nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis Het is staande praktijk in de Haagse wandelgangen en achterkamertjes: quid pro quo, compromissen sluiten, akkoorden uitonderhandelen. Toch is de ene deal een stuk lelijker dan de andere, zo bleek vorige week rondom de begroting van Ontwikkelingssamenwerking. Wat is de prijs van politieke principes?
Een veemarkt in Purmerend in 1984.
Wat heeft ontwikkelingshulp te maken met de vrijheid van meningsuiting en demonstratie? Ieder weldenkend mens zou zeggen: helemaal niks! Maar in de Haagse werkelijkheid van de minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA blijken deze twee onderwerpen wel degelijk aan elkaar geknoopt te worden. Dat zit zo. Om zijn begroting door de Eerste Kamer te kunnen loodsen, moest minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) steun vinden bij PRO van Jesse Klaver. Die eiste extra geld voor ontwikkelingshulp (380 miljoen euro) en Sjoerdsma stemde daar mee in. Alles beter dan zijn departementale begroting te zien stranden (dat gebeurde voor het laatst meer dan een eeuw geleden!)
Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Een dag nadat deze deal bekend werd, lekte via Trouw uit wat de prijs was die D66 daarvoor intern had betaald: tegen de in de coalitie gemaakte afspraken in mag Justitieminister David van Weel van de VVD tóch nog deze kabinetsperiode zijn wet indienen die het verheerlijken van terrorisme strafbaar stelt (en die in andere landen tot een beperking van de meningsuiting en de vrijheid van demonstratie heeft geleid). Het resultaat: geschutter van Sjoerdsma in het debat en woede en ontzetting in de Kamer, niet in de laatste plaats bij PRO, die niets wist van deze achterkamertjesdeal.
Welkom in de wereld van de politieke koehandel, kortom, een manier van zaken doen die met name in de Verenigde Staten onder Donald Trump aan populariteit heeft gewonnen (zie: heffingenpolitiek, afkopen fiscale vervolging, afpersen Cuba, ontvoeren Venezolaanse president en meer). Zo openlijk en schaamteloos als het Witte Huis opereert, zien we het in Nederland nog niet. Een klassieke quid pro quowas het wel. En erger nog: de ontwikkelingshulp-terrorismeverheerlijkings-deal zou wel eens het begin van een trend kunnen worden. Daarover later meer.
Wat koehandel onderscheidt van de in het Nederlands parlementaire stelsel noodzakelijke compromissenpolitiek, is de lelijkheid ervan. Het handelsaspect (waarbij winst centraal staat) botst met het meer maatschappelijke idee van politiek die probeert het goede te doen voor de samenleving. Het is armpje drukken, ordinaire handjeklap, het schuurt tegen chantage aan. Als jij dit wilt, dan wil ik dat. Niets menselijks is een (machts)politicus vreemd, en toch is het een weinig gewaardeerde manier van onderhandelen. Het holt – wegens de voor buitenstaanders onbegrijpelijke verknoping van dossiers – de betrouwbaarheid van partijen uit en vervreemdt kiezers van de Haagse besluitvorming. Het is dus schadelijk voor de democratie als geheel (zie wederom: het Witte Huis).
Het gerommel over ontwikkelingssamenwerking toont aan hoe onmogelijk het is om te regeren met een minderheidskabinet. En dat is een probleem dat niet alleen dit kabinet heeft. Sinds halverwege het vorige decennium moeten meerdere kabinetten steun zoeken bij de oppositie om hun beleid erdoor te krijgen. Voorheen was dat probleem vooral voelbaar in de Eerste Kamer, waar coalities vaker geen meerderheid hadden. Zo onderhandelde Rutte-II eindeloos met de delen van ‘constructieve oppositie’ (destijds CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP) voor steun in de senaat, wat de ene keer een links, en de andere keer een rechtse meerderheid opleverde.
En ook onder Schoof werd er flink gekoehandeld over onderwijs: een door de coalitie van PVV, VVD, BBB en NSC geplande megabezuiniging op onderwijs dreigde het niet te halen in de in Eerste Kamer (want: geen meerderheid). Maar uiteindelijk steunden CDA, JA21 en SGP de bezuiniging alsnog. Een van de koeien die daarvoor werd verhandeld (zo verklapte SGP-leider Chris Stoffer aan zijn achterban): „De bezuinigingen op lerarensalarissen zijn afgewend, het godsdienstonderwijs en de maatschappelijke diensttijd blijven overeind en in monumentale kerken wordt zelfs extra geïnvesteerd.” Opmerkelijk: hier haakte D66 al eerder af.
Wat nu vooral opvalt, is dat anders dan in het verleden de coalitie zelf totaal niet als eenheid opereert om de steun van de oppositie te krijgen. Dat betekent dat niet alleen de oppositie tevreden gesteld moet worden, maar ook binnen de coalitie ruilhandel wordt bedreven. Het is een publiek geheim dat de VVD liever zaken doet met rechts, en D66 en het CDA op bijvoorbeeld sociale zekerheid en ontwikkelingssamenwerking dichter bij links staan. Een deal met PRO doet dus pijn bij de VVD, die daarvoor wat terug eisen. Hier komt de economie van de hefboom om de hoek kijken: hoe hoger de (gepercipieerde) prijs is die één van de coalitiepartijen betaalt voor een deal met de oppositie, des te groter het goedmakertje dat daarvoor geëist kan worden.
Het doet het ergste vrezen voor de slagkracht van het kabinet de komende maanden. Als D66 voor 380 miljoen euro bereid is zijn principes over de vrijheid van meningsuiting en demonstratie opzij te zetten, welke prijs kan de VVD dan wel niet vragen als de bezuinigingen op de sociale zekerheid (6,5 miljard euro) onder druk van de polder en de linkse partijen in de Kamer ook (deels) gaan sneuvelen? Premier Jetten zette daar vorige week de deur al nadrukkelijk voor op een kier.
Wij van de economieredactie hebben er natuurlijk niet zo heel veel verstand van, maar de huidige koehandel lijkt een recept voor ellende. Openstaande rekeningen binnen een coalitie zijn zelden een teken van een stabiel kabinet. De prijs om beleidsmatig überhaupt nog iets te kunnen doen, loopt met de dag op. Het wordt een hete herfst, zo wil een oud Haags gezegde. Als ze het al halen.
Hoe kijken jullie aan tegen deze Haagse koehandel? Onderdeel van het ‘normale’ Haagse spel? Of een onvermijdelijk gevolg van de keuze voor een minderheidskabinet? En wat zijn politieke principes nog waard als ze te koop zijn? Laat het me weten op egbert.kalse@nrc.nl