De natuur in Nederlandse zoetwatergebieden laat na decennia van herstel opnieuw een zorgelijke achteruitgang zien. Dat concludeert het Wereld Natuur Fonds Nederland dinsdagochtend. Waar deze gebieden jarenlang als lichtpuntje in de Nederlandse natuur golden, lijkt de positieve ontwikkeling van de laatste jaren te zijn omgeslagen.
Het gaat niet goed met een groot deel van de Nederlandse natuur. Veel planten- en diersoorten hebben het moeilijk. Het is een bekend verhaal dat niet al te rooskleurig is. Toch was er in dat verhaal de laatste decennia een lichtpuntje te onderscheiden. Moerasgebieden en andere natuurgebieden met zoet water lieten jarenlang herstel zien.
Dat lichtpuntje lijkt nu voorzichtig te doven. Dat schetst het Wereld Natuur Fonds Nederland in het tweejaarlijkse Living Planet Report Nederland, al gaat het niet overal even slecht.
Sinds 1990 is het jarenlang eigenlijk best goed gegaan met zoetwatergebieden in Nederland. Dat kwam door een verbetering van de waterkwaliteit. Zwaar giftige stoffen werden bijvoorbeeld niet meer zomaar in rivieren geloosd.
Het zorgde ervoor dat diersoorten als de otter en de bever zich weer konden handhaven. Moerasvogels als de blauwborst (te zien op de foto hieronder) en roerdomp namen flink in aantal toe.
Maar die trend is veranderd. De Living Planet Index (LPI) geeft aan hoeveel populaties van een groot aantal diersoorten zijn gegroeid sinds 1990. Het gaat daarbij om een gemiddelde van alle diersoorten in een gebied bij elkaar. In zoetwatergebieden is de LPI tussen 1990 en 2025 met 60 procent gestegen.
Dat betekent niet dat het met elke soort in die gebieden goed ging, maar gemiddeld genomen ging het met zoetwatersoorten dus goed. Natuur op land deed het veel slechter. Daar daalde de LPI tussen 1990 en 2025 met 30 procent.
De toename van 60 procent is vooral gerealiseerd in de twintig jaar tussen 1990 en 2010. Vanaf 2010 was er nog maar mondjesmaat sprake van verbetering en inmiddels is er in sommige gebieden zelfs weer een daling zichtbaar.
Volgens Sander Turnhout van SoortenNL is dat te wijten aan het ontbreken van goed natuurbeleid sinds 2010. "We hadden natuurbeleid en dat werkte heel goed. Maar in 2010 zijn we gestopt met beleid", zegt hij. "Het is logisch dat je dan in de data met enige vertraging een daling ziet."
In de LPI kijkt het Wereld Natuur Fonds naar drie typen zoetwaternatuur. Vrijwel alle zoetwatersoorten leven in een of meerdere van die gebieden. Het eerste type betreft de natuur bij beken en rivieren. De populatiegrootte van diersoorten in die gebieden steeg van 1990 tot 2015 gemiddeld met 60 procent. In de afgelopen tien jaar is die lijn weer gedaald, namelijk met 20 procent.
In natuur bij vennen en hoogvenen is eenzelfde soort trend te zien. Omdat daar pas vanaf 1999 wordt gemeten, zijn er geen gegevens van voor die tijd beschikbaar. Vanaf dat jaar tot 2010 ging het goed in vennen en hoogvenen. Soorten namen daar gemiddeld met 40 procent in aantal toe, maar na 2010 kwam de klad erin. Van de dieren in vennen en hoogvenen zijn er nu gemiddeld zelfs minder dan in 1999.
In plassen en moerassen is een ander beeld te zien. Daar is de populatiegrootte sinds 1990 met 30 procent gestegen. Wel vlakt de toename de laatste jaren af.
De kwaliteit van de Nederlandse zoetwaternatuur gaat de komende jaren alleen maar belangrijker worden. Volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet het water van alle EU-lidstaten eind volgend jaar van goede kwaliteit zijn. Het gaat daarbij om zowel chemische als ecologische kwaliteit. Dat betekent dat er voldoende planten en dieren in het water moeten leven.
Binnen de Europese Unie (EU) zijn die afspraken in 2000 gemaakt en na meerdere keren uitstel is de uiterlijke deadline eind volgend jaar. De EU is al meerdere keren kritisch geweest op Nederland, maar nu al is duidelijk dat Nederland de KRW-doelen niet gaat halen. Dat kan resulteren in rechtszaken en uiteindelijk boetes vanuit de EU.
Het Wereld Natuur Fonds Nederland pleit daarom voor maatregelen, ook omdat in het verleden is gebleken dat watergebieden zich snel kunnen herstellen. "Als je de natuur de ruimte geeft, dan komt ze terug. Kijk naar de zeearend, de otter en de bever", stelt Jelle de Jong, directeur van het Nederlandse Wereld Natuur Fonds. "We zien dat de Nederlandse natuur veerkrachtig is. Maar om de zoetwaternatuur weer te laten opbloeien, moeten we echt aan de bak."
Source: Nu.nl algemeen