 6 procent neergelegd. Die is stevig, maar de prijzen stijgen ook nog steeds en de arbeidsmarkt is krap", zegt een woordvoerder. "Na jaren van stilstand werd het hoog tijd dat mensen er daadwerkelijk op vooruit gaan."
De vakbond benadrukt dat de onderhandelingen met de werkgevers net zo stroef verlopen als altijd. "Het komt regelmatig voor dat werkgevers snel met een eindbod komen, maar we zien geen toename in het aantal acties in het afgelopen jaar."
Bij een eindbod is er geen overeenkomst bereikt tussen vakbonden en werkgevers. De partij die het eindbod doet, ziet geen mogelijkheden meer om tot overeenstemming te komen en legt eenzijdig een laatste bod op tafel.
Dit eindbod wordt neutraal of met een negatief advies voorgelegd aan de achterban. Die kan het dan aanvaarden of afwijzen. Na het uitbrengen van een eindbod is het vaak niet meer mogelijk concessies te doen. Beide partijen zetten dan hun hakken in het zand en gaan niet meer aan tafel. Vaak komt er dan pas een akkoord na langdurige acties en stakingen.
Dat is bijvoorbeeld niet het geval bij een principeakkoord. Daarin worden afspraken gemaakt die volgens de onderhandelaars passen binnen het vooraf vastgestelde mandaat van de achterban. Een principeakkoord wordt per definitie met een positief advies voorgelegd aan de achterban en door de onderhandelaars verdedigd.
"Een principeakkoord tussen vakbonden en werkgevers komt steeds minder vaak voor en dat is niet goed voor de arbeidsverhoudingen. De partijen worden het minder snel eens, omdat het vaak alleen maar over loon gaat", zegt de AWVN-woordvoerder.
Keune benadrukt dat de vakbonden en werkgevers de afgelopen jaren lelijker tegenover elkaar zijn geworden. Daardoor komen ze er tijdens cao-onderhandelingen steeds minder goed uit.
"De vakbonden, met name de FNV, komen met stevige looneisen. Zij vinden dat bedrijven genoeg winst maken om dat te kunnen betalen. Aan de andere kant willen werkgevers van alles regelen in de cao, maar als dat niet lukt, kiezen ze bijvoorbeeld voor een bedrijfsovereenkomst met de Ondernemingsraad."
Toch ziet de hoogleraar dat de nuance in bepaalde bedrijfstakken en sectoren nog wel aanwezig is. "Dat er redelijke winsten worden gemaakt klopt wel, maar dat geldt niet voor alle bedrijven en sectoren. Een vakbondsman op bedrijfsniveau krabbelt echt wel terug als een onderneming de loonruimte niet kan betalen."
Source: Nu.nl economisch