Home

Waarom hij Elvis heet? De man kan het zijn moeder niet meer vragen, hij zat bij haar op schoot toen zijn vader haar doodstak

Hij heet Elvis. Waarom zijn moeder hem die naam gaf, weet hij niet. Elvis (65) zit op een plastic tuinstoel voor een garagebox aan de Wolweversgaarde in de Haagse wijk Vrederust. Hij heeft net een voedselpakket gekregen. In een rood krat, dat niet mee naar huis mag, zitten onder meer paprika, sla, tijgerbrood en huzarensalade. Elvis verdeelt de boodschappen over een paar zelf meegebrachte plastic tassen.

Om hem heen pakken zo’n dertig andere buurtbewoners hun voedselpakket uit. Het zijn ouderen met uiteenlopende achtergronden. De een loopt achter een rollator, de ander manoeuvreert een scootmobiel richting de tafel met de rode kratten. Broden verdwijnen in fietstassen, boodschappentrolleys en mandjes voorop de scootmobiel.

Deze particuliere voedselbank wordt gerund door Willem van Ettinger (69) – oud politieagent. Vanuit een garagebox deelt hij, samen met vrijwilliger Nadia el Arnouki, iedere dinsdagochtend om acht uur ’s stipt de rode kratten uit. „Ik wil de mensen uit de buurt helpen. Ze zijn zo arm, het is vreselijk om te zien.”

Iedereen met een Ooievaarspas, een kortingspas van de gemeente voor mensen met een laag inkomen, mag gratis een gevulde krat ophalen bij Willem.

Willem brengt al zes jaar lang bijna elke dag brood rond. Om vier uur ’s ochtends staat hij op. Hij rijdt dan met zijn bus langs verschillende bakkers voor overgebleven broden: 1250 per week. Daarna gaat hij langs dertig buurthuizen en vijf mensen die slecht ter been zijn. „Ik help zo 250.000 mensen per jaar.”

Voorheen deelde hij ook vlees uit. „Maar mensen gingen bijna met elkaar op de vuist: Ik wil dat stuk! Nee, jij hebt meer dan ik!”, vertelt Willem. „Je moet er medelijden mee hebben. Deze mensen leven van dag tot dag.”

Op de grond heeft Willem een paar dozen met groenten neergezet. Wie wil, mag er iets extra’s uit pakken. Niet alles vindt gretig aftrek. De bleekselderij is bruin uitgeslagen. Een bos lange groene stengels, waarvan niemand – ook de verslaggever niet – precies weet wat het is, blijft onaangeroerd achter.

Heftig levensverhaal

Elvis is bijna klaar voor vertrek. Hij vertelt nog even over zijn naam: „Ik denk dat mijn moeder groot fan was van Elvis Presley.” Maar hij heeft het haar nooit kunnen vragen. „Mijn vader stak haar met een mes in de bus, in Suriname. Ik zat bij haar op schoot. Ik was vier. Zij was dood, hij zat in de gevangenis. Ik was dus al heel jong wees.”

Wat een heftig levensverhaal, concludeert de verslaggever. „Ja man, nog steeds draait die film voor m’n ogen.” Hij pakt ondertussen een fles frisdrank met de smaak piña colada. Die gaat niet mee. „Nee man, mijn suiker is zeven.” Hij geeft de fles aan een vrouw zonder tanden naast hem. „Ik heb nooit begeleiding gehad”, zegt Elvis. „Ik heb nu stalen zenuwen.”

Elvis staat op uit de plastic stoel. Andere mensen blijven nog even hangen voor een praatje. Het liefst wil Willem een „ander pandje”. Met een keukentje en een wc. „Zodat we de mensen warm kunnen opvangen”, zegt hij. „Ik klop al jaren aan bij de gemeente, maar het schiet niet op.”

De vrouw zonder tanden woont een paar meter verderop en is slecht ter been. Nadia helpt haar met de boodschappen naar huis brengen. „Je gaat daar voor je verdriet nog niet naar binnen”, zegt Willem. Hij sluit het rolluik van de garagebox. „Wil je nog even opschrijven dat ik op zoek ben naar sponsoren en donateurs?”

Juliette Vasterman vervangt deze week Hans Steketee op deze plek.

Den Haag

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next