Ecologie De AI-wedloop verergert ongelijkheid en milieuproblemen. Dat is geen ongelukje; het zit diep ingebakken in het economische systeem, vindt de Brits-Amerikaanse schrijver Jeremy Lent. „We riskeren een nieuw tijdperk van techno-feodalisme.”
Een gigantisch nieuw AI-datacenter wordt gebouwd in Michigan.
Als we het over de toekomst gaan hebben, wil Jeremy Lent eerst over het verleden praten. „Toen Christoffel Columbus aankwam in de Cariben in 1492, wond hij er geen doekjes om”, zegt de Brits-Amerikaanse schrijver. In zijn correspondentie met het Spaanse koningspaar beschreef Columbus eerst hoe hij aankwam bij een kaap, die hij Cabo Hermoso noemde, Prachtige Kaap: „Ik kan blijven kijken naar zulke mooie planten, zo anders dan bij ons.” En vervolgens: „Ik denk dat er veel kruiden en bomen zijn die in Europa veel waard zijn voor verfstoffen en medicijnen. En als uwe Majesteiten het bevelen, kunnen alle inwoners van het eiland weggevoerd worden als slaven voor in Castilië.”
Lent: „Hij kon de waarde van wat hij zag alleen uitdrukken in hoeveel geld hij ermee kon verdienen.” Voor Lent verklaart dit verhaal veel van de ellende waarin we nu zitten met klimaatverandering, groeiende ongelijkheid en een aankomende AI-revolutie die deze problemen eerder lijkt te verergeren dan op te lossen. Hij publiceerde er onlangs een boek over, Ecocivilization. Daarin bepleit hij een beschaving die meer rekening houdt met ecologische waarden.
Jeremy Lent (1960) studeerde literatuurwetenschap aan Cambridge University, deed een MBA aan Chicago University, en bracht als ceo tijdens de internetbubbel in 1999 het onlinebetalingsbedrijf Nextcard naar de beurs. Na een persoonlijke tragedie besloot hij zich te richten op boeken schrijven over de ecologische crisis en zingeving, waaronder The Web of Meaning (2021) en Ecocivilization. Hij is oprichter van de non-profitorganisatie Liology Institute, die zich richt op betekenisvol en duurzaam leven. Hij woont in Berkeley.
„AI zet een extra versnelling op een systeem van uitputting en uitbuiting. Dat maakt alles tot ‘de ander’, of het nu andere soorten zijn of andere mensen”, zegt hij tijdens een digitaal interview vanuit zijn huis in het Californische Berkeley. De hebzuchtige, in zijn ogen roofzuchtige, houding van westerse landen en grote bedrijven is sindsdien tot in de puntjes verfijnd, en in alle haarvaten van de samenleving gaan zitten: „Als een gezwel.”
Zo antikapitalistisch als hij nu klinkt was Lent niet altijd. Hij bracht tijdens de dotcomzeepbel van 1999 als topman de online-betalingsstart-up Nextcard naar de beurs, en stond toen even zelf op de apenrots van het aandeelhouderskapitalisme. Maar na persoonlijke tragedies – zijn vrouw overleed, het bedrijf ging ten onder na het barsten van de bubbel – gooide hij het roer drastisch om en ging boeken schrijven over de ecologische crisis en zingeving, waaronder The Web of Meaning (2021).
Lent zet zich in zijn nieuwe boek af tegen wat hij het „Windigo-virus” noemt, een term die komt van de oorspronkelijke Ojibwe-bevolking die rondom de Grote Meren op de grens van de VS en Canada woont. „Zij vergelijken de houding van Europese kolonisten met een figuur uit hun mythologie: de Windigo, een reusachtig monster van drie meter met een hart van ijs en een onstilbare honger.” Wie erdoor gebeten werd, veranderde zelf in een Windigo, voor altijd gedoemd tot vraatzucht. Hoe meer hij at, hoe gulziger hij werd. „Voor de Ojibwe leken de Europese veroveraars besmet met precies dat virus, een hebzucht die alles aantastte wat ze aanraakten.”
Lent ziet in de huidige AI-wedloop een extreme voortzetting van dat nooit-genoegvirus, met alle destructieve gevolgen van dien voor milieu, klimaat, rechtvaardige behandeling van mensen en een eerlijke verdeling van de opbrengsten. „Het is geen ongelukje; het zit diep verankerd in het economische systeem. Wat nu met AI opnieuw gebeurt, is een klassiek verhaal van enclosure of the commons, de insluiting van het gemeengoed”, zegt Lent. „Onze beschaving rust op een enorme opgebouwde erfenis: millennia van kennis, taal, recht, wiskunde, geneeskunde, infrastructuur en cultuur, collectief opgebouwd door generaties die niet meer leven om hun aandeel op te eisen.”
Mark Zuckerberg, Elon Musk, Sam Altman: zij bouwen voort op alles wat eraan voorafging, signaleert Lent. Het internet (publiek gefinancierd), informatica (decennia aan academisch onderzoek): „De complete architectuur van de moderne beschaving.”
Fel spreekt hij over generatieve AI. „Dat is de grootste insluiting van gemeengoed in de menselijke geschiedenis: in enkele jaren heeft een handvol bedrijven vrijwel de volledige gemeenschappelijke tekst van de menselijke beschaving opgeslokt, gestólen; elk boek, artikel, wetenschappelijk paper, gedicht en gesprek dat van het web te schrapen viel. Ze zetten er een hek omheen en verkopen dat nu als hun eigendom.” De ongekende beurswaardes waarop AI-bedrijven SpaceX, OpenAI en Anthropic met hun beursgang afkoersen – ze worden elk naar verwachting gewaardeerd op meer dan 1.000 miljard dollar – laten volgens hem zien wat op het spel staat.
„We riskeren daardoor een nieuw tijdperk van techno-feodalisme, waarin een minieme elite de productieve systemen van intelligentie bezit, terwijl de rest van de mensheid vecht om een precair bestaan en een piepklein stukje van die winsten.”
Is hij niet te zwartgallig en absoluut over het huidige economische systeem? Om de taart te kunnen verdelen, moet er eerst taart zijn – en kapitalisme is behoorlijk goed gebleken in het creëren van een grotere taart, toch?
Lent werpt tegen dat de aanname dat kapitalisme uiteindelijk goed is voor gewone mensen bepaald niet altijd klopt. „De belangrijkste economische maatstaf, het bruto binnenlands product (bbp), meet geen welzijn, maar de mate waarin de levende aarde en menselijke waardigheid zijn omgezet in geld.”
Dat klinkt te stellig: uit veel langetermijndata blijkt bijvoorbeeld dat armoede, kindersterfte en honger juist in kapitalistische economieën drastisch zijn gedaald, wat het welzijn wel degelijk vergroot. „Dat is een beperkte blik”, zegt Lent. Hij haalt onderzoek naar kleine dorpsgemeenschappen in Indonesië aan van degrowth-econoom Jason Hickel, die volgens antropologen een goed leven hadden. „Vervolgens kwamen grote landbouwbedrijven binnen, brandden hun bossen plat, plantten monocultuur en dwongen mensen via kunstmatige schaarste tot loonarbeid. „En wow! Het bbp ging omhoog!”
Hoe dan ook groeit de laatste tijd het maatschappelijke en politieke verzet tegen AI-bedrijven, en tegen het gebrek aan goede mechanismes voor herverdeling van de potentieel gigantische opbrengsten. AI-bedrijven zelf beginnen dat ook te erkennen. Zo presenteerde OpenAI in april een manifest, Industrial policy for the Intelligence Age, met beleidsideeën over onder meer bredere verdeling van de winsten van AI.
Lent ziet daar weinig in. „Dat is de broodkruimelsaanpak.” Hij haalt er nog een historisch figuur bij: de Brit Cecil Rhodes (1853-1902). Die vergaarde een fortuin als mijnbouwmagnaat en werd koloniaal politicus in zuidelijk Afrika. „Rhodes zag zichzelf als een goede kerel, een beetje zoals Bill Gates zichzelf nu als goed ziet.” zegt Lent. „Hij zag zichzelf als begaan met de zwakkeren, was bezig met ongelijkheid.”
Rhodes werd op zeker moment geschokt door demonstraties van uitgehongerde arbeiders die om brood riepen, en schreef daarna: „Ik ben bang, doodsbang, omdat er een revolutie kan uitbreken.” Hij kreeg vervolgens een „geweldig idee”.
Dat ‘geweldige idee’ was om het kolonialisme uit te breiden, vertelt Lent: „Juist méér te onttrekken uit nog niet veroverde landen, en de restjes daarvan naar beneden te laten kruimelen om de opstanden te doen verstommen. Maar hij maakte het onderliggende probleem natuurlijk alleen maar erger.”
Gooit Lent niet erg veel op één hoop? Nog los van de vraag of het kapitalisme zo eenduidig slecht is geweest, zoals hij stelt, lijken ook verschillende benaderingen te ontstaan onder AI-bedrijven. Naast OpenAI is er Anthropic, dat andere en vaak ethischer keuzes lijkt te maken dan de concurrentie. Anthropic weigerde het Pentagon onbeperkte toegang tot zijn chatbot Claude voor autonome wapens en massasurveillance, en stelde een ‘grondwet’ op met transparante ethische kaders.
„Wat Anthropic doet, is een tandje minder erg, dat klopt”, zegt Lent. „Ik gebruik daarom Claude ook, om dat soort ethische keuzes te ondersteunen.” Maar uiteindelijk ontkomt Anthropic niet aan de logica van het systeem van supersnelle groei ten koste van milieu, klimaat en mensen, zegt Lent. „Als Anthropic daaruit zou stappen, krijgt het geen investeringen meer, is het feest over. Het moet dus wel meedoen in het spel om schaalvergroting, netwerkeffecten, grote kapitaalinvesteringen.”
Hoe kan het dan anders? Lent bepleit onder meer een ruimhartig, door overheden verdeeld ‘AI-dividend’ voor iedereen, „niet als broodkruimels, maar als onvervreemdbaar recht”. Hij koppelt dat aan voorbeelden van hoe AI-technologie zélf kan worden hervormd om democratischer en milieuvriendelijker te worden. Hij ziet vooral veel in een commons-aanpak: technologie die geen eigendom is van een kleine club aandeelhouders, maar van iedereen – bijvoorbeeld alle medewerkers en klanten, of alle inwoners van een regio. Hij wijst daarbij op Wikipedia: „Een perfect voorbeeld van wat er mogelijk is.” Die internetencyclopedie, zegt hij, „is zelf een soort AI. Maar het is een collectieve, menselijke AI: mensen die hun intelligentie samenbrengen en daarmee kennis en vooruitgang voor iedereen scheppen.”
De ironie wil dat juist Wikipedia onder druk staat door AI-bedrijven die de website leegschrapen om hun modellen te voeden, zonder er iets voor terug te geven. En voordat een commons-achtige aanpak de norm wordt in kunstmatige intelligentie, laat staan in het bredere economische systeem, is een ingrijpende verschuiving nodig. Dat ziet Lent zelf ook wel. Is zo’n shift realistisch?
De slagingskans hangt volgens hem af van iets ongrijpbaars: een verandering van het dominante wereldbeeld. „Een wereldbeeld is de lens waardoor je alles bekijkt. De Windigo-blik van eindeloze groei en uitbuiting is zó gewoon geworden dat we niet meer doorhebben dat het de lens is waardoor we alles zijn gaan bekijken.” Hij vertelt een parabel over twee visjes die een oudere vis tegenkomen. „Hoe is het water vandaag, jongens?”, vraagt die. Waarop het kleine visje aan het andere vraagt: „Wat is water?”
We zien het water waarin we zwemmen niet meer, en het is tijd dat te leren zien, vindt Lent. Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien dat een dominant wereldbeeld niet zonder slag of stoot verandert: vaak zijn daarvoor grote crises nodig, vooral om de macht te verplaatsen van de elite naar de rest. „AI biedt een paradoxaal soort hoop”, zegt Lent. „Het is nu bezig een crisis te versnellen. Tegelijkertijd kan die crisis mensen doen inzien in welk water we al die tijd hebben gezwommen. Dat dit niet meer houdbaar is. En dat er wel degelijk een alternatief mogelijk is.”